Crisis mag begroting niet raken

De kabinetscrisis mag er niet toe leiden dat het huidige bezuinigingsprogramma uit de rails loopt. Dit heeft de president van De Nederlandsche Bank, A. Wellink, gezegd tijdens de presentatie van het jaarverslag.

Vasthouden aan het systeem van vaste uitgavenkaders voor de overheidsfinanciën, zoals het beleid is van de nu demissionaire minister Zalm van Financiën, is volgens Wellink nodig omdat het begrotingstekort dit jaar al oploopt naar 1,7 procent van het bruto binnenlands product. Als het gat van tussen de vier en vijf miljard gulden in de begroting '99, vooral het gevolg van extra uitgaven, niet gedicht wordt, zou het tekort nog verder stijgen. Dan nadert het punt waarop het tekort de Europese afspraken over het begrotingsbeleid schendt. ,,Het mag niet zo zijn dat bezuinigingen die nu nog met potlood zijn ingetekend, straks anders worden ingevuld'', aldus Wellink.

Hij waarschuwde er voorts voor dat de inflatie, die nu boven de 2 procent ligt en het dubbele bedraagt van het Europese gemiddelde, niet langdurig hoog mag blijven. Dat zou leiden tot een verslechtering van de Nederlandse concurrentiepositie. Met name de overheid, die veel prijzen zoals huren, leges en de hoogte van belastingen beïnvloedt, is op dit moment een van de aanjagers van inflatie. Wellink herhaalde dit vanmiddag bij de Vaste Kamercommissie van Financiën.

Anders dan het Centraal Planbureau, dat 1,25 procent inflatie verwacht in 1999, gaat De Nederlandsche Bank uit van 2 procent inflatie dit jaar.

Wellink toonde zich bezorgd over de voortdurende prijsstijging op de huizenmarkt, temeer omdat gezinnen zich steeds dieper in de schulden steken om de hogere woningprijzen op te brengen.

De bankpresident onthulde voorts dat De Nederlandsche Bank begin vorig jaar, voordat de koersen werden aangekondigd waartegen de nationale munten van de elf deelnemende landen in de euro zouden opgaan, met de gedachte heeft gespeeld de gulden tegen een hogere koers in de euro in te brengen. De economie groeide al geruime tijd hard, terwijl de door Duitsland gedomineerde rente eigenlijk te laag was. Zo dreigde een `verhitting' van de economie, die met een revaluatie van de gulden had kunnen worden geneutraliseerd. Het zou daarbij volgens functionarissen van de bank zijn gegaan om een revaluatie met `enkele procenten'. Van het idee is afgezien omdat het te veel onrust op de valutamarkt zou veroorzaken en kon leiden tot meer overhaaste verzoeken van andere euro-landen voor re- en devaluaties.

Uit het jaarverslag van DNB blijkt verder dat Nederlandse banken vorig jaar zwaarder hebben geleden onder de internationale financiële crisis dan buitenlandse banken.

Achtergrond pagina 22