`Lou de Jong stond onder druk'

Nanda van der Zee zal de biografie over prof. L. de Jong niet schrijven. Ze heeft wel haar mening over de historicus bijgesteld.

De directeur van het NIOD (Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie), prof. J. Blom, probeert historica Nanda van der Zee gerust te stellen. In een brief schrijft hij dat zij, om toegang tot de archieven van het NIOD te krijgen, een ,,nogal algemene verklaring'' moet ondertekenen. ,,Het betreft uiteraard uitsluitend de vraag of er geen problemen met de bescherming van de privacy kunnen rijzen. Het wetenschappelijk gebruik (analyse, interpretatie) staat geheel buiten deze procedure'', aldus Blom.

Van der Zee is niet gerustgesteld. Zij werkt aan een biografie van prof. L. de Jong, auteur van Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog en oprichter van het NIOD (toen nog RIOD). De verklaring die zij moet ondertekenen verbiedt het gegevens te openbaren die ,,de belangen van personen kunnen schaden''. Bovendien moet het manuscript aan de minister van Onderwijs worden voorgelegd. ,,Onacceptabel. Ik geef dan mijn wetenschappelijke onafhankelijkheid prijs'', reageert Van der Zee.

In de hoop advies te krijgen stuurt Van der Zee kopieën van de correspondentie aan oud-rijksarchivaris prof. F. Ketelaar. Vooral de zin dat Van der Zee niets openbaar mag maken waarbij ,,natuurlijke of rechtspersonen onevenredig bevoordeeld of benadeeld worden'' is essentieel, volgens de oud-rijksarchivaris. ,,Daaronder kunnen ook ministers, andere bestuurders en ambtenaren zijn'', antwoordt hij Van der Zee. De historica besluit daarop haar werk aan de biografie over het leven van Lou de Jong neer te leggen. ,,Ik zou mij onder curatele van de Nederlandse regering laten stellen'', schrijft zij aan haar uitgever. Het idee dat het NIOD haar werk over De Jong vooraf zou lezen zint haar niet. ,,De heer Blom [...] als toetser van de publicatie is voor mij onacceptabel.''

De historici Blom en Van der Zee hebben een geschiedenis. In 1997 publiceerde Van der Zee de studie Om erger te voorkomen. Zij betoogde hierin dat de vlucht van koningin Wilhelmina naar Engeland en de passieve houding van de elite het bezettingsregime hebben verhard en het wegvoeren van joden hebben vergemakkelijkt. Blom uitte in het openbaar harde kritiek. Van der Zee liet volgens de directeur van het NIOD ,,steken vallen'' en formuleerde ,,onbezonnen''. Van der Zee acht Blom sindsdien minder hoog, vooral omdat hij zijn kritiek ,,niet onderbouwd'' zou hebben.

Het NIOD zegt dat toestemming om uw studie vooraf voor te leggen een formaliteit is. Kon u niet instemmen, omdat uitgerekend professor Blom directeur van het NIOD is?

,,Nee, het is echt een principekwestie voor mij. Ik ben tegen censuur en vind dat je, als serieus historicus, geen genoegen moet nemen met weggelakte archieven. Dat is niets, een afgekloven bot. Bovendien vind ik dat de Archiefwet, die het tekenen van deze verklaring vereist, moet worden aangepast. In Duitsland, Engeland of Israel heb ik nooit iets hoeven ondertekenen. Het is een rare toestand in Nederland.''

Is het zo vreemd om de privacy te willen beschermen?

,,Men beschermt elkaar. Niemand wil verantwoording nemen en niemand durft iets te zeggen. Als ik zou schrijven over de graanoogst in 1542, zou er niets aan de hand zijn. Maar dit gaat over ministers, over Aantjes (oud-fractieleider ARP, red.), over De Quay (oud-premier, red.). Dat is het punt. Mijn voorstel om de publicatie voor te leggen aan een rechter, die apolitiek is, werd door het NIOD afgewezen. Het is ontzettend jammer. Het doet mij pijn. Ik ben er al maanden mee bezig. De uitgever Sdu wilde mij graag. Lou de Jong wilde mij graag. En het is een fantastische opdracht. Maar ik zwicht daar niet voor.''

Wat steekt er volgens u achter?

,,Ik denk dat het NIOD over een half jaar vijftig miljoen gulden krijgt om met een heel gezelschap een biografie over Lou de Jong te schrijven.''

In uw eerdere werk uitte u kritiek op Lou de Jong. U noemde hem gezagsgetrouw en vond dat hij een te patriottisch beeld van de Nederlandse elite had geschetst. Hoe kijkt u nu tegen hem aan?

,,Dat is moeilijk, omdat ik hem koester. Ik heb meer begrip voor hem en zeer grote bewondering. Ik heb mijn mening moeten wijzigen. Hij heeft onder geweldige druk gestaan. Hij heeft ook ruzie gehad over de opening van archieven. Hij wilde erbij. Dat werd hem onmogelijk gemaakt. Maar hij zat er toen al middenin, hij kon niet meer terug. Hij heeft ontzettend gevochten, tegen een geweldige overmacht. Maar hij heeft gedaan wat ik niet doe.''