Impresario's tegen het Concertgebouw

Organisaties van impresario's in Nederland en in de rest van de wereld nemen geen genoegen met een nieuwe bepaling in de contracten die het Amsterdamse Concertgebouw afsluit met artiesten, die optreden tijdens concerten die het Concertgebouw zelf organiseert.

Door die clausule kan het Concertgebouw exclusiviteit claimen en optredens van artiesten elders in ons land gedurende een jaar verbieden. De impresario's vinden dat het Amsterdamse Concertgebouw daardoor een grote en ongewenste invloed kan verwerven op de kwaliteit en kwantiteit van belangrijke delen van het Nederlandse muziekleven. Volgens Martijn Sanders, directeur van het Concertgebouw, is daarvan geen sprake. ,,Wij zijn niet van plan het muziekleven elders plat te leggen of te beheersen. Wij willen alleen de mogelijkheid hebben om de belangen van het Concertgebouw te beschermen.''

De impresario's zijn echter niet van plan zich bij deze verklaring neer te leggen. Zij hebben grote bezwaren tegen de duur en de reikwijdte van de clausule, die zij beide ongehoord vinden. Pieter Alferink, de Nederlandse voorzitter van de Europese associatie van impresario's AEAA, heeft een protestbief geschreven. De International Artist Managers Association IAMA, de andere grote organisatie van impresario's, beraadt zich dinsdag in Londen op stappen. De FNCI, de federatie van Nederlandse Concertdirecties en impresario's, stelt met de Kunstenbond FNV een onderzoek in naar de vraag of er geen sprake is van werkbelemmering en van strijd met de wet op de economische mededinging.

De nieuwe contractbepaling verplicht artiesten die optreden tijdens concerten die door het Concertgebouw worden georganiseerd, al hun andere optredens in ons land een half jaar voordien en een half jaar nadien te melden bij het Concertgebouw. De artiesten moeten dan daarvoor toestemming vragen, waarbij het Concertgebouw de mogelijkheid heeft die optredens te verbieden.

Het Amsterdamse Concertgebouw, waarschijnlijk de drukst bezochte concertzaal ter wereld, heeft met 38 concertseries een zeer omvangrijke eigen programmering, zodat de nieuwe contractbepaling geldt voor zeer veel Nederlandse en buitenlandse artiesten. Artiesten die vijf jaar lang minstens drie keer per jaar optreden in het Concertgebouw worden uitgezonderd. Alferink wil de clausule beperken tot twee maanden voor en een maand na het optreden in het Concertgebouw.

De impresario Martijn Jacobus, voorzitter van de FNCI, vindt de nieuwe clausule principieel verwerpelijk en zegt daarmee nooit akkoord te zullen gaan, ook al zou die in de praktijk weinig worden gebruikt. Jacobus vindt een exclusiviteitsbeding alleen onder zeer bepaalde omstandigheden en voor beperkte tijd mogelijk bij bijzondere projecten of topartiesten. ,,Ook in andere steden dan Amsterdam heeft het publiek recht op optredens van topartiesten.''

Concertgebouwdirecteur Sanders zegt dat de nieuwe clausule goeddeels theoretisch is. ,,Ik wil me kunnen indekken tegen gevallen waarin onze belangen worden geschaad door impresario's, die een dure artiest die bij ons optreedt in een andere zaal in de ramsj gooien.

,,Een ander voorbeeld is het optreden van het ensemble Amadé in een zondagochtendconcert op 17 oktober dit jaar. Twee weken tevoren geeft het ensemble hetzelfde concert in het Concertgebouw in een door anderen georganiseerd concert. Het publiek dat daarvoor een abonnement heeft, komt niet naar ons concert. In dit geval hebben we verder niets gedaan.''

Directeur Jan Knopper van de Vereniging van schouwburgdirecteuren en concertgebouwdirecties (VSCD) begrijpt dat het ongesubsidieerde Concertgebouw naar bescherming zoekt. ,,Sanders moet wel met de impresario's overleggen over de grenzen daarvan.''

Impresario Marco Riaskoff, die in het Concertgebouw onder andere de serie `Meesterpianisten' organiseert, zegt dat exclusiviteit in de praktijk vaak onmogelijk is: ,,Sommige concerten zijn zo duur dat ze alleen mogelijk zijn tijdens een tournee. Het Concertgebouw kan nooit een monopoliepositie krijgen.''

Directeur Paul Zeegers van het Rotterdams Philharmonisch Orkest zegt dat het Concertgebouw de beste zaal heeft van Nederland en omstreken en dus eisen kan stellen. ,,Ik frons mijn wenkbrauwen, maar ik begrijp het wel. Als wij iets bijzonders hebben, zeggen we ook dat hetzelfde niet twee straten verderop mag gebeuren. De Nederlandse markt is beperkt. Een dure solist is een risico, maar het moet van geval tot geval worden bekeken. Jonge artiesten mag niet de pas worden afgesneden.''

Ook directeur Loot van het Koninklijk Concertgebouworkest heeft begrip voor de contractbepaling. ,,Als je Cecilia Bartoli laat optreden, wil je zekerheid dat er geen sprake zal zijn meerdere optredens in ons land in korte tijd. Dan zou er sprake zijn van overexposure en loop je de kans dat de zaal niet vol zit. Omgekeerd geldt het ook voor belangrijke artiesten die bij ons orkest optreden. Daarover zouden wij overleggen met het Concertgebouw.''