SCHREEUWLELIJK MET HART VAN GOUD

Morgen kan Alex Ferguson met Manchester United in de finale tegen Bayern München eindelijk de felbegeerde Champions League winnen. Zaterdag won Ferguson voor de vierde keer de Engelse beker. Een Schot met een explosieve vechtlust en een antenne voor onrechtvaardigheid.

Berucht zijn de woedeuitbarstingen van Alex Ferguson. Dan loopt zijn gezicht rood aan, spugen zijn ogen en schreeuwt hij de longen uit zijn lijf. Dan schopt hij een kan vol hete thee door de kleedkamer, vliegt hij een van zijn spelers aan en scheldt hij hen de huid vol. Van dichtbij, midden in het gezicht. Spelers noemen hem de hairdryer, omdat hij zo overweldigend hard schreeuwt dat de haren van zijn slachtoffer recht overeind gaan staan.

Ferguson slaat er op los wanneer hij kwaad is. Zo probeerde hij eens de deur van de kleedkamer van Wimbledon in te trappen om John Fashanu te lijf te gaan. Kenny Dalglish en Kevin Keegan, Alan Hansen en Jimmy Hill – hij had ze bijna de hersens ingeslagen. Wanneer Ferguson vindt dat hem en zijn spelers onrecht wordt aangedaan, slaat hij op tilt. Als een ontembare wilde hengst. Maar een dag na een vlammende ruzie met Dalglish, belde hij wel zijn Schotse landgenoot en coach van Liverpool op om zijn medeleven kenbaar te maken met het Hillsborough-drama. Zo is hij, een man met een hart vol vuur.

Ferguson is in staat om in een lege kamer ruzie te krijgen. Heetgebakerd als een Glaswegian voelt hij zich snel uitgedaagd. En wie hem uitdaagt verliest. Dus waagt niemand Fergie uit te dagen. Ferguson is een winnaar. Wie hem heeft leren kennen, kent hem als een man die recht op zijn doel afgaat, rechtvaardige mensen lief heeft en profiteurs en luiaards haat. Spelers respecteren hem, omdat hij oprecht is. Het zal allemaal te lezen zijn in The Ferguson Effect, een boek dat volgende maand uitkomt.

Hij is de succesvolste coach-manager van allemaal. Niemand heeft zoveel prijzen gewonnen als Ferguson: met Aberdeen drie keer kampioen van Schotland, vier keer bekerwinnaar en één keer winnaar van de Europa Cup 2, met Manchester United zes keer kampioen van Engeland, vier keer winnaar van de FA-cup, één keer van de League Cup, twee keer van de Europa Cup 2 en één keer van de Europese Supercup. Hij behoort tot het rijtje succesvolle Schotse coaches, van Matt Busby, zijn illustere voorganger bij Manchester United, van Jock Stein, de man van Celtic, tot Bill Shankly, de legendarische coach van Liverpool. Allemaal keiharde mannen, opgegroeid onder zware, armoedige omstandigheden, mannen die hard zijn voor zichzelf en voor hun medemens.

Ferguson praat met liefde over de vijf racepaarden die hij bezit. Thuis in Cheshire zit hij weleens achter de piano die zijn vrouw Cathy voor hem vorig jaar met Kerstmis heeft geschonken. Dan zingt hij met valse stem liederen over zijn geliefde Schotland, over Glasgow waar hij als jongetje opgroeide in een arm havenarbeidersgezin. Hij praat met liefde over Cathy, zijn jeugdvriendin die geen snars van voetballen begrijpt. Hij praat met liefde over zijn drie zonen Mark en de tweeling Jason en Darren (hij speelt nu voor Sparta), en hij praat met liefde over zijn Fledglings (jonge vogeltjes): over Beckham, de Neville's, Butt, Scholes, Giggs, de jongens van The Cliff, het trainingsveld en de voetbalschool van Manchester United.

Zijn mobiele telefoon speelt de tonen van Scotland the Brave wanneer hij wordt gebeld. De Schotse Labour-partij geniet zijn voorkeur. Want Ferguson is voor de arbeiders en vooral voor de mensen die het niet breed hebben. Onlangs mengde hij zich vol vuur in de Schotse verkiezingscampagne van Labour. Toen Manchester United-voorzitter Martin Edwards zich bereid toonde de club aan het paytv-station BskyB van mediamagnaat Rupert Murdoch te verkwanselen riep Ferguson dat het een schaamteloos voorstel was. ,,Het klinkt goed dat een rijke man zich met de club bemoeit, maar arme en zieke mensen moeten wel de kans hebben de club te zien zonder er extra geld voor te betalen. Want voetbal is niet voor de Murdochs, maar voor het gewone volk.''

