ONTBOSSING VAN AMAZONE-WOUD GAAT SNELLER DAN GEDACHT

Jaarlijks verdwijnt er bijna twee keer zo veel Braziliaans regenwoud als volgens huidige schattingen verwacht. Veel schade die wordt aangericht door houthakkers en bosbranden wordt tot op heden niet meegenomen in de berekeningen. Dat blijkt uit een onderzoek van een groep Braziliaanse en Amerikaanse ecologen (Nature, 8 april).

Met hun onderzoek tonen de ecologen aan hoe onnauwkeurig de huidige berekeningen zijn. De bestaande schattingen komen voort uit waarnemingen met zogenaamde Landsat Thematic Mapper satellieten waarmee vooral de ontbossing van grote stukken land wordt gevolgd. Het gaat hier met name om activiteiten van ranchers en boeren. Zij kappen grote stukken regenwoud en veranderen het vrijgekomen gebied in weiland waarop vee kan grazen, of een akker waarop ze gewassen verbouwen.

De ecologen richtten hun aandacht vooral op de aantasting van kleinere stukken regenwoud door bijvoorbeeld kleinschalige houtkap of door de mens veroorzaakte bosbranden. Deze zijn via satellieten ook wel waar te nemen, maar worden vaak over het hoofd gezien omdat de vegetatie hier binnen een tot vijf jaar is teruggekeerd. Hoewel houtkap en bosbranden het bos niet volledig wegvagen, brengen ze wel ernstige schade toe aan het regenwoud. Door het kappen verdwijnt 14 tot 50 procent van het bladerdek, zonlicht dringt makkelijker door tot de bosbodem. Het organisch afval droogt sneller uit en vat makkelijker vlam. Bovendien kunnen (opzettelijk veroorzaakte) branden van een akker makkelijk overspringen op regenwoud. Het regenwoud is dus veel vatbaarder voor verstoringen dan gedacht, aldus de Braziliaanse en Amerikaanse ecologen.

Voor hun onderzoek interviewden de ecologen 1.393 werknemers van houtzagerijen. De werknemers werd gevraagd naar de opbrengst van rondhout (boomstammen) in de jaren 1996 en 1997. Verder werden nog 202 landeigenaren geïnterviewd. Gezamenlijk bezitten zij een gebied van 9.200 km². De landeigenaren moesten aangeven welke stukken land in 1994 en 1995 ontbost waren en waar branden hadden gewoed.

Via hun interviews konden de ecologen berekenen dat zowel in 1996 en 1997 zo'n 10.000 tot 15.000 km² regenwoud werd gekapt door de geïnterviewde bedrijven. Geëxtrapoleerd naar alle gevestigde houtbedrijven zou er jaarlijks 50 tot 90 procent meer regenwoud beschadigd worden dan tot nu toe is aangenomen. En het door bosbranden aangetast gebied bleek anderhalf keer zo groot dan het ontboste gebied in 1994 en '95.

De auteurs pleiten er daarom voor dat bij satellietwaarnemingen niet alleen moet worden gelet op ontbost gebied, maar ook op gebieden waar zich selectieve houtkap en bosbranden voordoen. Niet alleen vanuit het oogpunt van natuurbeheer, maar ook in verband met het berekenen van hoeveelheden vrijgekomen koolstof en het daarmee in verband staande broeikaseffect.

(Marcel aan de Brugh)