VVD is tot op het bot verdeeld

De VVD is verdeeld, niet alleen over het referendum, maar eigenlijk over het leven zelf. Hang naar zekerheid versus drang naar openheid.

Het `tegen' van Hans Wiegel dat dinsdagnacht in de Eerste Kamer klonk was veel meer dan een stem tegen de invoering van het correctief referendum. Het was ook een stem tegen paars en tegen de moderne tijd in het algemeen. Het `tegen' van Wiegel symboliseert een diepe verdeeldheid binnen de VVD, niet alleen over politiek, maar over de hele samenleving, ja over het leven zelf.

De antwoorden van 546 respondenten, allen VVD-stemmers, op een enquête die Nipo donderdag uitvoerde in opdracht van NRC Handelsblad bevestigen het bestaan van die verdeeldheid. Uiteraard vormt het spectrum van opvattingen binnen de partij een continuum, maar daarbinnen zijn twee geprononceerde vleugels te onderscheiden.

Over het referendum is de partij tot op het bot verdeeld, dat was bekend. Uit de enquête van deze week blijkt dat de voorstanders net de overhand hebben: 48 procent is voor, 42 procent tegen. Opmerkelijk zijn de bewoordingen waarmee voor- en tegenstanders hun keuze motiveren. ,,We kiezen al een regering, vervolgens vertrouwen we die regering dan toe om beslissingen te nemen'', aldus een tegenstander. ,,Omdat de kans groot is dat er beslissingen genomen worden door mensen die niet voldoende kennis van zaken hebben'', waarschuwt een geestverwant. ,,Ik vind dat leken zich niet met de politiek moeten bemoeien'', stelt een ander. Uit vele van de meer dan honderd motiveringen blijkt een houding van `de regering moet regeren en daarbij haar verantwoordelijkheid nemen'. Het nemen van impopulaire maatregelen, het afwegen van deelbelangen tegen het algemeen belang, dat zijn zaken die daarbij horen. Een zekere distantie tussen burgers en politici is daarvoor in de ogen van deze mensen noodzakelijk. De tegenstanders hebben in het algemeen weinig vertrouwen in het vermogen van gewone burgers om afgewogen besluiten te nemen.

Man van stavastt

Welk een andere termen gebruiken de voorstanders. ,,Het verder uitbouwen van democratie'', meldt de een. ,,Je kunt als burger dan direct een mening geven over een onderwerp en bent dan niet afhankelijk van de politieke partijen'', expliciteert een ander. ,,Om direct mee te kunnen beslissen in belangrijke zaken'', stelt een andere voorstander. Uit hun woorden blijkt niet alleen veel minder vertrouwen in `de regering die regeert', maar zelfs als dat vertrouwen er wel is, willen ze als burger zélf meedoen in de besluitvorming en niet alles delegeren. Ze hebben er in tegenstelling tot de tegenstanders wél vertrouwen in dat burgers dat kunnen.

Hoewel een minderheid van de VVD-aanhangers voorstander is van nieuwe verkiezingen, hebben vrijwel alle ondervraagden duidelijke opvattingen over de meest gewenste lijsttrekker en de meest gewenste coalitie. Ook hier twee kampen. De meest gewenste lijsttrekker is Hans Dijkstal, maar hij krijgt slechts de steun van 28 procent van zijn partij-aanhang. Hans Wiegel volgt hem met 25 procent op de voet. Bolkestein scoort 20 procent, de rest telt nauwelijks mee. Wederom zijn de verschillen in de bewoordingen van de motieven opmerkelijker dan de cijfers.

De aanhangers van Wiegel gebruiken termen als ,,ervaren bestuurder, degelijk, recht door zee'' en ,,een man van stavast''. ,,Omdat de goede tijden dan weer herleven, in de vorm van rechtlijnige uitspraken en dan ook woord houden, er worden teveel compromissen gesloten'', onderbouwt een Wiegel-adept zijn voorkeur. Uit vele uitspraken spreekt een verlangen naar zekerheid, naar de `helderheid van vroeger' en een afkeer van complexe compromissen.

Hoe anders spreken de aanhangers van Dijkstal. ,,Openheid voor ideeën'', ,,een sympathieke uitstraling'' (dat wordt over Wiegel door niemand opgemerkt, wel over Zalm en Jorritsma), ,,een bruggenbouwer'' en ,,heeft een nuchtere blik en is voldoende diplomatiek''. ,,Hij vertegenwoordigt een optimistische generatie en schijnt de regentenstijl te willen verlaten'', verwoordt een Dijkstal-adept de kern van de zaak. Uit de uitspraken spreekt een verlangen naar openheid en de overtuiging dat compromissen sluiten geen noodzakelijk kwaad is, maar een essentieel en waardevol aspect van hedendaagse politiek. Waar de Wiegel-aanhangers vooral terugblikken, kijken de Dijkstal-aanhangers vooruit.

Babyboom-generatie

De aanhangers van Bolkestein zitten daar tussenin. Van hem wordt vooral zijn uitstraling genoemd. ,,Ik denk ook dat hij een eenheid kan houden in de partij'', merkt een van hen op. Enerzijds heeft hij paars mogelijk gemaakt (en past hij in het Dijkstalprofiel), anderzijds doet hij geprononceerde uitspraken, `zegt hij waar het op staat' (wat vooral in Wiegelwereld wordt gewaardeerd). In de voorkeur voor een coalitie na nieuwe verkiezingen spreekt bijna een kwart zich uit voor een regering van VVD en CDA. Het zijn de mensen die vinden dat het vroeger beter was, dat er weer respect voor normen en waarden moet zijn. Het is de conservatieve vleugel van de VVD.

In totaal 42 procent spreekt zich uit voor paars, mét of zonder D66 (in mei vorig jaar was dat nog 67 procent). Hier vinden we de aanhangers van Dijkstal, de mensen die toekomstgericht zijn. Niet dat zij ertégen zijn dat er meer respect komt voor normen en waarden, maar zij beseffen én accepteren dat zoiets niet per decreet te regelen valt.

De gangbare tweedeling die meestal opduikt in analyses over de achterban van de VVD, die tussen conservatieve en een liberale of sociaal-liberale vleugel, schiet te kort om de gevonden verschillen te duiden. Waar de term conservatief wel past op de Wiegel-vleugel, is liberaal of sociaal-liberaal niet onderscheidend genoeg voor de Dijkstal-vleugel. De tweedeling van de Amerikaanse politicoloog Ronald Inglehart tussen materialistisch en post-materialistisch past veel beter op de waardencomplexen die uit de gebruikte bewoordingen van de geënquêteerden naar voren komen.

Materialisme staat daarbij voor behoeften aan fysieke veiligheid en economische zekerheid. Dit waardencomplex is dominant bij de generaties van voor 1945, maar is daarna zeker niet verdwenen. Post-materialisten hechten meer aan immateriële waarden: kwaliteit van het leven (milieu), vrijheid van expressie, individualisme (minder hiërarchie) en tolerantie. Dit waardencomplex won snel aanhang onder de babyboom-generatie en handhaafde zich in de generaties die daarna kwamen. Het zijn de ideeën waar Wiegels `tegen' óók tegen gericht was.