The Boss, zoals hij wordt genoemd, stond als leerling-instrumentmaker al op de barricaden om te protesteren tegen de verlaging van de lonen. Geboren op oudejaarsdag van 1941 in Govan, Glasgow, als zoon van protestantse ouders was hij voor Glasgow Rangers. Zij vader was nota bene voorzitter van de supportersclub van het katholieke Celtic. Zijn vriendin Cathy was katoliek. Alex voetbalde voor de Rangers, als een robuuste aanvaller die beter was met zijn ellebogen dan met zijn voeten. Hij scoorde veelvuldig, maar werd ontslagen omdat hij in de Schotse Cup Final tegen Celtic te weinig had meeverdedigd. Hij vernam het nieuws uit de krant tijdens een buitenlandse toernee. Ploeggenoten herinneren hem als een wanhopige man die in zijn pyama in de hotellobby zat, stomdronken, huilend en schreeuwend als een mager varken.

Ferguson begon een pub, waarin hij iedereen die dronken werd de deur uitschopte. Als manager van een voetbalclub begon hij bij East Stirling, maar was hij drie maanden later al manager bij St.Mirren, een club zonder geld en zonder publiek. Ferguson zette een luidspreker op zijn auto en reed de hele provincie door om de mensen naar het stadion te lokken. Het lukte hem niet de mensen te overtuigen. Dat lukte hem wel in Aberdeen waar hij als manager de jarenlange heerschappij van Celtic en Glasgow Rangers doorbrak.

Na een periode als interim-coach van het Schotse elftal, als opvolger van de plotseling overleden Jock Stein, werd hij in 1986 gevraagd om de glorie naar Manchester United terug te brengen. Succesvol begon hij allerminst. Dankzij Bobby Charlton, de levende legende van de Mancunians, mocht hij ondanks de tegenvallende resulaten manager blijven. Ferguson vocht als een leeuw, hij doorbrak de zuipcultuur, sloeg spelers uit de pub, schold ze uit, daagde ze uit en won. Spelers die bleven zuipen moesten weg, spelers die niet begrepen wat hij wilde gingen weg. Hughes, Strachan, Robson en Kanchelskis klaagden als kinderen, de een bleef, de ander vertrok.

Ferguson zocht winnaars, mannen die wilden winnen en vooral vechten om te winnen. Hij vond Schmeichel, niet altijd foutloos maar wel een doelman die in woord en gebaar wedstrijden voor zijn elftal wint. Geen droogkloot, maar een temperamentvolle persoonlijkheid. Hij vond Cantona, filosofisch en poetisch, gek als een deur, maar een speler die een elftal draagt door zijn uitstraling en grote talent. Toen Cantona zich vergreep aan een supporter van Crystal Palace met een wilde karatetrap beschermde Ferguson hem zoals een vader zijn kind. ,,Eric is een man naar mijn hart'', zei Fergie. ,,Hij is de beste voetballer die ik heb gekend en de enige voetballer die begrijpt wat voetbal betekent in de samenleving. Als hij doorslaat, is het niet zijn schuld maar de schuld van de samenleving. Wanneer ik Eric uitscheld, weet hij waarom ik dat doe. Hij is trots en arrogant. Maar Eric mag dat zijn, hij is een heilige.''

Ferguson is een man van de eenvoud. Geen tactiek, gee hogere wiskunde, geen diëten, geen filosofische gesprekken, geen gedoe, alleen de waarheid durven zeggen. ,,Ik werk hard om al mijn spelers met beide benen op de grond te houden. Het lukt me, zolang we succes hebben. Ik ben elke morgen om half acht op het trainingsveld. Zoals mijn vader me op het hart drukte, kom ik op tijd. Ik wil geen bewondering, ik wil alleen dat iedereen in de wereld elkaar respecteert.''

De drijfveer van Ferguson wordt paranoia genoemd. Achter elke berg vermoedt de Schot een misdaad. Toen zijn moeder in 1987 overleed in een ziekenhuis in Govan, schreeuwde hij aan haar sterfbed: ,,Niemand verdient het dood te gaan in een bouwval als dit.'' Wanneer hij de grote Europa Cup wint, trekt hij zich niet terug. Wat hij ook wint, de strijd gaat door. Zelfs handenvol titels en bekers zijn niet voldoende om het gevecht tegen het onrecht in de wereld te staken.