Justitie trekt lering uit werk Van Traa

Het openbaar ministerie en de politie hebben bij de opsporing van de georganiseerde misdaad lering getrokken uit het werk van de commissie-Van Traa. Deze parlementaire enquêtecommissie constateerde drie jaar geleden dat er sprake was van een crisis in opsporingsland. Volgens procureur-generaal Ficq is nu ,,de lente'' aangebroken.

Ficq zei dit gisteren op de afsluitende hoorzitting van de zogenoemde tijdelijke commissie evaluatie opsporingsmethoden. Deze Kamercommissie, onder voorzitterschap van PvdA-Kamerlid Kalsbeek, onderzoekt wat er gebeurt met de aanbevelingen van de commissie-Van Traa.

Behalve Ficq bevestigden ook de andere gesprekspartners, voornamelijk leidinggevende rechercheurs en officieren van justitie, op de hoorzitting dat de commissie-Van Traa louterend heeft gewerkt . De politie werkt over het algemeen volgens de strengere regels bij de opsporing van zware criminelen. En het openbaar ministerie is zijn gezag over de politie aan het herwinnen. Die indruk bestond na afloop ook bij de commissie-Kalsbeek.

Drie jaar geleden constateerde de commissie-Van Traa het tegendeel. Zij velde een vernietigend oordeel over de ondoorzichtige werkwijze van politie en openbaar ministerie, waar de `gezagcrisis' compleet was.

Net als op de eerste hoorzitting, vorige week vrijdag, bleek ook gisteren dat het weliswaar een stuk beter gaat, maar dat het nog te vroeg is om te juichen. Voorzitter Kalsbeek signaleerde bijvoorbeeld dat opsporing van de zware criminaliteit, verdeeld over vijf regionale kernteams en een aantal landelijke opsporingsdiensten, tamelijk ,,willekeurig'' is geregeld.

Ook de uitwisseling van informatie tussen politiediensten laat nog te wensen over, erkenden politie- en justitiefunctionarissen. Uit de hoorzittingen kwam verder als klacht naar voren dat de nieuwe manier van werken heeft geleid tot meer bureaucratie en capaciteitsproblemen. De commissie-Kalsbeek presenteert over enkele weken haar eindrapport.

Juist gisteren ging de Eerste Kamer akkoord met wetsvoorstellen gebaseerd op de aanbevelingen van de commissie-Van Traa. Het belangrijkste is het voorstel dat per 1 februari 2000 de inzet van bijzondere opsporingsmethoden als afluisteren, infiltratie en observatie regelt. (ANP)