Op zoek naar weke delen

Enkele weken geleden is een begin gemaakt met het uitgraven van een nagenoeg compleet fossiel van een wolharige mammoet. Het dier is in de Noord-Siberische permafrost geconserveerd gebleven. Mammoetspecialist Dick Mol was erbij.

`WAAR IK VOORAL op hoop is dat we het geslachtsdeel van deze mammoet intact zullen aantreffen.' Zei Dick Mol vlak voor hij naar het Noord-Siberische Tajmyr schiereiland afreisde om een nagenoeg compleet fossiel van een onlangs ontdekte wolharige mammoet te bekijken. Net een week terug van de expeditie, laat Mol weten dat hij het geslachtsdeel niet gevonden heeft. Spijtig. ``Want dan hadden we wellicht kunnen vaststellen of de grote, gedraaide slagtanden die we onlangs hebben gevonden, specifiek zijn voor mammoetstieren. Tot nu toe zijn uitsluitend mammoetkadavers zonder tanden aangetroffen omdat die er door de plaatselijke bewoners altijd direct uit gesloopt worden.''

Ook dit keer bleek veel materiaal beschadigd. Bij eerdere pogingen om het dier uit de graven, afgelopen november, is vrij onzorgvuldig te werk gegaan. Om dit te illustreren duikt Mol tussen de tot manshoogte reikende mammoetdijbenen, -ruggenwervels, -slagtanden, -scheenbenen, -kaken, -voetkootjes en wat al niet meer, die alle wanden en een groot deel van de tussenliggende ruimte van zijn kleine eensgezinswoning bedekt. Hij komt terug met een plastic zakje met een in drieën gebroken rib van de zojuist uitgegraven mammoet. Mol: ``Kijk, die lui hebben net zo lang staan trekken en wrikken aan dat ding tot het in drieën brak.'' Het bot ziet eruit alsof het net van de slacht komt, de gedroogde sliertjes vlees hangen er nog aan. Je zou zelfs denken dat aan dit 20.000 jaar oude bot zelfs nog een vleugje `mammoetlucht' hangt, of is dat suggestie?

Het verhaal begon twee jaar geleden, toen een aantal Dolganen, de plaatselijke bewoners van het Tajmyr schiereiland, tijdens de rendierjacht een punt van een mammoetslagtand uit de permafrost zag steken. Het was een goede vondst want mammoet-ivoor levert niet alleen de nodige cash flow, maar is ook fantastisch materiaal om duurzame gebruiksvoorwerpen van te maken. Na het nodige hak- en graafwerk, waarbij de schedel werd vernield, bond de heer Gennady Jarkov, de ontdekker van de mammoet, de twee ongeveer 290 cm lange, spiraalvormige slagtanden die ieder zo'n 60 kilo wogen, op zijn slede en toog huiswaarts. De Jarkov-mammoet zou eveneens als kadaver zonder tanden de geschiedenis zijn ingegaan als niet kort daarop de Fransman Bernard Buigues, eigenaar van Cercles Polair Expéditions (Cerpolex) – een reisbureau dat al jaren toeristische reizen naar het Arctische gebied organiseert – van de vondst hoorde en eens poolshoogte ging nemen. Buigues had zich nog nooit voor enig fossiel geïnteresseerd, maar voelde op zijn klompen aan dat deze vondst niet alledaags was. Hij verzamelde delen van de vernielde schedel alsook wat huid en haar en liet dat gekoeld bewaren in Chatanga, de hoofdstad van Tajmyr.

Eenmaal in Parijs ging hij op zoek naar een paleontoloog die hem meer zou kunnen vertellen over mammoetkadavers. Hij kwam terecht bij Dick Mol, douanier van beroep, die zich sinds jaar en dag met overblijfselen van mammoeten en andere Pleistocene zoogdieren bezighoudt. Mol: ``Nog geen dag na zijn telefoontje zat Buigues bij mij aan tafel en hebben we een plan gemaakt om dat beest uit te graven.''

Buigues wilde van de opgraving een documentaire maken voor onder andere Discovery Channel en dat leek Mol een uitgelezen moment om nu eindelijk Nederland als `mammoetland' eens op de kaart te zetten. Want wie weet nu dat Nederland, na Rusland, de op een na grootste collectie mammoetbotten ter wereld heeft? Het Leidse museum Naturalis staat bijvoorbeeld vol met botten uit de Noordzee, die daar sinds jaar en dag door vissers worden opgevist. Toen tijdens de laatste ijstijd door ijsophoping op het noordelijk halfrond de zeespiegel met 100 meter daalde, vormde de drooggelegde Noordzee een ideale biotoop voor wolharige mammoeten, neushoorns en andere zoogdieren. Aldus zorgde Mol ervoor dat de gehele Nederlandse Pleistocene `scene' tijdens de documentaire aan bod zal komen, van de `bottenzolder' van Naturalis tot de vissers die botten vangen, de onderzoekers die ze dateren en de amateurpaleontologen die zich, verenigd in de Werkgroep Pleistocene Zoogdieren, vol enthousiasme storten op elkaars vondsten van fossiele muizenkiezen en mastodontenschedels.

