Slapen met de vijand

In hun huwelijksnacht vreeën Lia van de Donk en haar man André voor het eerst zonder condoom. Op zijn verzoek. Wat zij echter niet wist: hij was seropositief. Nu beschuldigt zij André van een poging tot doodslag. Deze week moet hij verschijnen voor de rechtbank van Maastricht. Lia: `Ik pieker al twee jaar over de vraag waarom hij mij dit aan wilde doen.'

Ontsteekt kaarsenvuur en schreeuwt het van de hoogste gebouwen: Lia en André zetten de grote stap en gaan trouwen.'' Een witte kaart met bloemetjesmotief was de annonce voor wat ,,een knalfeest'' zou worden. André, kapper in het dagelijks leven, had in het zwart geverfde haar van zijn aanstaande vrouw witte orchideën gevlochten. Hij droeg een goudkleurig pak, zij een zwarte lange jurk met meterslange sleep. Er was een Indonesisch buffet, een travestie-act en een band.

Lia van de Donk uit Heerlen weet nu wat André zelf toen al wist: hij was besmet met het HIV-virus. En hij zou dat virus misschien diezelfde avond nog op haar gaan overdragen. Lia: ,,Ik pieker al twee jaar over de vraag waarom hij mij dit aan wilde doen. Ik kan nog steeds geen conclusie trekken.''

Aanstaande donderdag begint in Maastricht een rechtzaak waarin de officier van Justitie André beschuldigt van poging tot doodslag op zijn ex-vrouw, Lia. Poging, want Lia raakte wonderlijk genoeg in de vier jaar dat ze met André was getrouwd, niet besmet. Het is de eerste keer in Nederland dat (poging tot) besmetting met het HIV-virus tot een strafzaak leidt. Speciale wetgeving voor besmetting met HIV ontbreekt. Niemand kan strafrechtelijk worden verplicht om zich op het virus te laten testen en nergens staat dat wie besmet is, dit moet melden aan zijn partner. Artsen die van de besmetting op de hoogte zijn, hebben bovendien zwijgplicht. Dat maakt bewijsvoering moeilijk.

Maar als het bewijs er is, bestaat voor (poging tot) HIV-besmetting in het strafrecht wel een paraplu: (poging tot) doodslag, mishandeling of het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. De zaak van Lia en André is uniek, omdat de officier van Justitie meent te beschikken over voldoende bewijs voor poging tot doodslag door André.

Lia (41), een kleine blonde vrouw die haar grote blauwe ogen accentueert met felle blauwe oogschaduw, woont in een appartement in Heerlen dat is geschilderd in vrolijke felle kleuren. Het is er opvallend schoon en opgeruimd. Ze lijdt sinds een jaar aan smetvrees, zegt ze later in het gesprek. Haar psychiater, die haar sinds haar scheiding bijstaat, schrijft die aandoening toe aan ,,angst voor besmetting.''

Ze vertelt over haar huwelijk met André uit Brunssum zoals een slachtoffer verslag doet van een auto-ongeluk: nog half verdoofd door de verbazing over wat er is gebeurd. ,,Ik ontmoette hem in een dancing in Heerlen. Het was meteen bam, boem, helemaal verliefd. Hij was een mooie jongen, een echte charmeur. Ik was 34, hij 25, maar hij was volwassen voor zijn leeftijd. Hij vertelde veel over zichzelf, ik legde al snel mijn hele leven op tafel. Of we nou samen op stap gingen of thuis bleven, het was altijd gezellig. Ik kook niet graag, hij wel, dus dat kwam prachtig uit. Hij was een sloddervos, ik een Pietje precies. We hebben veel gelachen samen, met tranen in onze ogen krom op de bank gelegen. Mijn moeder was ook erg in haar sas met hem. Mijn hele familie eigenlijk.

,,In het begin vreeën we met condoom. Maar hij maakte al snel duidelijk dat hij dat niks vond. Hij vond: als we getrouwd zijn, moeten we het zonder condoom doen. Toen heb ik gezegd: laten we dan een aids-test doen. Hij was woedend, riep dat ik hem niet vertrouwde. Op een gegeven moment heeft hij een briefje voor mijn neus gehouden, waar `negatief' op stond. Dat briefje, zijn boosheid en mijn verliefdheid, leidden ertoe dat we vanaf de eerste huwelijksnacht zonder condoom zijn gaan vrijen.

