Kleiduiven

Kleiduiven schieten is een sport waarbij door een mechanisme een voorwerp zo groot als een duif de lucht in wordt geslingerd. De jager op de grond moet de kleiduif in zijn vlucht raken. Het is een vreedzame sport. Er gaat geen leven verloren en de schietlust wordt bevredigd. In het frans heet het baltrap; heeft niets met voetballen te maken.

Soms denk ik dat er een geheime instantie in Nederland is die kleiduiven voor columnisten loslaat. Er vliegt een onderwerp door de lucht, het is geen echt onderwerp, het is een onzinnige, gebrekkige replica, een onderwerp van klei. De columnisten, het geweer altijd geschouderd, mikken. Sommigen aarzelen nog even. Dat kan niet waar zijn, denken ze. Dat is een duif waar te veel klei in zit. Maar toch, dat ding vliegt nu eenmaal in het schootsveld. Pang pang, de kleiduif stort neer.

Zo'n kleiduif voor columnisten leek me de hangcontainer. Het staat in de Volkskrant van 18 mei. De gemeente Beverwijk heeft het initiatief genomen tot het inrichten van een `ontmoetingscontainer voor volwassen hangers'. Ze hingen maar rond bij de supermarkt, werden lastig gevallen door de politie of particuliere knokploegen, kortom, iedereen had van iedereen overlast. Toen kreeg een ambtenaar het gouden idee. Er stond ergens nog een container: als de gemeente daar eens een hangcontainer van maakte. Hij hield zijn denkbeeld niet onder de pet. Opnieuw had het vaderland er een installatie bijgekregen en weer was de taal verrijkt. Eric, een door de Volkskrant geinterviewde volwassen hanger ziet voordelen, vooral als de container dicht bij een supermarkt staat. Maar er dreigt ook een gevaar. Hij ,,vreest dat de container als magneet gaat fungeren voor andere groepen dan alcoholisten''. Dan heeft hij een idee: ,,Misschien moet iemand met een Melkertbaan toezicht komen houden''.

De volwassen hangers van het doelgroeptype Beverwijk ken ik wel. Ik zie ze iedere dag op de tramhalte van lijn veertien naast het Paleis op de Dam, op de treden van de achteringang en voor Albert Heijn. Geen bedelaars, maar postmoderne volwassen hangers, spijkerbroek met nauwe pijpen, jek, baseballpetje, weinig of geen tanden, bierfles in de hand, meestal een halve liter beugelfles. 's Ochtends vroeg zitten ze als grote haveloze vogels op de stoep te wachten tot de supermarkt opengaat. Als het regent gaan ze 's zomers onder een boom staan, en 's winters in de tramhalte of onder de bogen van het Paleis. Een hangcontainer op de Dam, wat denkt de gemeente daarvan? Vlak voor het Paleis zodat de gelegitimeerde, òfficiële duivenvoerverkopers en de levende standbeelden geen overlast krijgen.

Hangcontainers. Het heeft alle eigenschappen van een kleiduif. En toch worden we niet gefopt. Het is bittere ernst. Wat is er trouwens met de afwerkplaatsen gebeurd? Wordt daar nog steeds afgewerkt? Houden daar mensen met een Melkertbaan een oogje in het zeil?

Een mooi hoofdstuk in Huizinga's Herfsttij der middeleeuwen heet 's Levens felheid. Daarin beschrijft hij, als een verslaggever die er bij is geweest, het dagelijks leven in de steden. Het is er een drukte van belang. Processies van melaatsen trekken voorbij, op dit plein wordt iemand opgehangen, op het volgende een oud vrouwtje wonderbaarlijk genezen, een paar straten verder vertoont een acrobaat zijn kunsten. Onophoudelijk beieren de kerkklokken.

Ik stel me wel eens voor dat ik over vier eeuwen een historicus ben die het leven in Amsterdam en nu ook Beverwijk wil beschrijven. Gedoogshops, afwerkplaatsen, paddocentra, hangcontainers, allemaal door de overheid ingericht of tersluiks gezegend. En toch: in lange rijen strompelden de hangers, opgejaagd door knokploegen, van container naar container. Hoe, denkt de lezer, zat het leven toen toch in elkaar. Waren dat geen mensen die zich humanistisch, voortuitstrevend noemden; die in beginsel alle mensen als gelijken beschouwden; die vonden dat allen zich moesten kunnen ontplooien, in hun individualiteit, hun creativiteit, om hun weet ik wat voor eigenheid in alle volheid uit te kunnen drukken? Dit alles om de hele maatschappij op hoger plan te brengen? En toch kwamen ze hem tegemoet in zijn treurigste schlemieligheid en als zo'n volwassene zich had volgezopen, richtten ze een hangcontainer voor hem in, waar hij zich kon bevestigen in zijn gekoesterde treurigheid. Dat waren de mensen die hun maatschappij een model noemden, het poldermodel.

Misschien werkt het wel. Het is niet uitgesloten dat de volwassen hangers er blij mee zijn, en dat ze op den duur tot uit Moskou komen kijken hoe het in Beverwijk wordt gedaan. En toch is dit weer een van die begrippen waaruit die onbeschrijfbare onzinnigheid, de intrinsieke lulligheid - hoe moet ik het zeggen - van eigentijds Nederland spreekt. Het land waar de kleiduiven vliegen.

990