Ginjaars rondje bepalend voor geschiedschrijving

Alle ogen waren afgelopen week gericht op het VVD-erelid, maar hoe kijken de andere leden van de `Bende van Vijf' terug op de `Nacht van Wiegel'?

Stel dat voorzitter L. Ginjaar van de VVD-senaatsfractie in de vroege ochtend van vorige week woensdag het rondje langs de liberale senatoren anders was begonnen. Dat hij de VVD-Eerste-Kamerleden niet tegen de klok in, maar met de klok méé om hun stemgedrag over de invoering van het correctief referendum had gevraagd. ,,Dan had ik ook tegen gestemd en was de geschiedschrijving heel anders geworden', weet H. Heijne Makkreel, een van de leden die behoorde tot de `Bende van Vijf', de VVD-senatoren die tot op het laatste moment het gewraakte paarse wetsvoorstel wilden tegenhouden.

Bijna een week na dato kijkt Heijne Makkreel nog steeds verbaasd terug op die inmiddels historische fractievergadering. ,,Ginjaar ging het kringetje rond en kwam als eerste bij mij. Ik heb gezegd dat ik om ging, de prijs van een kabinetscrisis was me te hoog. Maar toen hij als laatste Wiegel aan het woord liet en het duidelijk werd dat deze tegen zou stemmen, had ik dat natuurlijk alsnog óók willen doen. Toen kon dat echter niet meer, ik had bij mijn stemverklaring immers niet het voorbehoud gemaakt dat ik alleen bereid was te zwichten als de fractie unaniem zou stemmen.'' Mede-bendelid J. Verbeek schetst eenzelfde beeld van een ,,martelende dag''. ,,Uiteraard had ook ik graag tegen willen stemmen, maar ik kon niet meer terug. Had ik het vantevoren geweten dan had ik er graag over in discussie gewild met de fractie. Wiegels actie kwam voor mij totaal onverwacht.''

In het nachtelijk uur bleek de `Bende van Vijf' slechts een eenling. Alleen Hans Wiegel stemde tegen, nadat hij medestander W. van Eekelen had overtuigd zijn verzet op te geven en bereid bleek de verantwoordelijkheid alleen te dragen. Wiegel nam de regie, maar wel op eigen houtje. Van afspraken, zo benadrukken de vier andere senatoren, was geen sprake.

Geen van hen zegt de afgelopen week nog contact te hebben gehad met het erelid van de partij. Pas vanochtend kwam de VVD-Eerste-Kamerfractie bijeen om de gebeurtenissen te evalueren. Verbeek, die in een nieuwe Senaat niet zal terugkeren, noemt het ,,een merkwaardig einde van mijn politieke loopbaan. En er is ook merkwaardig geopereerd door sommigen, maar ik ga niet met het vingertje wijzen. Dat laat ik voor mijn memoires.'' Van Eekelen zegt ,,een katterig gevoel'' te hebben overgehouden aan de Nacht van Wiegel. ,,Maar uiteindelijk hoeft het helemaal niet slecht uit te pakken. Ik ben in ieder geval blij dat veel andere politieke partijen er van overtuigd lijken dat de VVD zijn uiterste best heeft gedaan om de zaak niet uit de hand te laten lopen.'' Heijne Makkreel is verheugd dat het referendum er uiteindelijk niet komt, maar noemt het ,,slecht voor het land dat er een kabinetscrisis is en als dit er toe zou leiden dat de VVD uit de regering zou moeten''. Hij heeft vooral moeite met de wetenschap dat hij achteraf gewoon de eigen voorkeur tegen het referendum had kunnen volgen, samen met Wiegel of desnoods met meer `bendeleden': ,,Ook dan waren de gevolgen groot geweest, maar die waren dan in ieder geval niet alleen voor mijn rekening. Dát wilde ik persé niet. Nu heb je toch een wat rare smaak in de mond: alsof we Hans in de steek hebben gelaten.''

J. van Graafeiland voelt dat echter niet zo: ,,Ik vond dat minister Peper van binnenlandse zaken, die de discussie op hoog niveau gevoerd heeft, fundamenteel aan een aantal van mijn bezwaren was tegemoet gekomen. Daarnaast vond ik mijn positie binnen de partij niet van dien aard dat ik een tegenstem kon waarmaken. Hans heeft die positie wel. Voor het oog van het kerkvolk zou het trouwens toch geen extra consequentie gehad hebben als ik had tegengestemd.'

De vijf VVD-senatoren waren vorige week dinsdag gedurende de dag bewerkt door het VVD-hoofdbestuur en partijleider H. Dijkstal om hun verzet tegen het referendum te laten varen. ,,Die transformatie voltrok zich in vol afgrijzen', vertelt Verbeek terugkijkend. ,,Uiteindelijk heb ik omwille van het partijbelang het hoofd gebogen. Maar niemand wist iets van het voorgenomen gedrag van Wiegel.'' Verbeek besloot al voor de nachtelijke fractievergadering om het hoofd in de schoot te leggen, Van Eekelen deed dat pas aan het eind van de bijeenkomst, na de aansporing van Wiegel. Heijne Makkreel en Van Graafeiland openbaarden hun beslissing tijdens de fractievergadering. Heijne Makkreel spreekt van ,,een kleine shift in je afweging die kan leiden tot het vallen van het dubbeltje.' Van Graafeiland, die ook zijn laatste dagen slijt in de Eerste Kamer, vindt achteraf dat er vorige week dinsdag zich ,,eigenlijk een heel eerlijk en zuiver proces'' heeft ontwikkeld. Hij wijst er op dat de nu ontstane problemen voorkomen hadden kunnen worden als het kabinet het wetsvoorstel gewoon had ingediend bij de nieuwe Eerste Kamer die vandaag is gekozen: ,,Die nieuwe senaat heeft een samenstelling die een veel beter beeld geeft van de huidige politieke krachtsverhoudingen. Daar was het wetsvoorstel gewoon verworpen en was er nu niet zo veel politieke opwinding geweest.''