Motorpech met index

`Begin januari heb ik van mijn werkgever KPN (call)-opties met een uitoefenprijs van 42,50 euro gekregen. Die lopen vijf jaar en geven tijdens die periode, maar pas ná 4 januari 2002, het recht om aandelen KPN te kopen op 42,50 euro. Dat is een voordelige zaak als die aandelen op de beurs (veel) meer waard zijn. Zo scharrelde Cor Boonstra van Philips 10 miljoen gulden hij elkaar, volgens de krant. Sindsdien is hij mijn held.'

Deze meneer Boonstra in de dop wil graag weten hoe hij zijn kooprechten met put-opties kan beschermen tegen een eventuele waardedaling. Zo'n dekking met puts heeft, althans in dit geval, zin als de personeelsopties flink meer waard zijn dan nu. KPN doet circa 45 euro, 2,50 meer dan de uitoefenprijs van 42,50. Die 2,50 euro is de intrinsieke of werkelijke waarde van de optie, de papieren winst op dit moment. Immers: je koopt KPN'n via de optie (uitoefening) voor 42,50 en verkoopt ze op de beurs voor 45 euro, afgezien van de kosten die licht op de winst drukken.

De meerjarige put-optie uitoefenprijs 45 euro die in oktober 2003 afloopt kost 12,50 euro per aandeel, maar eigenlijk 1.250 per optie op 100 aandelen, want de handel in aandelenopties kent veelvouden van 100 als eenheid. (Zie ook NRC Handelsblad donderdag j.l. pagina 24 Meerjarige opties) De beschermingskosten (12,50) zijn duur vergeleken met de winst van 2,50. Voor zo'n lange termijn belegging bieden puts dus alleen voordelen als de koers (tijdelijk) flink gestegen is en de optie niet te duur is en al een paar jaar loopt.

Een andere lezer neemt sinds midden 1998 deel in een click-fonds waarvan de waarde gekoppeld is aan de stand van de AEX-index, berekend uit de 25 meest verhandelde aandelen. Hij stapte rond het hoogtepunt (21 juli 1998: 600,65) in en scoorde daarom nog geen klik (vastleggen van koerswinst, soort put-optie), anders dan de deelnemers die na hem kwamen. `Maar ik heb nog jaren de tijd om iets te verdienen. Nu hoorde ik dat de grote aandelen in de index, de motor van mijn belegging, zullen opgaan in een Europese index. Wordt de AEX een tweedehands index die nooit meer zal stijgen, vergeleken met de waarde waarop ik instapte? Kan ik de verkoper van het fonds daarop aanspreken, omdat deze geen zeven jaar de beloofde index kan volgen?' In tenminste het prospectus (officiële introductiebrochure) van een fonds hoort te staan hoe exploitanten het gemis of de uitholling van de index op denken te vangen. Bijvoorbeeld zo.

`Indien de index in de toekomst niet meer wordt gepubliceerd, volgens een andere methode wordt berekend en/of een gebeurtenis van een gelijke strekking plaatsvindt, zullen wij een vervangende index creëren die de AEX zo dicht mogelijk nadert enzovoort.' Een nieuwe deelnemer stemt meestal door ondertekening van het aanmeldingsformulier in met de gegeven formulering.

Niet alle aanbieders van financiële producten (waaronder verzekeringen) met een index als motor van de waarde ontwikkeling of uitkering zijn juridisch gezien duidelijk over de levensduur van de index. Maar een deelnemers kan pas protesteren wanneer er echt iets aan de hand is en dat kan nog jaren duren.

Een ieder die vreest voor toekomstige motorpech kan gewoon informeren bij zijn verkoper of bemiddelaar. Wél moeten (nieuwe) indexproducten met de nodige argwaan worden bekeken. Niets is meer zeker in de indexwereld.

Een Amsterdamse lezer beschikt over een flink bedrag. Daarmee wil hij op termijn iets speciaals doen. Om dat doel te realiseren wil hij per jaar netto 6 procent maken, dus schoon na aftrek van kosten, belasting en inflatie.

Aan meerdere banken stelde hij daarom het volgende voor: `Je mag mijn geld beleggen, of wat dan ook, als het maar 6 procent netto (8 tot 9 procent bruto) per jaar oplevert, en de hoofdsom intact blijft. Geen van de banken ging daarop in, terwijl `ze wel schermen met rendementen van 10 tot 20 procent', schrijft de Amsterdammer verongelijkt.

Zijn verwijt is niet terecht: die percentages zijn nooit garanties en slaan altijd op het verleden. Je kan hooguit stellen dat voor de lange termijn (meer dan vijf jaar) aandelen wellicht 8 tot 12 procent opleveren. In de bijvoorbeeld jaren zeventig (oliecrisis) ging dat niet op. Wel kan het zijn dat de rente een keer zo hoog oploopt dat obligaties bieden wat de lezer zoekt: bescherming hoofdsom en voldoende rendement.

Meneer heeft een sombere kijk op de economie: `We leven in een zeepbel, net als ooit in Japan. Daar is de slachting en ellende al zeven jaar aan de gang. Dit staat ons ook te wachten, omdat we meer en meer op de lat kopen met alle gevolgen van dien.' Desondanks wil hij weten hoe hij zonder veel risico een redelijk rendement kan maken. Niet in aandelen, want hij wil niet iedere dag controleren wat ze doen.

Uitgaande van zijn visie is er, net als in Japan, niets wat in de toekomst soelaas biedt. Immers: aandelen, rente, prijzen van huizen en lonen dalen. Als je zo somber redeneert, rest er maar één ding: zet voorlopig alles op een spaarrekening in afwachting van de ommekeer. Of: pas je visie aan en beleg in aandelen en opties.