Kok steekt vluchtelingen hart onder de riem

Premier Kok bezoekt tot vanavond vluchtelingenkampen en legereenheden in Macedonië, Albanië en Italië. Kok is ontdaan door de aanblik van de vele vluchtelingen.

Als de helikopter van de Duitse landmacht laag over het vluchtelingenkamp Cegrane aanvliegt, houden kinderen hun handen voor de ogen voor het opstuivende zand. Tenten raken half los en moeders beschermen hun ogen en hun baby's met omslagdoeken. Overal waait karton, en plastic flessen worden in de wervelwind van de wieken meegenomen. Tegen de hekken staan honderden kinderen gedrukt die applaudisseren en `NATO, NATO' roepen als het luik van de helikopter opengaat.

Premier Kok staat even later op de betonnen tegels van het heliveldje stram en enigszins ontdaan van zo'n welkom. Hij wuift maar wat en maakt zich samen met zijn vrouw snel uit de voeten. ,,Het is me merkwaardig te moede om zo ontvangen te worden, want niet ík ben de held maar dat zijn deze mensen. Díé hebben al deze opofferingen moeten doorstaan, onderdrukt als ze zijn door Miloševic'', zegt hij even later in een onderzoekstent van Artsen zonder Grenzen.

Kok wil in anderhalve dag een indruk krijgen van de humanitaire en militaire inspanningen in Macedonië en Albanië en horen wat er nog nodig is voor deze Nederlandse bijdrage. Waar hij stilhoudt, spreekt hij over de gewenste politieke oplossing en over een mogelijke pauze in de bombardementen als dat de vrede dichterbij zou brengen. En tegen de vertegenwoordigers van de 40.000 vluchtelingen in dit onmetelijke kamp in de glooiing van hoge bergen voegt hij eraan toe: ,,Onder deze omstandigheden spreken we allen dezelfde menselijke taal met elkaar. We proberen jullie hoop te geven, zodat er ook voor jullie weer een goede toekomst gloort.''

De kampbewoners hebben het deze weken allemaal al eerder gehoord. Om de andere dag vliegt er wel een minister of een generaal of een andere hulpverlener voor een kwartiertje binnen, en steeds weer geven ze aan dat er een oplossing zal komen, zodat zij, vluchtelingen, vóór de winter terug kunnen naar hun veelal vernietigde huizen in Kosovo. In West-Europa is er intussen maar mondjesmaat plaats voor hen. De Kosovo-crisis geeft politici een unieke kans op de televisie, en premier Kok sluit zich laat aan in de rij van meelevende bezoekers.

Je ziet dat hij op de grindpaden in looppas langs de lange rijen met tenten een tweegevecht met zichzelf levert. Veel meer beloven aan deze vluchtelingen zit er niet in. Toch is hij ervan overtuigd dat er snel diplomatieke vorderingen kunnen worden gemaakt.

Maar wát kan hij de Kosovaren toezeggen? Hij vraagt aan Petra van der Geer, de coördinator hier, of er meer medicijnen nodig zijn, meer tenten, hoe de watervoorziening is, en of er naast oververmoeidheid nog medische klachten zijn. De hulpverleners geven aan dat de spanning oploopt nu het kamp tot aan de rand vol zit. Sommige nieuw aangekomenen moeten de eerste nachten naast de tenten slapen.

De regering van Macedonië wil Kosovaren in dit kamp doorsturen naar Albanië. Slechts een kleine groep krijgt toestemming om voor familiehereniging naar West-Europa te gaan.

Nederland is bereid, zo lijkt uit de woorden van Kok op te maken, om nog eens 2.000 Kosovaren op te nemen; 6.000 op een totaal van 250.000 die in Macedonië hun toevlucht hebben gezocht. Nog steeds komen er nieuwe vluchtelingen over de grens bij Blace, en er is te weinig plaats om hen nog in de bestaande kampen op te vangen.

De regering van Macedonië wil de nieuw aangekomen Kosovaren het liefst meteen doorsturen naar Albanië. De meeste vluchtelingen willen hier in de buurt blijven en soms geven ze in het begin niet toe aan de druk van familieleden uit Nederland om toch maar naar Albanië te gaan.

De helikopter stijgt alweer op naar een heuveltop in de buurt van de grens met Kosovo. De naam van de plaats mag niet worden genoemd. De militaire briefing duurt lang. Premier Kok bedankt de militairen van de Gele Rijders uit Arnhem voor hun inspanningen voor vrede: ,,Jullie doen hier wat internationaal van Nederland wordt verwacht.'' Op de appèlplaats eet hij nog een knakworstje uit de warme potten van de veldkeuken, en als een paar artilleristen vragen of hij er even bij komt staan voor een kiekje voor thuis, stemt daar hij in hemdsmouwen en goedgeluimd mee in.

Na de briefing vuren de Duitsers onder veel lawaai een onbemand verkenningsvliegtuig richting Priština, maar over de resultaten wordt deze middag nog niets bekendgemaakt.

Wel heeft hij haast. Op het vliegveld van Skopje, de hoofdstad van Macedonië, komen dadelijk bussen met vluchtelingen aan, die naar Ermelo gaan. Volgens een medewerker van de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) vertrekken de 150 geselecteerde Kosovaren later vandaag met hun chartervlucht om premier Kok de gelegenheid te geven hen uit te wuiven. Tegen de eerste groep zegt Kok: ,,U gaat naar een land waar u van harte welkom bent. We zullen u niet te lang ophouden. U bent bij ons thuis zo lang dat nodig is.''

Ragip Shefqeti (56) bedankt hem. ,,Ik wist niet dat al dit geweld aan het eind van deze eeuw nog mogelijk was in Europa. Ik heb twaalf neefjes en nichtjes verloren, en de Serviërs hebben al ons geld en ook onze sieraden onderweg afgenomen. Met de kolf van een geweer van een van hen zijn mijn ondertanden er uitgeslagen'', zegt hij, terwijl hij zijn mond wagenwijd openhoudt. Kok zoekt naar een antwoord: ,,Ik hoop dat het u goed gaat.'' Shefqeti kust hem op beide wangen.

In stilte loopt Kok aan het hoofd van de karavaan vervolgens naar de oude Tupolev van Armenian Airlines die hem naar Eindhoven zal terugvliegen.