Meer ruimte onderwijsinspectie

De onderwijsinspectie, die toeziet op de kwaliteit van het onderwijs, wordt onafhankelijker van de minister. De inspectie mag met haar bevindingen voortaan rechtstreeks in de publiciteit treden, zonder tussenkomst van de minister van Onderwijs. Dit wordt vastgelegd in een nieuwe wet. In deze zogenoemde Toezichtswet komen ook de minimumeisen te staan waaraan scholen zullen moeten voldoen.

Dit staat in de notitie `Variëteit en waarborg' die demissionair minister Hermans en staatssecretaris Adelmund vandaag naar de Tweede Kamer hebben gestuurd. Afgelopen vrijdag ging de ministerraad daarmee akkoord. De nieuwe werkwijze geldt voor alle onderwijsinstellingen van basisscholen tot universiteiten.

De onderwijsinspectie krijgt tevens voor het eerst de bevoegdheid om de kwaliteit van het onderwijs op individuele scholen of onderwijsinstellingen te beoordelen en dit oordeel vervolgens openbaar te maken.

Op deze manier wordt de basiskwaliteit van het onderwijs gewaarborgd, aldus de minister in zijn nota, en worden de scholen gestimuleerd om te streven naar een zo hoog mogelijke kwaliteit van het onderwijs.

Voorheen gingen de rapporten van de onderwijsinspectie eerst naar de minister en werden vervolgens openbaar gemaakt. Hierdoor was het voor de buitenwereld onduidelijk of de minister niet eerst de resultaten had gekuist. De verplichting om namens de minister toezicht te houden op de kwaliteit van het onderwijs stond op gespannen voet met een onafhankelijk oordeel.

Het toezicht van de onderwijsinspectie blijft wel onder de verantwoordelijkheid van de minister vallen.