Een doodgewone Duitser

Roman Herzog, die over enkele weken als president door Johannes Rau wordt afgelost, was een president van het volk. Geen deftige aristocraat zoals zijn erudiete voorganger Richard Freiherr von Weizsäcker. Herzog, een gezette Beier, had een eigen stijl. Hij was een aangename president en onbevreesd de Duitsers ook onaangename waarheden te vertellen. Hij is erin geslaagd als doodgewone Duitser delicate thema's bespreekbaar te maken.

Zijn start verliep ongemakkelijk. Eigenlijk was de conservatief-liberale Herzog `tweede keus' na de Oost-Duitser Steffen Heitmann, die uiteindelijk als te rechts gold. Maar al na twee jaar was Herzog als president zo populair, dat hij de autocoureur Michael Schumacher en bokser Henry Maske van de eerste plaats had verdrongen.

Als staatshoofd maande Herzog de staat tot bescheidenheid en de burgers tot zelfstandigheid. Met zijn opmerkingen `ontspannen' met het Duitse verleden om te willen gaan, streek hij menigeen tegen de haren in. Natuurlijk wist Herzog welke sporen dat verleden vooral bij de buurlanden had achtergelaten.

Jaren na de beroemde knieval van oud-bondskanselier Willy Brandt, vroeg Herzog de Polen tijdens de vijftigjarige herdenking van de opstand van Warschau opnieuw om vergeving. Maar tegelijkertijd riep Roman Herzog zijn landgenoten op ook naar de toekomst te kijken. Vooral de jongeren maande hij hun kansen te grijpen, een eigen bedrijf te beginnen en een plek te veroveren in een niche van de veelzijdige informatiemaatschappij.

Herzogs ervaring als president van het Constitutionele Hof in Karlsruhe – een onaantastbaar instituut in de Bondsrepubliek waarbij elke burger beklag kan doen – gaf hem als onafhankelijk scheidsrechter, die boven de partijen staat, extra gewicht.

Net als bij zijn voorganger blijft ook bij Herzog een baanbrekende toespraak in herinnering. Bij Von Weizsäcker was het de beroemde rede in 1985 waarin hij de Duitsers opriep van de dag van de nederlaag, 8 mei 1945, een `dag van bevrijding' te maken, omdat toen de basis voor de huidige vijftigjarige democratie werd gelegd.

Met Herzogs naam blijft voor altijd de naam Ruck verbonden, de schok. Middenin de bouwput van Berlijn, verklaarde president Herzog twee jaar geleden bij de heropening van hotel Adlon, dat er ,,door Duitsland een schok moest gaan''. Hij hekelde het gevoel van `verlamming' en `stilstand' dat in de republiek heerste – de `moedeloosheid', de ongelooflijke `mentale depressie' waarin de Duitsers verzonken leken. Wat is er aan de hand met ons land, vroeg hij zijn landgenoten in doodgewone-mensen-taal.

Onomwonden hekelde Herzog de politieke en maatschappelijke verstarring en spoorde de politieke elite aan tot besluitvaardigheid over de noodzakelijke economische, sociale en onderwijshervormingen. In de bondskanselarij van Helmut Kohl werd de toespraak `merkwaardig' genoemd. Maar commentatoren menen dat Herzog met zijn rede de wegbereider was voor de nieuwe SPD-kanselier Gerhard Schröder.

,,De Ruck leidde tot verandering, de ontspannen omgang met het verleden tot normaliteit. Herzog heeft gezaaid wat Schröder heeft geoogst'', stelde de Frankfurter Allgemeine Zeitung vast. Bij de viering van de vijftigjarige Bondsrepubliek in de Rijksdag pleitte Herzog gisteren voor vernieuwing van de sociale zekerheid en het belastingstelsel. De staat verzwakt zichzelf door met subsidies politieke toestemming van zijn burgers te kopen, aldus Herzog. De Duitse deelname aan de Kosovo-oorlog noemde hij een plicht gezien het eigen verleden.

De toespraak was voor bondskanselier Schröder als eenzame `oorlogskanselier' en bij zijn moeizame strijd tegen de dwarsbomers van sociale vernieuwing een dankbare steun in de rug.