Parels en slijk van een eeuw geleden

Tijdens het fin de siècle van de vorige eeuw ontstonden hoogstaande, hoogromantische composities naast werken die nu overdadig en gedateerd aandoen. De serie Einde van een Eeuw programmeert al enkele seizoenen parels en slijk van de eeuwwisseling in gebroederlijke opeenvolging, met als doel een beeld te schetsen van muziek die honderd jaar geleden werd gecomponeerd.

Het Radio Filharmonisch Orkest opende het laatste concert in de serie met Finlandia (1899) van Jean Sibelius, een eendelig, nationalistisch en oproerkraaiend werk waarin flauwe ritmische figuren gelijk opgaan met net niet verrassende percussie-elementen, toewerkend naar een schrijnend platvloers slot. Dirigent Hans Vonk deed tegen de klippen op zijn best het werk overtuigend te brengen, en hield die vasthoudende gedrevenheid vast in het viertal orkestliederen van Richard Strauss.

Strauss' zo indrukwekkende, soms haast opera-achtig dramatische muzikale vertellingen werden er niet mee tot leven gewekt. Vonk liet het Radio Filharmonisch orkest ongebreideld voortdaveren in een hinderlijk bewijs van de stelling dat honderd musici meer geluid kunnen voortbrengen dan één stem. Wellicht met het doel de radio-opname niet door akoestische concessies te laten vertroebelen, klonk hier een merkwaardige, gespleten uitvoering. Het orkest realiseerde op eigen merites beschouwd een genuanceerde weergave van de begeleidingen, maar verzwolg daarin schaamteloos de teleurstellende bijdragen van solisten Jard van Nes en Bo Skovhus

Hoewel de tekstuele interpretatie van Jard van Nes in het langademige lied Notturno overtuigde, schoten haar stemomvang en uithoudingsvermogen tekort voor langlijnige fraseringen en dramatische spanning.

Ook de Deense bariton Bo Skovhus, een zeer gewild operazanger die op de bühne doorgaans imponeert met persoonlijkheid en vocale draagkracht, bleek niet in staat de breekbare stemming van Strauss' Hymnus te benaderen. Zijn pogingen tot tekstillustratie vielen hoegenaamd weg en in de strijd zich vocaal staande te houden tegenover het orkest ging alle muzikale verfijning teloor.

De Enigma Variations van Elgar, waarin de componist in elk deeltje een treffend en vaak hilarisch portret schetst van een vriend of kennis, boden daarna een dankbaarder voedingsgrond voor orkestraal vertoon.

Na de schrijnende tweespalt in Strauss' liederen en de banaliteiten van Sibelius klonk Elgar als een verademing van Britse correctheid, bovendien eindelijk vertolkt met de eenheid en veelkleurigheid die voordien uitbleven.

Concert: Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Hans Vonk m.m.v. Bo Skovhus (bariton), Jard van Nes (alt). Programma: J. Sibelius: Finlandia; R. Strauss: liederen; E. Elgar: Enigma Variations. Gehoord: 22/5 Concertgebouw Amsterdam. Radio: 27/5 20.02 uur Radio 4.