Pinkpop zonder grote namen teert op verleden

Hé, majoretten. Een onverwacht gezicht op het terrein van Pinkpop, tussen de festivalgangers, de biertappen, snacktentjes en klerenkramen. Achter de meisjes in gele shirts kwamen een drummer en een stel blazers, als van een heuse fanfare. Maar de naam op de vlag van de fanfare, Zita Swoon, was van één van de bands die optraden op Pinkpop, en de man die in het midden liep te zingen door een megafoon was Zita Swoon-zanger Stef Kamil Carlens, die daarmee alvast het meest originele optreden van Pinkpop op zijn naam zette. Een paar uur later speelde Zita Swoon in één van de tenten op Pinkpop.

Het was de dertigste aflevering van het Zuidlimburgse festival, dat van een klein eendaags festival al snel het grootste popfestival van Nederland werd, en de afgelopen jaren werd uitgebreid tot drie dagen. De verwachting dat het vieren van het jubileum een programma met bijzondere grote namen zou opleveren, kwam niet uit. Klappers als bijvoorbeeld R.E.M., Radiohead, Smashing Pumpkins of Pearl Jam ontbraken. De programmering was, vooral op de maandag - nog altijd de belangrijkste dag van het festival, na twee aanloopdagen - zelfs nogal saai. Er waren veel succesnummers van de laatste jaren en er was weinig echt opzienbarends.

Een verklaring daarvoor is de professionalisering van de popmuziek. Was Pinkpop vroeger nog een met veel liefde voor muziek samengesteld evenement waarop bijzondere en onbekende groepen een kans kregen (U2 beleefde indertijd bijvoorbeeld haar doorbraak op Pinkpop), nu is het één van de vele festivals die door de grote boekingskantoren worden gedicteerd. Zakelijke belangen zijn belangrijker geworden dan liefde voor muziek, het programma ademt een commerciële, pragmatische aanpak waarin nog nauwelijks plaats is voor verrassingen.

Robbie Williams trekt veel publiek, dus staat hij op Pinkpop, ook al is de voormalige zanger van jongensbandje Take That vooral interessant voor de jonge tienermeisjes die op de voorste rij stonden en is zijn gelikte hitparaderock vederlicht. Volgend jaar Boyzone?

Een andere oorzaak is de opkomst van het Lowlands-festival, dat meer plek biedt aan onbekende groepen. Pinkpop is daardoor verder naar de mainstream opgeschoven. Volgens organisator Jan Smeets ligt het gebrek aan vernieuwing op het festival aan de toestand van de popmuziek van het moment waarin volgens hem weinig nieuw talent is opgestaan de laatste tijd, maar het lijkt mij sterk dat er geen betere alternatieven te vinden waren geweest, als vernieuwing werkelijk een criterium was geweest bij de programmering.

De beste optredens voor de liefhebber van avontuurlijke pop waren dit jaar te zien op de eerste twee dagen, die 23.000 bezoekers trokken. Op de maandag werd dat aantal uitgebreid tot ruim 60.000, wat betekende dat het festival uitverkocht was. Zaterdag waren onder meer de frisse Britse dance-bands Lamb en Red Snapper te zien. Afsluiter was Underworld, de enige groep die zaterdag op het hoofdpodium stond. Deze Engelse dance-groep gaf een indrukwekkend optreden dat gedrevenheid koppelde aan muzikale inventiviteit en een talent om de toehoorders in een trance-achtige vervoering te brengen. Underworld is muzikaal gezien een stuk interessanter dan de afsluiter van maandag, Faithless, wiens house-pop-met-rap feestelijk en energiek is, maar ook eenvormig en snel vergeten.

Op maandag kreeg het doorbreken van de zon, een beetje voor twee uur, meer applaus dan de bands die tot dan toe hadden opgetreden. Na de verzorgde countryrock van Ilse de Lange had het Belgische Soulwax meer leven in de brouwerij gebracht, al kwam hun eigenwijze disco-rock pas laat op gang. Het Deense Kashmir bracht melancholieke rock die erg aan Radiohead deed denken. Minder clichématig waren de Britse Manic Street Preachers, die krachtige melodieuze gitaarpop speelden waarin de bezielde zang van James Dean Bradfield opviel. Met sterke nummers als Motorcycle Emptiness en If You Tolerate This, Then Your Children Will Be Next werd de groep populair in Nederland, wat te merken was aan de bijval van het publiek.

Opvallend was verder de overmaat aan melodramatische, kwade zangeressen: alsof één Alanis Morissette, Jewel, Heather Nova of Skin van Skunk Anansie niet genoeg was geweest. De punkgroep de Heideroosjes bracht Kosovo nog ter sprake en Kula Shaker voerde het festival met `spiritual sound vibrations' terug naar de jaren zeventig, naar de tijd van de post-psychedelische hardrock van Uriah Heep.

Verreweg het leukst was de Amerikaanse rapster/zangeres Lauryn Hill, die dit jaar vijf Grammy's won met haar debuutalbum The Miseducation Of Lauryn Hill, een cd die zowel juichende kritieken als hoge verkoopcijfers en hits opleverde. Hill is op dat album vooral bezig met ernstige maatschappelijke, sociale en emotionele zaken, op het podium bleek ze gelukkig ook veel lol te kunnen hebben.

Begeleid door een 15-koppige band speelde ze een aanstekelijke mengeling van hiphop en reggae, dan weer prachtig zingend, dan weer snel rappend. Een onderdeel van het optreden was een wedstrijdje tussen de muzikanten en de DJ die eveneens onderdeel van de band vormde: live-hiphop versus de traditionele DJ-hiphop. De band speelde muziek waar Hill op meezong of rapte, de DJ probeerde daarna met iets te komen dat die prestatie nog overtrof. Bij de eerste rondes won de band; uiteindelijk speelde die de hiphop-hit Hard Knock Life van Jay-z, dat een prima vertolking kreeg van Lauryn Hill. Maar de DJ won glansrijk door Jump Around van House Of Pain op te zetten, dat de hele tent op en neer deed springen.

Dat spelletje, en het op het podium uitnodigen van haar zoontje Zion en haar geliefde Rohan Marley, maakte het optreden een beetje rommelig, maar wel uiterst vermakelijk.