`Schooluitval' ruim begrip

Jaarlijks telt het onderwijs 35.000 `dropouts' volgens het kabinet. Eenderde betreft `risicojongeren', maar de rest komt alsnog goed terecht.

Nederland telt jaarlijks 35.000 dropout-leerlingen. Althans volgens de berekeningen van de demissionaire minister Hermans en staatssecretaris Adelmund (Onderwijs). Reden voor een investering van ruim 60 miljoen gulden per jaar, zo bleek afgelopen vrijdag, om het voortijdig schoolverlaten te voorkomen.

Jaarlijks 35.000 dropouts? Dat zijn twee volledige klassen op elk van de 648 middelbare scholen. Het gaat om leerlingen die voortijdig stoppen met de middelbare school of het voorbereidend beroepsonderwijs (VBO). Schooluitval is een ruim begrip, zo blijkt. Onderscheid maakt het departement wel tussen succesvolle uitvallers, die bijvoorbeeld een baan hebben, en `risicoleerlingen' die ,,kans lopen om in aanraking te komen met de politie.'' Die laatste groep zou met name in de grote steden wonen en dus krijgen die steden 48 van de 60 miljoen gulden per jaar. Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) schat dat er 12.000 à 15.000 risicoleerlingen zijn.

Alles draait om het behalen van een zogenoemde `startkwalificatie', een diploma dat jongeren voor hun 23ste jaar volgens het departement minimaal moeten hebben om een baan te krijgen. Diploma's in het VBO - voorheen onder meer LTS - en Mavo gelden niet als startkwalificatie. Havo, VWO, middelbaar beroepsonderwijs (MBO) en hoger onderwijs wel.

Diploma-inflatie noemt F. Seller dat. Hij is conrector van het Utrechtse Niels Stensen College (Mavo/Havo/VWO). ,,Vroeger gingen de meeste leerlingen met een lagere beroepsopleiding en een kwart van de kinderen met een Mavo-diploma meteen werken en vond iedereen dat prima. Nu tel je met zo'n diploma niet mee. Iedereen moet en wil hoger en hoger.''

Toch zijn ook nu lang niet alle `uitvallers' die het ministerie berekent inderdaad verloren voor de arbeidsmarkt. Een leerling met een Mavo-diploma die verder leert op het MBO en tijdens een stage blijft hangen omdat zijn baas hem een mooie functie aanbiedt, geldt volgens de richtlijnen van het ministerie als dropout. Zijn baan kan zeer wel aansluiten bij zijn opleidingsniveau. Ook een leerling die tijdelijk stopt met een middelbare schoolopleiding, maar later zijn schoolcarrière vervolgt op een andere school of opleiding, staat te boek als `schooluitvaller'.

Anderzijds lijken bepaalde onderwijsvernieuwingen, zoals de basisvorming in de brugklassen en de `tweede fase' op de Havo en het VWO, uitval juist in de hand te werken. In de basisvorming volgen alle brugklassers, van VBO tot gymnasium, dezelfde vijftien vakken. Voor veel VBO'ers zijn die vakken te theoretisch, waardoor ze afhaken, zo onderstreepte het Tweede-Kamerlid C. Cornielje (VVD) vorig jaar bij herhaling.

Bovendien willen scholen in de praktijk dat die leerlingen de basisvormingsvakken binnen twee jaar afronden, omdat hun examenprogramma in de derde klas begint, terwijl VWO- en Havo-leerlingen vier en drie jaar tijd krijgen voor dezelfde vakken omdat hun examenprogramma's later beginnen.

Ook de vakkenpakketten op Havo en VWO zijn sinds de invoering dit jaar van de `tweede fase' verzwaard, vertelt conrector H. Engering van het Amsterdamse Esprit College. Wiskunde is namelijk verplicht. Meer Havo-leerlingen dan voorheen verlaten dit jaar zonder diploma zijn school en gaan naar het MBO. ,,Ik verwacht dat ze het daar wel redden, dus beschouw ík hen niet als uitvaller'', aldus Engering. Wel worden scholieren zo steeds jonger gedwongen om een beroepsrichting te kiezen, stelt hij vast. ,,Collega's in het buitenland gruwen ervan als ze dat horen.''

Het grootste probleem, zo onderstreept het kabinet, vormen de naar schatting 15.000 `risicoleerlingen'. Het gaat om relatief veel allochtone leerlingen, in de grote steden. Scholen blijken het verzuim van die kinderen echter amper te registreren. ,,Om voortijdig schoolverlaten tegen te gaan moet je weten om welke jongeren het gaat'', zo staat er droogjes in het vrijdag gepresenteerde rapport. Scholen die dat niet weten, wacht voortaan een geldboete.