Scheldpartijen in Baskische regio

Op welke kieslijst staan de meeste moordenaars? De strijd rond de Europese verkiezingen, die in Spanje wordt gecombineerd met het kiezen van de gemeenteraden en een aantal regioregeringen, draait in Baskenland om de vraag welke partij nu eigenlijk de meeste misdadigers verkiesbaar stelt: de Baskisch-nationalistische partij PNV, de politieke arm van de Baskische afscheidingsbeweging ETA of de conservatieve partij van premier Aznar?

Dat het politieke debat in Spanje niet zelden wordt verward met het de huid vol schelden van de tegenstanders bleek afgelopen weekeinde in de Baskische regio. De Baskisch-nationalistische PNV-leider Xabier Arzalluz viel de Europese lijsttrekker van de regerende conservatieve partij, Loyola de Palacio, aan omdat zij zou hebben gezegd dat de PNV moordenaars verkiesbaar stelt.

De voormalige minister van Landbouw uit het kabinet Aznar ontkende: niet bij de PNV, maar bij de ETA-partij Euskal Herritarrok, waarmee de PNV het op een akkoordje heeft gegooid, staat een gevangen terrorist op de lijst. De man in kwestie wordt beschuldigd van de moord op een conservatieve wethouder in Sevilla en diens echtgenote. Het echtpaar werd begin vorig jaar door het hoofd geschoten.

In een poging de balans weer wat recht te trekken noemde een andere Baskisch-nationalistische voorman op zijn beurt de conservatieve partij de ,,erfopvolgers van hen die verantwoordelijk waren voor het bombardement van Guernica''. Hitlers luchtmacht legde tijdens de Spaanse burgeroorlog dit Baskische stadje in de as als steun aan de Franco-troepen.

De plotselinge dood van de populaire Ramón Rubial, de president van de socialistische partij PSOE die gisteren op 92-jarige leeftijd overleed, heeft inmiddels voor een kleine adempauze gezorgd. Eendrachtig eerden alle politici Rubial, die bijna twintig jaar doorbracht in de gevangenissen van dictator Franco en begin 1978 werd gekozen tot eerste president van de Baskische regio.