Behoeftige Nederlanders in Engeland

Je ziet ze zo zitten, de oprichters-tegen-wil-en-dank van het Koning Willem Fonds in Londen. Welgestelde Nederlanders in den vreemde, van de Nederlandse ambassadeur aan het Hof van St. James tot de voorzitter van de Nederlandse Vereniging, in de City bijeengekomen voor een goed diner, met als aanleiding het 25-jarig regeringsjubileum van Koning Willem III.

Er is een zekere gêne onder deze bevoorrechten dat het jubileum op deze 12de mei 1874 alleen door hun eten en drinken wordt gemarkeerd. Van de eerder voorgenomen `feestdag voor Nederlandse behoeftigen' is het achteraf toch niet gekomen. De heren – toen nog alleen heren – besluiten ter plekke tot een gebaar van liefdadigheid. De hoed gaat rond voor `een inzameling voor de armen' en de koninklijke som van 160 pond wordt opgehaald. Teveel om `zomaar' uit te delen aan de doelgroep: `oppassende' personen die met een tijdelijk voorschot geholpen kunnen worden. De heren vormen een commissie, de commissie wordt een bestuur en het Koning Willem Fonds is geboren.

De notulen uit de eerste jaren beantwoorden precies aan het beeld dat men van zo'n fonds heeft: de eerlijke Nederlandse visventer die een voorschot van 1 pond krijgt om daarmee een vat haring te kopen, die hij in Londens East End met winst kan uitventen; het meisje met het `onwettige kind' dat met hulp van het Fonds op een boot naar Canada wordt gezet; de `oppassende' Nederlandse vakman met vrouw en negen kinderen, die buiten zijn schuld in moeilijkheden is geraakt – zij allen krijgen van het Fonds `niet een aalmoes, maar een aanmoedigende hand'.

Het is je reinste liefdadigheid en het bestaat nog steeds. Morgen herdenkt het Koning Willem Fonds zijn 125-jarig bestaan met enige feestelijkheid in het buitenpaleis van William (de Nederlandse stadhouder-koning Willem III) en Mary, Hampton Court. Het is een eigentijdse manier van het rondgaan met de hoed: de gasten betalen voor hun entree, terwijl een anonieme donateur de kosten voor zijn rekening heeft genomen.

,,We zijn natuurlijk op fondsen uit'', zegt bestuursvoorzitter Michiel Noorduyn, een Nederlander die voor Shell gewerkt heeft. ,,En het is wel eens goed dat al die Nederlanders, die hier in de City werken en een goed leven leiden, ook eens denken aan landgenoten die het hier véél minder hebben. Zo'n Koning Willem Fonds klinkt in Nederlandse oren als een anachronisme, maar het sociale systeem in Engeland berust nu eenmaal mede op het bestaan van liefdadige instellingen als de onze. Ook al zijn we dan een piepkleine charity, we helpen toch graag meer mensen dan we nu doen.''

Het kapitaal van het Koning Willem Fonds bestaat na 125 jaar `wisselvallig fortuin van geldgetijen' uit 400.000 pond. Dat bedrag wordt sinds kort professioneel beheerd en uit de opbrengst helpt het fonds 25 gepensioneerde Nederlanders permanent en per jaar zo'n 50 incidentele gevallen. Het klinkt weidser dan het is: de Nederlandse echtgenote van de Poolse verzetsstrijder, de verarmde weduwe van een naar Londen uitgeweken illustrator kunnen maximaal 35 pond per maand tegemoet zien – maar zijn uiterst dankbaar. Dan is er de maandelijkse reisvergoeding voor de moeder die ver van haar kind woont en van haar uitkering niet de trein kan betalen. Of de telefoonbijdrage voor de invalide man die anders niet om hulp kan bellen. En soms de vingerwijzing naar een uitkering in Nederland (Stichting 40-45 bijvoorbeeld), waarvan in Engeland geïsoleerde landgenoten geen weet hebben.

Mieke Schippers is de sociaal werkster van het fonds en daarmee het gezicht dat de armsten onder de 40.000 Nederlanders in Engeland zien. Op een winderige ochtend in een vervallen Engelse kustplaats staan we te bellen aan de voordeur van een doodeenzame Nederlandse vrouw. Ondanks afspraak wordt er niet opengedaan. Mieke stopt een briefje en de Margriet (eigen initiatief) door de deur, houdt de uitgeschreven cheque voor het aflossen van een telefoonschuld in haar tas en maakt zich zorgen. De 49-jarige Nederlandse die ze wil bezoeken, is doodeenzaam en geestelijk uit balans. De maatschappelijk werker van de plaatselijke sociale dienst houdt zich voor elke vorm van overleg zorgvuldig onbereikbaar. Hoe ver moet haar bemoeienis gaan?

Vele telefoontjes en een week later staan we weer voor de deur. Die gaat ditmaal wel open. Joke F. ontvangt ons in totale ontreddering. Ze lijkt nog blijer met de komst van Mieke dan met de belofte van diverse cheques met een totale waarde van 139 pond.

Haar verhaal – tot in details door het Fonds gecheckt – is dat van een Nederlands meisje dat ooit op vakantie in Engeland een Ier ontmoette, met wie ze trouwde. In Nederland is nu al lang geen familie meer. Het huwelijk was slecht, maar resulteerde in twee kinderen. Beide meisjes biechtten drie jaar geleden tegen hun moeder op dat hun vader hen had misbruikt. Voor Joke F. was het de befaamde druppel: zij zocht met haar dochters onderdak op een geheim adres, maar de echtgenoot vond haar en bedreigde haar en de meisjes. De terreur hield pas op toen de politie Special Branch inschakelde, die zeer geïnteresseerd was in de achtergronden van deze Ier. Niettemin, de moeder en dochters leefden maanden in een gebarricadeerde kamer met twee speciaal aangeschafte waakhonden. De jongste dochter durfde weken de straat niet op.

Dat was drie jaar geleden, beide meisjes hebben inmiddels hun naam veranderd en zijn werkstudent geworden. Joke F. zit in een tijdelijke flat, volgestouwd met onduidelijke rommel die ze op een car boot sale hoopt te verkopen. Sinds de meisjes weg zijn is ze ingestort en kan tot niets meer komen. Ze leeft van een sociale uitkering: £ 37 per week.

Ze blijft zich verontschuldigen voor de troep en voor zichzelf. Haar dochter kwam met het adres van het Fonds aandragen: gevonden in de bijbeldikke Britse gids van liefdadige instellingen. De steun van het KWF en – meer nog – de regelmatige zorg van Mieke Schippers komen, zegt ze , ,,als een godsend. Ik voel me toch in de grond Nederlands, ook al heb ik in Nederland niets meer.''

Koning Willem Fonds / The Netherlands Benevolent Society. 7 Austin Friars, London EC2N 2EJ