TIENERMISLEIDING 3

Wat prof.dr. Piet Borst schrijft onder het hoofd Tienermisleiding (W&O, 24 april), valt in twee zaken uiteen: niet correcte voorlichting over de klinische wetenschap en een op bepaalde punten evenmin correcte voorlichting over niet door collega Borst geaccepteerde medische benaderingen. De in het artikel gedemonstreerde boosheid is, tot aan de grens waar beledigingen beginnen, invoelbaar. Daaroverheen echter niet meer.

Ik heb ongeveer in dezelfde tijd als collega Borst de opleiding geneeskunde aan de G.U. te Amsterdam gevolgd. Wat voor hem als het hoogst mogelijke gold, was dit niet voor mij. Ik heb daarom naar andere therapieën uitgezien en heb, met name in de homeopathische geneeskunde, gevonden wat ik zocht. Het is een therapie, die op een ander, maar zeker niet minder niveau, een zieke mens behulpzaam kan zijn. Ik probeer zorgvuldig, zo precies mogelijk en theoretisch goed onderbouwd mijn werk voor de patiënten, die mijn hulp inroepen te doen. Anders dan klinische collega's als Borst, maar niet minder verantwoord.

Het woord kwakzalver dat collega Borst mede aan mijn persoon richtte, vind ik daarom niet correct. Ik zou collega Borst willen vragen om dit niet meer in deze context te gebruiken.