Meer geld cultuuraandeel minderheden

Staatssecretaris Van der Ploeg van Cultuur (PvdA) wil tenminste 40 tot 60 miljoen gulden per jaar besteden aan maatregelen om de cultuurdeelname te bevorderen van allochtonen, jongeren en andere groepen in de samenleving die onvoldoende profiteren van subsidies.

Culturele instellingen die te weinig hun best doen om deze groepen te bereiken, lopen het risico een deel van hun subsidie te verliezen.

Dat schrijft de (demissionaire) staatssecretaris in de nota Ruim Baan voor Culturele Diversiteit, die hij gisteren heeft gepresenteerd. Het geld, dat vanaf 2001 moet worden vrijgemaakt op de cultuurbegroting (ongeveer 700 miljoen gulden) is bestemd voor twee programma's.

Het programma Culturele Diversiteit is bedoeld om de deelname van minderheden - als makers én als toeschouwers - aan de gesubsidieerde cultuur te bevorderen. Het programma Cultuurbereik moet er voor zorgen dat de programmering van podia meer wordt afgestemd op de vraag van een breder, gevarieerder publiek. Van het laatste programma zullen behalve allochtonen ook anderen, bijvoorbeeld jongeren, profiteren.

Als voorbeeld van een maatregel om allochtone kunstenaars te stimuleren, noemt Van der Ploeg het aanstellen van zogenaamde ``cultuurverkenners' en ``makelaars'. Die zouden allochtone talenten moeten opsporen en begeleiden bij het aanvragen van subsidies. Van der Ploeg wil verder dat de fondsen die de subsidies verlenen een deel van hun budget ``oormerken' voor minderheden en jongeren.

Om minderheden ook als toeschouwer meer bij het culturele leven te betrekken, moeten culturele instellingen iets doen aan hun aanbod, vindt Van der Ploeg. Musea, oppert hij, zouden gebruik kunnen maken van zogeheten ``community curators'. Dat zijn mensen uit een bepaalde bevolkingsgroep die gevraagd wordt een tentoonstelling te maken. De staatssecretaris overweegt geld dat hij geeft aan de Mondriaan Stichtig ook te ``oormerken' voor activiteiten voor minderheden in musea.

De staatssecretaris wil dat de Raad voor Cultuur, die subsidie-aanvragen van culturele instellingen beoordeeld, voortaan niet alleen een oordeel geeft over de kwaliteit van een aanvraag maar ook over de ``culturele diversiteit' daarvan. Waar Van der Ploeg het geld voor het nieuwe beleid precies wil vinden op zijn begroting geeft hij niet aan in zijn nota. Over enkele weken stuurt hij zijn ``uitgangspuntenbrief' naar de Kamer, waarin hij zijn beleidsvoornemens voor de periode nader zal toelichten.

Van der Ploeg hoopt vooral dat bestaande instellingen zijn beleid zullen steunen. In de gisteren verschenen nota zegt hij geen voorstander te zijn van een apart fonds voor culturele diversiteit, zoals onlangs door een werkgroep werd voorgesteld. ,,Fondsen en cultuurinstellingen die zich het onderwerp (minderheden, red.) in het recente verleden al hebben aangetrokken zullen het als demotiverend ervaren, terwijl instellingen die zich er nog niet mee bezighouden er een alibi in kunnen vinden om dat ook in de nabije toekomst niet te doen.'' Bovendien, zegt de staatssecretaris, zou zo'n apart fonds de indruk kunnen wekken dat het werk van allochtone kunstenaars te weinig kwaliteit heeft om in het reguliere circuit aan bod te komen.