,,Ik wist dat hij biseksueel was. Of althans: hij viel voor tachtig procent op vrouwen. Ik vond dat geen probleem. Ik was overtuigd van zijn liefde voor mij. Als hij uit zijn werk kwam, riep hij bij de deur al: `oh, wat heb ik je gemist'. Hij bracht bloemen mee, eau de toilette, lippenstift en nagellak. Hij knutselde ook voor me. Dan zat hij in de keuken een verjaardagskaart te maken en riep hij: niet binnenkomen! Of hij zong liedjes voor me van de radio.

,,Toen wij twee jaar getrouwd waren, begon hij vreemd te gaan. Er gingen al langer geruchten, maar op een dag betrapte ik hem zelf. Hij zat in een café naast ons huis voor het raam hevig te zoenen met een meid. Je herkent je eigen man uit je ooghoek, dus ik liep langs en dacht: hè? Ons huwelijk was toen nog koek en ei. Het was een grote schok. Maar hij kwam met beloftes: ik zal het nooit meer doen. Ik was verliefd en goedgelovig.

,,Het vreemdgaan werd steeds erger. Hij kwam iedere avond pas om negen uur terug van zijn werk in een kapperszaak in Aken. Dan zei ik: `André, hoe kan dat nou toch? Er gaat een rechtstreekse bus van Aken naar Heerlen.' Dan kwam hij weer met een heel verhaal. Dat liegen was een ziekte van hem. Ik zag in de keuken een keer een glas in de prullenbak liggen. Ik vroeg: `heb jij dat glas gebroken?' Hij zei: `nee'. `Maar André', zei ik, `jij en ik zijn alleen in dit huis met een cavia, wie kan dat glas dan gebroken hebben?' Door het vreemdgaan en het liegen heb ik uiteindelijk besloten om bij hem weg te gaan.''

Toen we naar Vaals verhuisden, kregen we korte tijd dezelfde huisarts. Die huisarts begon al vrij snel vragen te stellen over mijn seksleven. Ik vond dat eigenaardig, maar dacht: typisch een plattelandsdokter die alles van zijn patiënten wil weten. Ik vertelde hem dat er niks op aan te merken was. En dat was ook niet zo, André hield veel van seks. Later heeft die huisarts mij verteld dat wij hem voor een vreselijk dilemma plaatsten. Hij had in André's dossier gezien dat hij HIV-besmet was. Hij heeft zich in alle bochten gewrongen om erachter te komen of ik dat wist. Hij zou strafbaar zijn als hij het me vertelde. Hij moest aanhoren wat een fijne seks we hadden, zonder dat hij iets kon doen. Toen ik een schimmelinfectie kreeg, vroeg hij of ik geen aidstest wilde doen. Mensen met aids hebben namelijk wel eens last van zulke infecties, zei hij. De uitslag was negatief. Voor mijn huisarts was dat een grote opluchting. Voor mij niet. Ik wist van niks.

,,Ik heb André toen gevraagd om zich te laten testen. Hij ging zo vaak vreemd, dan kon ik wel aan de gang blijven met testen. Een tijdje later kwam hij thuis met de mededeling dat hij seropositief was. Dat was een schok. Maar ons huwelijk was toen al zo slecht, dat mijn eerste gedachte was: `nu kan ik niet scheiden. Als hij ziek is, moet ik voor hem zorgen'. Ik heb de scheiding toen uitgesteld. Hij was allang blij: zijn eten werd gekookt, zijn was werd gedaan en 's avonds kon hij gaan stappen.

,,De grote klap kwam in 1996, toen we hadden besloten om toch te scheiden. Mijn broer was gekomen om ons te helpen met de boedelscheiding. Tijdens een wandeling met mijn broer heeft André zich toen versproken. Mijn broer zei: het is jammer, jullie pasten zo goed bij elkaar. André antwoordde: `ja, maar zij heeft geen zin om voor mij te zorgen als ik ziek ben'. Mijn broer zei: `ach, je bent nog maar pas besmet, het kan nog jaren duren voor je ziek wordt'. Toen zei André: `maar ik heb het al tien jaar en ik ben al ziek'.

