`Ter Apel' zet bijna niemand land uit

Tweede-Kamerlid J. Wijn (CDA) heeft staatssecretaris Cohen (Justitie) om opheldering gevraagd over de werkwijze van het `verwijdercentrum' Ter Apel, dat uitgeprocedeerde asielzoekers terug moet sturen naar het land van herkomst.

Van de 416 uitgeprocedeerden die zich vorig jaar in Ter Apel bevonden zijn er slechts 74 het land uitgezet (18 procent); 92 zijn `vertrokken met onbekende bestemming' (22 procent), wat in de praktijk vaak betekent dat ze onderduiken. De overigen zijn in de reguliere opvang gebleven. In 1997, toen 611 mensen werden geplaatst, zette Ter Apel nog 192 mensen het land uit (31 procent).

Uitgeprocedeerde asielzoekers komen alleen in Ter Apel terecht als ze `technisch moeilijk uitzetbaar' zijn, doordat ze bijvoorbeeld geen papieren meer hebben waaruit het land van herkomst blijkt. Ze krijgen dan een schriftelijk verzoek om zich te melden in Ter Apel.

Vorig jaar werden 1.299 uitgeprocedeerde asielzoekers aangeschreven, van wie er zich 366 (28 procent) daadwerkelijk in Ter Apel hebben gemeld. ,,Het land verlaten is uiteindelijk de eigen verantwoordelijkheid van de vreemdeling'', zegt een woordvoerder van Justitie. Van meer dan 500 uitgeprocedeerden is niet bekend waar ze gebleven zijn. Volgens het Kamerlid Wijn betekent dit dat in de praktijk nauwelijks uitgeprocedeerden het land worden uitgezet. ,,Ik heb al weken geleden gevraagd hoeveel verwijderbare asielzoekers zich nog in de opvang bevinden, maar ik heb nog steeds geen antwoord. Dus het zijn er óf te veel, óf ze hebben geen idee.''

Hij wil dat staatssecretaris Cohen de werkwijze van het verwijdercentrum evalueert en dat hij komt met een plan van aanpak. ,,Mensen worden nu gewoon op de trein naar Ter Apel gezet. En het is niet te vinden, ik heb zelf een keer anderhalf uur in die buurt met de auto rondgereden.''