Mol liet door Buigues meegebrachte kleine stukjes bot, huid en haar dateren in het Van der Graaff Laboratorium in Utrecht en kreeg vervolgens te horen dat de mammoet rond 20.000 jaar geleden geleefd moet hebben. Uit de toestand van de kiezen concludeerde men dat het dier ongeveer 47 jaar geweest moet zijn, relatief oud als men ervan uitgaat dat mammoeten, net als olifanten 60 tot 70 jaar kunnen worden. De uit de haren gezeefde modder is aan een pollenanalyse onderworpen en leverde informatie op over planten die karakteristiek zijn voor graslanden, door zoogdierpaleontologen aangeduid met `mammoetsteppe'.

GEBOORTEKANAAL

Het geslachtsdeel mocht dan inmiddels vergaan zijn, het door het team opgegraven puntgave bekken van de Jarkov-mammoet gaf toch duidelijkheid genoeg over het geslacht van het dier. Mol: ``Er is nog niet zo lang geleden onderzoek gedaan naar de bekkens van olifanten en mammoeten en daaruit kwam voort dat bij oude individuen, die dus uitgegroeid zijn, de vorm van het bekken uitsluitsel kan geven over de sekse. Vrouwtjes hebben een wat ronder en iets wijkend geboortekanaal en het bekken zelf is minder robuust dan dat van stieren. Maar zo zeker als met het geslachtsdeel zelf kan men nooit zijn.'' De Jarkov-mammoet bleek dus inderdaad een stier te zijn, en Mol kan er nu van uitgaan dat ook de slagtanden voortaan een indicator kunnen zijn voor het geslacht: grote, gedraaide voor de stieren, en kleinere, rechte slagtanden voor de vrouwtjes.

Waar Mol vooralsnog geen antwoord op heeft is het feit dat de mammoet zulke merkwaardige proporties blijkt te hebben. Mol: ``De kop is gigantisch groot en de slagtanden meten nog net geen drie meter, maar het bekken en de rest van de botten zijn relatief klein. Dergelijke vreemde proporties ken ik niet van andere mammoetvondsten. Ik heb tijdens deze expeditie nog twee schedels gezien, die ook merkwaardig groot waren. Dat is iets waar we nog uitgebreid onderzoek naar moeten doen.''

Buigues heeft ondertussen niet stilgezeten. Met een door Zweedse wetenschappers speciaal ontwikkeld detectie-apparaat om afwijkingen in de permafrost op te sporen, heeft hij een gebied van tientallen kilometers rond de Jarkov-mammoet laten scannen. Zeven locaties vertoonden een anomalie in de permafrost. Op een van die locaties bleek inderdaad een slagtand te liggen. Het is dus niet onwaarschijnlijk dat er op deze plaatsen eveneens mammoetkadavers gevonden zullen worden. Mol: ``Als dat zo is, zou dat heel bijzonder zijn. Om als permafrostkadaver overgeleverd te worden, zijn heel specifieke omstandigheden nodig. Het landschap moet enigszins glooiend zijn geweest waarbij de mammoet in een dalletje moet zijn gestorven. Vervolgens moet het zo extreem koud en droog geweest zijn dat bacteriën het ontbindingsproces niet op gang hebben gebracht waardoor alles gemummificeerd is geraakt. Dan moet er daarna plotseling een hevige neerslag zijn gevallen die tot grote modderstromen heeft geleid en het gemummificeerde kadaver heeft afgedekt. Dan nog moet er binnen enkele maanden een vorst zijn opgetreden die tot en met de dag van vandaag heeft standgehouden. En uiteindelijk moet de mammoet nog worden gevonden. Tot nu toe zijn er in Siberië zo'n veertig mammoeten met resten van weke delen gevonden. In slechts vijf gevallen betrof het een vrijwel compleet mammoetlijk.''

Deze grote kadaver-rijkdom in de permafrost van Tajmyr heeft de Fransman tot grote plannen gebracht. Buigues hoopt tijdens een van de volgende expedities – Mol gaat in september weer mee – wel een complete mammoet te vinden. Om het dier niet te beschadigen wil hij het met de omringende bevroren grond eromheen uitgraven en dit super-ijsblok vervolgens met een helikopter naar Chatanga vliegen. Daar onderhandelt hij momenteel over de aankoop van een groot gebouw waar hij een permafrostmuseum wil vestigen. Ideaal is de gigantische ondergrondse kelder van dit gebouw. Het is een van de vele kelders en gangen die ten tijde van de goelag door dwangarbeiders in de permafrost is uitgehakt. Deze permanente koelkasten dienen voor de opslag van rendieren en vis. Buigues is van plan zijn mammoetijsblok aldaar door een team van internationale onderderzoekers te laten ontleden. Mol: ``Buigues heeft in de loop der jaren een fantastisch netwerk opgebouwd en weet hoe je met Russen om moet gaan. Hij is als geen ander in staat expedities te laten slagen. In die zin is hij van groot belang voor de wetenschappelijke wereld. Nu al hebben diverse onderzoekers interesse getoond om hier eens een kijkje te komen nemen. Als het permafrostmuseum er eenmaal is, zou daar continu een team van onderzoekers kunnen werken. Dat zal veel nieuw materiaal opleveren.''