,,Ik moest meteen denken aan onze trouwdag. Hoe kun je tijdens het vrijen roepen: `oh, wat hou ik van je', in de wetenschap dat je misschien bezig bent om iemand te besmetten? Ik heb wekenlang als een zombie rondgelopen. Het was alsof ik was flauwgevallen. Na een maand ben ik ontwaakt. Ik zei tegen mijn broer: `verdomme, hij heeft gewoon met mijn leven zitten spelen'. Ik hoorde van een buurvrouw dat hij inmiddels een nieuw meisje had. Een jong kind uit Duitsland. Ik dacht: `dit moet stoppen'. Ik ga hem aanklagen. Mijn advocaat zei eerst dat het moeilijk was, omdat er geen wet voor is. Maar hij heeft met de officier van Justitie gepraat. Een maand later kreeg ik bericht dat ik een aanklacht kon indienen.

Tegenover de politie heeft hij het gewoon toegegeven. Ja, hij wist dat hij mij kon besmetten. Ik kan dat onmogelijk rijmen met de liefde die er was tussen ons. Daarom denk ik nu: ik heb van hem gehouden, maar hij niet van mij. Hij was een kameleon. Bij zijn oma was hij het kind, bij zijn zus de grote broer en bij mij de liefhebbende echtgenoot. Allemaal spel. Het angstige is, hij heeft zoveel gelogen, dat ik niet meer weet wat waar is. Ik herinner mij een gesprek met zijn oma. Ik vertelde haar dat ik geen kinderen kon krijgen. Toen zei ze: `dat zou ook niet kunnen met die ziekte'. Ik keek naar André, maar die liep de kamer uit. Ik ben er niet meer op teruggekomen. Nu denk ik: zou zijn familie het al die tijd gewoon geweten hebben?

Als hij vrouwen zou haten, zou ik het kunnen begrijpen. Maar dat is niet zo. Hij had geen hekel aan mij. Hij was lief voor mij. Achteraf zie ik wel dat hij egocentrisch was. Tijdens een aktie voor Rwanda heb ik een keer 250 gulden overgemaakt. Daar was hij razend over. Wat we voor dat geld niet allemaal hadden kunnen doen. Dat was typisch André. Als hij het maar goed had. Als hij kookte, gooide hij er ladingen sambal in. Ik kan niet tegen sambal, ik krijg er drie dagen darmkrampen van. Dus dan vroeg ik: `kun je voor mij een apart bordje maken, zonder sambal?' `Nee', zei hij, `dat is niet lekker'. Keer op keer die bak met sambal voor je neus en dan weer dagen ziek. Ik zei: `André, als je van me houdt, geef je mij die sambal niet'. Dat begreep hij niet.

Van de politie hoorde ik dat hij op de vraag waarom hij me had proberen te besmetten, zijn schouders ophaalde. Dat is heel pijnlijk. Mijn leven was waardeloos voor hem. Ik was de deurmat waarop hij zijn voeten veegde. Als ik terugdenk aan onze vrijpartijen, gaat het kriebelen. Ik ga over mijn nek bij het idee dat hij aan me heeft gezeten. Zo vies.

,,In Nederland gaat men ervan uit dat mensen die seropositief zijn, daar verantwoordelijk mee omspringen. Maar ik zal niet de enige zijn die dit meemaakt. Er zou een meldplicht moeten zijn. Ik kon het pas met mijn huisarts bespreken nadat André zelf had toegegeven dat hij allang besmet was. Huisartsen moeten de mogelijkheid hebben om hun patiënten te waarschuwen. Stel dat ik zwanger had willen worden, dan had die huisarts ter plekke toch een hartaanval gekregen?

,,Ik weet niet met hoeveel mensen André seks heeft gehad. Misschien wel honderd. Mannen en vrouwen. Hij had ieder weekend een ander. Ik ken twee vrouwen die met hem gevreeën hebben. Zij zijn geen van beide besmet omdat ze condooms hebben gebruikt. Maar van de rest weet ik niks. Het laatste wat ik van hem weet, is dat hij een jaar geleden net over de Duitse grens woonde, bij Vaals.

,,Ik durfde uit schaamte een jaar niet buiten te komen. Binnen een kwartier geld pinnen, de supermarkt in en weer naar huis. Ik durf niet meer naast een man te zitten. Bij de evangelische kerk waar ik lid van ben, zit een aardige man die vrijgezel is. Maar ik denk meteen: als hij maar niks van me wil. Terwijl die man gewoon in zijn bijbel zit te lezen. Ik denk niet dat ik ooit nog een vriend krijg.''

André onthoudt zich van commentaar.