Veertien jaar geëist tegen Taartman

Tegen de Amsterdamse banketbakker A.C., alias Taartman, is gisteren voor de rechtbank van Amsterdam een gevangenisstraf geëist van veertien jaar. Het openbaar ministerie acht hem schuldig aan de invoer van 1.628 kilo cocaïne via België uit Venezuela en poging tot smokkel van ruim 10.000 kilo hasj uit Sri Lanka.

De banketbakker gaf volgens justitie leiding aan een criminele organisatie. Tegen een handlanger eiste justitie zes jaar celstraf.

Taartman wordt in verband gebracht met de IRT-affaire. Hij zou in 1991 onderwerp van onderzoek zijn geweest van de Haarlemse CID-politiemensen Langendoen en Van Vondel. Om hem te kunnen aanpakken zouden zij de Belgische `sapman' R. hebben laten infiltreren in het bedrijf van Taartman. Over deze opsporingsmethode en wie hiervan precies op de hoogte was, is nooit duidelijkheid gekomen. De banketbakker is tot 1997 nooit strafrechtelijk vervolgd.

Tijdens de rechtszitting meed justitie de namen van Langendoen en Van Vondel zorgvuldig. Het betrof volgens officier van justitie E. Noordhoek een gewone drugszaak die aan het rollen was gekomen na rechtshulpverzoeken uit België en Sri Lanka. In Sri Lanka gold Taartman als verdachte nadat een schip met 10.000 kilo hasj voor de kust was onderschept. In België was de banketbakker naar voren gekomen in een onderzoek naar drugssmokkel door Napoleon de M., ook in bezit van een sapfabriek. Hij wordt daardoor de tweede sapman genoemd. Pas toen in België Taartman niet verder werd vervolgd, besloot justitie hem naar eigen zeggen in Nederland te vervolgen.

Maar bij de advocaten vielen de namen van Langendoen en Van Vondel wel enige keren. Zij geloven niet dat deze zaak aan het rollen is gekomen door de Belgische justitie. De overname van de zaak door de Nederlandse justitie en het verzamelen van het bewijs is volgens Taartmans advocaat J. Verhoef onrechtmatig geweest.

Een belangrijk deel van het bewijs wordt gevormd door verklaringen van kroongetuige R., die tot acht jaar is veroordeeld. In ruil voor strafvermindering van drie jaar en een financiële schikking heeft hij belastende verklaringen afgelegd. Sinds het Hakkelaar-proces zijn kroongetuigen toegestaan, maar volgens Taartmans tweede advocaat P. Tijsterman is R. te onbetrouwbaar. Justitie heeft volgens hem meer eisen van de kroongetuige ingewilligd dan op papier staat. Zo zou justitie een hoger beroep tegen R. hebben ingetrokken.

De kroongetuige heeft in totaal over zes personen alsmede over ambtenaren belastende verklaringen afgelegd. Of die ambtenaren Langendoen en Van Vondel zijn, wil justitie niet zeggen. Taartman ontkent elke betrokkenheid bij de handel in drugs. Uitspraak 4 juni.