Kabinetscrisis

1Na een gigantische verkiezingsnederlaag kon D66 in 1998 toch plaats nemen in het kabinet. De olie van Paars I en II liet zich – met minder dan 10 procent van de kiezers achter zich – toch overhalen om mee te doen toen de coalitiepartners genegen bleken in te gaan op de eis van een referendum. Zonder D66 was het wetsvoorstel voor een referendum er niet geweest. Dat is zondermeer een verdienste van D66 en onderhandelaar Thom de Graaf, maar tegelijkertijd was er een situatie ontstaan waar D66 zelf altijd tegen geageerd heeft: het ontstaan van een Kamermeerderheid louter en alleen door de dwang van het regeerakkoord.

Er was echter nog hoop, cq. een horde te nemen voor D66: namelijk de Eerste Kamer. Daarin bestond nu exact een 2/3 meederheid bij de regeringspartijen. Echter, de helft van de Eerste Kamer zou indirect worden herkozen na de Provinciale Statenverkiezingen.

Daar nu leed D66 opnieuw een grote nederlaag, die ertoe zou leiden dat de voor het wetsvoorstel benodigde 2/3 meerderheid zou wegvallen. Je zou verwachten dat men nu dan toch tot de conclusie zou komen dat de kiezer definitief gesproken had: D66 en haar kroonjuweel, het referendum, hebben afgedaan. Maar zo niet D66. Alles werd nu te werk gesteld om vóór de wisseling van de Eerste Kamer het wetsvoorstel door te sluizen. Terwijl de helft van de senatoren al de hand aan de deur hadden, moest het wetsvoorstel dus koste wat kost goedgekeurd worden. Toen de senatoren echter deden wat ze geacht worden te doen – namelijk zorgvuldig afwegen of het wetsvoorstel deugt – leek het toch allemaal mis te gaan en legde Thom de Graaf de beruchte bom onder Paars II. En dat leek te gaan werken.

Gelukkig was er echter nog één senator binnen de regeringspartijen die het hoofd koel hield, die begreep dat een regeerakkoord er nooit toe mag leiden dat een minderheidsvoorstel toch aangenomen wordt, en dat de Grondwet belangrijker is dan een kabinet dat maar vier jaar zit. Ironisch genoeg was dat precies de man die in al die jaren de felste tegenstander van het referendum is geweest. Hij was het echter niet die het kabinet lamlegde, dat hadden de regeringspartijen zelf al gedaan: met het regeerakkoord.