Jospin worstelt met echte en politieke economie

De Franse regering verlaagt de werkgeverslasten bij de verplichte invoering van de 35-urige werkweek. Langs een omweg draaien de bedrijven toch op voor de kosten. Een oplossing à la Française.

Heel Frankrijk gaat op 1 januari 2000 verplicht vier uur per week korter werken. De 35-urige werkweek wordt ingezet als paardemiddel tegen de werkloosheid (11,6 procent). Knappe koppen zeggen tegelijk dat de Fransen nodig langer moeten gaan werken, anders zijn de pensioenen over tien jaar niet meer te betalen. Ziedaar het duivelse dilemma dat premier Lionel Jospin meer zorgen baart dan Kosovo.

Deze week demonstreerde de premier in dit debat weer eens hoe hij zijn breedlinkse coalitie al twee jaar zonder al te grote wrijving bijeen houdt. Terwijl nog allerminst duidelijk is hoeveel banen de 35-uur echt gaat opleveren, is wel duidelijk dat het systeem zonder moeite 65 miljard franc (22 miljard gulden) gaat kosten: wil het aanslaan dan moeten de werkgevers-

lasten omlaag. Na pittige onderhandelingen binnen de regering besliste Jospin dat de werkgevers die lastenverlaging zelf betalen.

De list is doorzichtig. Het was kennelijk het enige haalbare alternatief waar enerzijds de banenminister, Martine Aubry, en anderzijds de geldminister, Dominique Strauss-Kahn (DSK) genoegen mee konden nemen. Het lijkt op een rituele dans: om kiezers te lokken moesten in '97 wonderen worden beloofd, om die wonderen dichterbij te brengen werd de verplichte 35 uur ingevoerd, om de loontrekkers niet te kwetsen en hun koopkracht niet te beschadigen gaan de lonen niet omlaag, terwijl wel tien procent minder gewerkt wordt.

Om de werkgevers niet botweg voor tien procent meer loonkosten te laten opdraaien en hen te verleiden zo veel mogelijk nieuwe mensen in dienst te nemen, moeten de loonkosten van de laagst betaalden (tot 1,8 maal het minimumloon) omlaag. De werkgeverslasten worden dus verminderd. Wie gaat dat betalen? Het ministerie van financiën had in Europees verband nog de mogelijkheid van een ecotax op de plank liggen. Die belasting op vervuiling moet 12 miljard franc opbrengen. Dat is niet genoeg.

De rest komt uit een tijdelijke opslag op de vennootschapsbelasting (VB), die toch al niet de laagste in Europa is (ruim 40 procent effectief). Financiën is niet blij, want die truc was in '97 al toegepast met de belofte dat de verhoging in 2000 afliep. Formeel gebeurt dat ook, er komt alleen een nieuwe opslag voor bedrijven met een omzet van 50 miljoen franc (16,8 miljoen gulden) en meer. Aubry wilde tot en met twee maal het minimumloon gaan met de beperking van de werkgeverslasten, DSK vindt dat hij zo al genoeg in zijn hemd staat tegenover de bedrijven. Jospin weerhield twee van zijn meest gehaaide troonpretendenten ervan het conflict op straat te gooien, maar gaf met de ene hand wat de andere terugnam.

Werkgevers én werknemers waren niet blij. De Medef (opvolger van de werkgeversorganisatie CNPF) was vanaf het begin mordicus tegen de arbeidstijdverkorting. Voorzitter Ernest-Antoine Seillière klaagde dat de ondernemingen drie keer betalen: verhoging van de loonkosten, een ecotax en een nieuwe verhoging van de VB. Veel firma's redden zich er aardig uit door in ruil voor korter werken met gelijk loon een grotere flexibiliteit te bedingen. De werktijd wordt steeds meer per jaar afgesproken, overwerk wordt ruimer toegelaten.

De bonden reageerden mat tot afwijzend. Zij verliezen steeds meer greep op de arbeidspraktijk in het bedrijfsleven, zoals zij al lang hun aanhang zagen slinken in de productieve sector. Bij de overheid wordt moeizaam onderhandeld over de 35 uur. Het leverde onlangs al weer een venijnige spoorstaking op. De banenwinst van Aubry zit tot nu toe voornamelijk in de publieke sector: posterijen, gas- en elektriciteit (EDF/GDF) en Air France. De spoorwegen volgen waarschijnlijk, nadat 20.000 nieuwe banen waren afgedwongen. Maar daarvoor had niet het hele bedrijfsleven door de tunnel gejaagd hoeven worden.

Deze week maakte de grote promotor van het idee, Jacques Delors' dochter Martine Aubry, minister van `werk en solidariteit', de balans op één jaar nadat de Wet op de 35-urige werkweek was aangenomen. De oogst was 43.000 nieuwe banen en 14.000 niet-geschrapte banen. ,,Dat zijn aantallen om niet te versmaden'', betoogde zij met verve. De wet had zijn belofte waargemaakt, Frankrijk was eindelijk begonnen aan sociaal overleg, in bedrijven en bedrijfstakken, de sneeuwbal zou verder rollen.

De cijferoorlog ontliep Aubry. De werkloosheid daalt, maar is nog steeds hoger dan in Duitsland (9,1 procent) en Groot-Brittannië (6,2). De eindelijk aangetrokken economische groei heeft voorlopig tastbaardere resultaten dan het werkgelegenheidsbeleid.