Voortzetting NAVO-acties leidt tot grootschalig conflict

De NAVO-acties tegen Joegoslavië zijn alleen bedoeld om de wil van Rusland te breken, vindt Roy Medvedev. Met bommen krijgen de vluchtelingen hun verloren land niet terug.

Niets heeft de afgelopen vijftig jaar in Rusland zulke elementaire en heftige reacties uitgelokt als de NAVO-bombardementen op Joegoslavië. Uit enquêtes blijkt dat 95 procent van de Russen die operaties afkeurt. De jongste NAVO-top, waarbij enkele staatshoofden plannen voor militaire operaties ook buiten de grenzen van de lidstaten ter sprake brachten, werd in Rusland dan ook ronduit negatief beoordeeld: wil de NAVO soms ook ingrijpen in Georgië, Tsjetsjenië of andere crisisgebieden van de voormalige Sovjet-Unie?

De nationale verontwaardiging heeft inmiddels zulke vormen aangenomen dat zij een belangrijke factor is geworden in het Russische binnenlandse en buitenlandse beleid. Bijna dagelijks nemen studenten, scholieren en leden van sportclubs deel aan protesten. Mensen die vroeger apolitiek waren, gaan nu demonstreren.

Honderden Russische vrijwilligers bevinden zich al in Joegoslavië, duizenden anderen zijn onderweg, nog eens vele duizenden zijn bereid hen te volgen. Niet alleen voormalige paratroepen en officieren, maar ook generaals en regionale militaire bevelhebbers zeggen Joegoslavië te willen verdedigen. Waardoor is dit vertoon van woede, dat zowel door de oppositie als door pro-westerse Russische politici wordt gesteund, uitgelokt?

In Rusland hecht niemand geloof aan de bewering dat het Westen vastbesloten zou zijn om een `humanitaire catastrofe' op de Balkan te verhinderen. De bommen en raketten hebben de humanitaire tragedie veeleer in de hand gewerkt en vergroot. Ook hebben zij de twijfel aan de superioriteit van de westerse beschaving versterkt. Als die beschaving zich met zulke middelen wil bewijzen, wat moeten de Arabische wereld, Afrika, China en India daar wel niet van denken?

Voor politicologen, commentatoren en analisten staat vast dat de lange geschiedenis van religieuze en etnische conflicten tussen orthodoxe Serviërs en Albanese moslims in Kosovo niet met bommen kan worden beëindigd. Volgens sommige deskundigen ging het de VS en de NAVO er alleen om, hun nieuwe precisiewapens te testen in oorlogsomstandigheden. Andere, serieuzere theorieën houden het erop dat de NAVO, nu zij na de ineenstorting van het Warschaupact en de Sovjet-Unie haar bestaansgrond verloren heeft, domweg nieuwe manieren zoekt om haar bestaan te rechtvaardigen. Sommige geopolitici zeggen ook dat de oorlog op de Balkan bedoeld is om te laten zien dat er in de wereld nog maar één militaire supermogendheid bestaat: de VS. Geen van deze theorieën is evenwel toereikend om de toornige reactie van de gewone Rus te verklaren. Zijn woede berust niet op politieke logica maar op menselijke gevoelens.

Negentien landen vallen doelen aan in Servië en in Montenegro, dat met geen van deze landen in conflict verwikkeld is. Dit schouwspel valt niet te rijmen met de Russische opvatting van gerechtigheid. De deelname van Turkije en Duitsland – wier historische schuld jegens de Serviërs nog niet vergeten is – verhevigt die woede nog.

Zonder een moderne luchtmacht of nieuwe luchtafweersystemen zijn is Joegoslavië praktisch weerloos tegen de NAVO. De NAVO-piloten riskeren weinig, zij bevinden zich buiten gevaar, zij blijven ongestraft. Aan Joegoslavische zijde zijn honderden doden en gewonden gevallen, de industrie van het land is verwoest. Maar tot dusverre is niet één NAVO-militair gedood of gewond. Voor de Russen is dit ongelijke conflict geen oorlog maar een slachting.

Rusland heeft de Serviërs in de 19de eeuw geholpen zich los te maken van het Ottomaanse rijk. In alle Europese oorlogen van de afgelopen 300 jaar was Servië een bondgenoot van Rusland. Terwille van de Serviërs is Rusland in 1914 de oorlog aangegaan met Oostenrijk-Hongarije. Dat zijn dingen die iedere Rus op school heeft geleerd.

Veel Russen denken dat de zinloze verwoesting van Dresden door de westerse geallieerden in 1945 en het gebruik van atoombommen tegen Japan later dat jaar vooral bedoeld waren om indruk te maken op Moskou. De aanvallen op Joegoslavië worden veelal in hetzelfde licht bezien: veel Russen menen dat de verwoesting van Servië bedoeld is om de kracht van het Westen te demonstreren en zo de wil van de Russen te breken en de integratie van de Slavische volkeren tot staan te brengen.

Telkens weer is de Russen voorgehouden hoe gunstig de democratie en de vrije markt zijn, die met steun van het Westen in Rusland zouden worden ingevoerd. Die illusie is sinds lang vervlogen. De verarmde Russen geloven veeleer dat het Westen hen niet alleen heeft bedrogen, maar ook heeft beroofd, en dat het heeft geprobeerd het land om te vormen tot een goedkope bron van grondstoffen. Rusland werd niet alleen verdrongen uit de internationale politiek, maar ook uit de wereldeconomie.

Over deze argumenten valt zeker te twisten. Maar het is de moeite waard erover na te denken. Rusland mag dan verzwakt zijn, als natie en als staat is het nog altijd sterk. En al heeft het leger dan niet voldoende levensmiddelen om zijn soldaten te voeden, het heeft een rijke traditie en beschikt over moderne wapens. Ruslands militair-industrieel potentieel is nog altijd zeer groot. Mochten de buurlanden van Joegoslavië in de oorlog betrokken worden en mocht de NAVO grondtroepen inzetten, dan zal Rusland ongetwijfeld het VN-wapenembargo op de Balkan doorbreken. Een unie tussen Joegoslavië, Wit-Rusland en Rusland is niet ondenkbaar.

De Russische bevolking is niet onder de indruk van de klachten van de NAVO over de despotische houding van president Miloševic. Rusland heeft eeuwenlang onder despotisme en politieke terreur geleefd. Vergeleken bij onze dictators lijkt Miloševic eerder een pragmaticus. Hij is door de Joegoslavische bevolking gekozen; bovendien heeft zijn land een meerpartijenstelsel en vrijwel geen politieke gevangenen.

Niemand in Rusland verdedigt etnische zuiveringen, maar iedereen beseft heel goed dat agressie van buitenaf de toestand alleen maar kan verergeren. In Rusland zelf leven drie miljoen mensen die wegens etnische conflicten uit Centraal-Azië, Moldavië, de Kaukasus en Abchazië gevlucht. Er zijn een miljoen ontheemden in Azerbeidzjan, een half miljoen in Armenië en 300.000 in Georgië. Toch gelooft niemand dat bommen het beste middel zijn om die mensen hun verloren land terug te geven.

Als de NAVO de oorlog wil winnen, moet zij niet alleen de Servische leiders doden, maar het hele volk. Servië heeft langer in knechtschap geleefd dan in vrijheid. Deze kleine natie kan niet worden overwonnen, zij kan slechts worden vernietigd. Als de NAVO niet van plan is Servië te vernietigen, moet zij nu haar operaties staken om een ernstiger oorlog te voorkomen.

Roy Medvedev is historicus en voormalig Russisch dissident. © Die Zeit