Een Belgische krantenheld

,,Het spijt me teergeliefde vader, maar ik kan nu geen tijd vrijmaken'', zegt zoon prof.dr. Adhemar tegen zijn vader Nero in het stripalbum De Kleine Pieterman: de kleine geleerde moet een `gesofistikeerde' raket voor de Belgische landverdediging ontwerpen. Nero, een bolbuikige kale vijftiger, is al 51 jaar een bekende en geliefde krantenstripheld in Vlaanderen. Eigenlijk is hij een antiheld. ,,Ik wilde geen held die alles oplost, zoals Kuifje. Ik wilde meer een held in de geest van de Marx Brothers'', vertelt de 75-jarige Marc Sleen (pseudoniem voor Marc Neels) in de aan hem en zijn creatie gewijde uitzending van het programma Histories vanavond.

De boeken van Nero zijn in Nederland wel te koop, maar nooit zo populair geworden als die van de vergelijkbare Vlaamse striphelden, Suske en Wiske – terwijl de Nero-verhalen geestiger en kolderieker zijn en bovendien levendiger getekend. Dat Nero en zijn vele compagnons, de detective Van Zwam, de kinderen Petoetje en Petatje en meneer en madam Pheip nooit zo de harten van Nederlanders veroverd hebben, komt wellicht doordat Nero vooral voor volwassenen bestemd is, en als dagelijkse krantenstrip in de Standaard vol grappige verwijzingen naar de Belgische actualiteit zit. Suske en Wiske zijn via de lezende kinderen Nederland binnengedrongen.

Nero en de pijprokende madam Pheip zijn eigenlijk het best te vergelijken met Pa Pinkelman en Tante Pollewop, de door Godfried Bomans en tekenaar Carol Voges in de jaren vijftig ontworpen stripfiguren uit de Volkskrant: rondborstige burgers die met hun entourage in krankzinnige avonturen belanden, die dicht langs de actualiteit scheren. Zoals Pa Pinkelman de staatslieden uit die tijd zoals Romme op de hak nam, zo zien we in Nero de dikke Belgische politicus Jean-Luc Dehaene of anderen bij het `frietkot' staan.

Madame Pheip, een pijprokende doortastende tante, lijkt uiterlijk zelfs wel wat op Tante Pollewop, en ook Bomans wijsneuzig ventje jongeheer Kareltje is van eenzelfde type als Nero's zoon Adhemar. Flop, het negervriendje bij Pa Pinkelman, had nog een botje door zijn neus, maar het donkere kroeskopje Petoetje is een modern negerjochie.

Eigenlijk is Nero de Belgische Pa Pinkelman, die moeiteloos een halve eeuw doorgeleefd heeft, en mee is ontwikkeld met de tijd.

De Canvas-uitzending geeft aan de hand van interviews met Nero's schepper en anderen een aardig beeld van de ontwikkeling van de Vlaamse krantenstripheld. Sleen legt uit hoe hij als karikaturist van de krant De Nieuwe Gids in 1948 begon met een strip over detective Van Zwam, en daarin kwam deze `dikkentief' in een gesticht een man tegen die dacht dat hij Nero was: vandaar dat hij blaadjes achter zijn oren heeft, als de lauwerkrans van de romeinse keizer Nero. Die Nero nam al snel de hoofdrol over in de strip – en doet dat nog steeds, nu Sleen de scenario's schrijft en de jongere Dick Stallaert het tekenwerk doet. De Belgische koning ridderde de ijverige striptekenaar Sleen vorig jaar, vandaar dat het tv-programma als titel heeft Marc Sleen: Ridder van de tekenpen.

Inmiddels heeft Sleen vorig jaar het tweehonderdste album gebracht, en is de Standaard-uitgeverij begonnen met de heruitgave van de eerste `klassieke' Nero-verhalen van vlak na de oorlog.

Histories: Marc Sleen: Ridder van de tekenpen, Canvas, 20.55-21.45u.