Muntunie Canada-VS is meer dan droom

In Canada nemen pleidooien voor een muntunie met de VS toe. De intensieve handelsrelatie is het argument. Met een schuin oog kijken de Canadezen naar de eurozone.

De topbankier in Canada ziet het idee niet zitten. De minister van Financiën vooralsnog ook niet. De Amerikanen hebben er geen baat bij en dus geen belangstelling voor, zeggen critici. En toch gaan er steeds meer stemmen op onder Canadese economen om plannen te maken voor de vorming van een Noord-Amerikaanse Monetaire Unie (NAMU), gemodelleerd aan de Europese Economische en Monetaire Unie (EMU).

Schetsmatige ideeën over de uitwerking van een monetaire unie tussen de VS, Canada en wellicht Mexico lopen uiteen van `dollarisatie' – het simpelweg uitroepen van de Amerikaanse dollar tot nationale valuta in andere landen – tot de vorming van de `Amero', een uitgebreide vorm van de Amerikaanse dollar die het Noord-Amerikaanse antwoord zou moeten zijn op de euro. Economen voorspellen dat vroeg of laat flexibele wisselkoersen plaats zullen maken voor vaste, om de stabiliteit van de Amerikaans-Canadese handelsrelatie te bevorderen.

,,Wat handel betreft is Canada in hogere mate geïntegreerd met de VS dan de gemiddelde EU-lidstaat is geïntegreerd in de EU,'' zegt Thomas Courchene, econoom aan de Queen's Universiteit. De VS en Canada, samen met Mexico partners in het Noord-Amerikaans Vrijhandelsakkoord (NAFTA), hebben de grootste bilaterale handelsrelatie ter wereld, ter waarde van ruim een miljard dollar per dag. Canada levert ongeveer tachtig procent van zijn exporten aan de VS. Volgens Courchene ,,zijn de economische overwegingen voor een gemeenschappelijke munt voor Canada minstens zo overtuigend als voor de gemiddelde EU-lidstaat.''

Canada kampt al jaren met een onstabiele wisselkoers tussen de twee dollars, die leidt tot ongewenste prijsschommelingen. Zo is de Canadese dollar, sinds het loslaten van een vaste wisselkoers in 1970, via verschillende pieken en dalen gestaag in waarde gedaald van rond een Amerikaanse dollar tot ruim 68 cent, een vermindering met een derde. Hoewel Canadese exportproducten daardoor steeds aantrekkelijker worden voor Amerikanen, zijn Canadezen er armer op geworden in vergelijking met hun zuiderburen. Canadese bedrijven vallen makkelijker als koopjes ten prooi aan overnames, en hoog opgeleide Canadezen trekken veelal naar de VS, waar ze hogere reële lonen kunnen verdienen.

Herb Grubel, econoom aan het Fraser Instituut in Vancouver, ziet een gemeenschappelijke valuta als een stabiliserende factor in Noord-Amerika. Hij gaf haar de werknaam `Amero' mee. ,,Het is te doen om dezelfde voordelen als in Europa: van besparingen op transactiekosten tot een beter zakenklimaat door stabiele en voorspelbare prijzen.'' Canadese rentetarieven zouden omlaag kunnen, zodat leningen goedkoper worden. En de arbeidsdiscipline moet omhoog om de Canadese productiviteit te bevorderen zonder te steunen op devaluatie van de dollar.

De nadelen van een monetaire unie zijn klein, meent Grubel. Ten eerste kan de wisselkoers niet meer dienen om economische verschillen tussen de VS en Canada op te vangen, bijvoorbeeld als de prijs van Canadees hout naar beneden gaat. De economieën van de twee landen zijn echter voldoende geïntegreerd om regionale verschillen op andere manieren op te vangen. Uiteindelijk hebben ook Californië en New York, met hun verschillende economieën, zo'n valutabuffer niet. Ten tweede zou een muntunie het einde betekenen van het eigen monetaire en fiscale beleid van Canada, maar dat wordt toch al in sterke mate bepaald door de VS.

De discussie over een monetaire unie is gestimuleerd door het feit dat de Canadese munt enigszins achterblijft bij andere monetaire ontwikkelingen in de wereld. Europese valuta's van vergelijkbare omvang zijn opgegaan in de euro. En in Latijns-Amerika, met name in Argentinië, doet het idee van dollarisatie sinds kort ook opgeld. De Argentijnse president Carlos Menem heeft zich al eens in deze richting uitgelaten. Ook in Mexico wint die gedachte terrein. De Federal Reserve staat niet bij voorbaat afwijzend tegenover zulke plannen, al gaven minister van Financiën Robert Rubin en onderminister Lawrence Summers aan dat er heel wat haken en ogen aan zitten.

Canada zou juist moeten aansturen op een meer politiek aanvaardbare vorm van monetaire samenwerking, zegt Courchene. ,,Een monetaire unie is veel beter dan dollarisatie, want bij dollarisatie geven we alles op, tot aan onze centrale bank aan toe.'' Volgens Courchene is het dan ook ,,noodzakelijk dat Canada zich actief onderhoudt met partners in het westelijk halfrond, om te voorkomen dat de beginnende dollarisatie in de weg komt te staan van de ontwikkeling van een NAMU.''

Courchene stelt zich een geleidelijke ontwikkeling voor, waarbij de Canadese centrale Bank zich op de lange termijn aansluit bij de Amerikaanse Federal Reserve Board. De `Fed' bestaat nu al uit twaalf regionale instellingen, dus aansluiting van de Bank van Canada zou enigszins vergelijkbaar zijn met aansluiting van Groot-Brittannië bij de euro, zegt hij. ,,De VS zou de zeggenschap over het geheel behouden, maar we hebben onze eigen centrale banken en geven elk ons eigen deel van de valuta uit,'' aldus Courchene. De munt blijft wat hem betreft dollar heten: ,,De Amerikaanse dollar blijft. Het is de beste valuta ter wereld, dus waarom zou je er vanaf willen?''

Probleem voor de bedenkers van de NAMU is dat noch de Canadese autoriteiten, noch de Amerikaanse om het idee staan te springen. Gordon Thiessen, president van de Bank van Canada, vindt dat ,,de euro geen model is voor Noord-Amerika. De politieke doelen die aan de monetaire unie in Europa ten grondslag liggen, kennen hier geen parallel.'' Paul Martin, de Canadese minister van Financiën, ziet evenmin heil in het overdragen van monetaire soevereiniteit aan de Amerikanen. Toch bestudeert een commissie in de Canadese Senaat het idee.

,,Het grootste probleem zal zijn de Amerikanen aan boord te krijgen,'' besluit Grubel. Volgens critici is het uitgesloten dat de Amerikanen anderen laten aanschuiven bij de Federal Reserve, zelfs met een minieme minderheidsstem. Ook Grubel is niet optimistisch. ,,Ze zullen ervan overtuigd moeten worden dat Amero-land beter in staat zal zijn de groeiende invloed van Euroland voor te blijven,'' zegt hij. ,,En dat het in hun eigen belang is stabiele en welvarende economieën aan hun grenzen te hebben.'' Voor voorstanders van een muntunie in Noord-Amerika is er één lichtpuntje: ook voor vrijhandel met Canada en Mexico bestond aanvankelijk geen steun in de Verenigde Staten.