Jury keert zich tegen sterrensysyeem

De ontknoping van het 52ste filmfestival van Cannes `verrassend' noemen zou een eufemisme zijn. De Gouden Palm voor de op de laatste dag vertoonde film Rosetta van de uit Seraing bij Luik afkomstige regisserende broers Luc en Jean-Pierre Dardenne is een excentrieke, maar verdedigbare keuze: na hun eerste echte speelfilm La promesse (1996) is dit portret van een werkloos meisje uit een woonwagenkamp, dat een vriend verraadt om zijn baan als wafelverkoper in te kunnen pikken, een forse stap vooruit. Intens vormgegeven, in adembenemende, van de schouder gedraaide camerabewegingen, werd Rosetta een consequente film. De als documentairemakers begonnen gebroeders Dardenne zijn waardige eerste bezitters van een Gouden Palm voor een film uit de Benelux.

De jury onder voorzitterschap van de Canadese regisseur David Cronenberg gooide er nog een paar schepjes bovenop. Geheel in strijd met de diplomatieke gewoonte de hoofdprijzen van een festival over zo veel mogelijk films te spreiden, bekroonde zij ook de hoofdrolspeelster uit Rosetta, de 17-jarige Emilie Dequenne, die nog op school zat tijdens de opnamen, ex aequo met Séverine Caneele, de eveneens niet-professionele hoofdrolspeelster in Bruno Dumonts L'humanité. Op de persconferentie na afloop vertelde Caneele dat ze tot voor kort groenten verpakte in een conservenfabriek en dacht dat ze in de maling werd genomen, toen ze voor een filmrol gevraagd werd.

Haar tegenspeler, Emmanuel Schotté, bekroond met de acteursprijs, is een traag reagerende militair, die nog het meest doet denken aan een timide versie van Werner Herzogs niet-professionele acteur Bruno S. in Jeder für sich und Gott gegen alle.

De net als Rosetta grimmig-realistische film van Dumont, evenals zijn vorige film La vie de Jésus opgenomen in het op de grens met België gelegen stadje Bailleul, was tijdens de persvoorstelling in Cannes uitgelachen, juist wegens de naar gangbare maatstaven weinig overtuigende acteerprestaties, maar won op de slotavond ook de Grote Juryprijs, ook wel bekend als de Zilveren Palm.

Dumont dankte de jury zondagavond laconiek voor het delen van zijn opvattingen over film, in tegenstelling tot de grote meerderheid van de aanwezige festivalbezoekers, die in de loop van de prijzenceremonie steeds onrustiger werden in hun reacties.

Ook de troostprijzen van de jury waren omstreden: een doorgaans als aanmoediging bedoelde juryprijs voor de 90-jarige Portugees Manoel de Oliveira naar aanleiding van La lettre, inderdaad een van zijn meest interessante recente films, en een scenarioprijs voor Aleksandr Sokoerovs nu niet bepaald in eerste instantie door dialoog of plotopbouw frapperende experimentele film Moloch. Totaal genegeerd werden min of meer favoriete films als Kikujiro van Takeshi Kitano, The Straight Story van David Lynch, Felicia's Journey van Atom Egoyan, Ghost Dog van Jim Jarmusch en Kadosh van Amos Gitaï. De enige concessie van deze jury aan meer voor de hand liggende kwaliteitsopvattingen was de regieprijs voor het zich al de hele week als lieveling van het festival gedragende Spaanse voormalig wonderkind Pedro Almodóvar. In zijn dankwoord noemde de als enige overgebleven vlaggendrager van de traditionele verhalende glamourcinema wel de namen van enkele van de versmade andere regisseurs, maar overigens hield de regisseur van Todo sobre mi madre (nota bene een hommage aan de gekte van door de wol geverfde actrices als Bette Davis of Romy Schneider) het netjes en verborg zijn teleurstelling.

Tijdens het slotdiner na afloop werden de gebroeders Dardenne nog net niet genegeerd, maar toen Almodóvar binnenkwam kreeg hij een staande ovatie. Een hardnekkig gerucht tijdens het dessert was afkomstig uit kringen rond de jury: festivaldirecteur Gilles Jacob had haar eigenzinnigheid lijdzaam getolereerd, maar toch echt in moeten grijpen bij het voornemen Almodóvar slechts met de scenarioprijs te belonen. Die was hij misschien niet eens komen afhalen, en daarom zou op het laatste moment besloten zijn Sokoerovs regieprijs om te zetten in in die voor het beste scenario en Almodóvar te promoveren tot beste regisseur.

Nadat vorig jaar het Deense DOGMA95-manifest had opgeroepen voor meer oprechtheid en authenticiteit in speelfilms, bevestigt de uitslag van Cannes dit jaar dat er een kleine revolte gaande is tegen het sterrensysteem van acteurs en filmauteurs. Het festival bewijst eens te meer dat het niet alleen het belangrijkste is, maar ook door zijn ruimte voor non-conformistische opvattingen een plek waar nog hartstochtelijk over film van mening verschild kan worden.