Ik ben nooit bang

Een man als Martin Schröder opvolgen is vragen om moeilijkheden. Opvolgers van dominante leiders hebben het nooit gemakkelijk. Waar haalde Aart van Bochove dan de lef vandaan om op Schöders stoel bij Martinair te gaan zitten? Hij had beslist zijn sporen verdiend als onder meer de bedenker van de chocoladesprits, maar wat dan nog?

Dit verhaal gaat over Aart van Bochove, de nieuwe president en chief executive van luchtvaartmaatschappij Martinair. Maar het gaat eerst nog even over Martin Schröder, de man die Martinair 41 jaar geleden oprichtte. Hij was van het type Frans Swarttouw (Fokker) en Pierre Vinken (Reed Elsevier), bazen die overal bovenop zitten en hun mensen bang maken – al hebben ze het zelf liever over managing by walking around.

Martin Schröder, 1 meter 97, controleerde graag zelf of zijn stewardessen hun rode hoedjes wel droegen, trok als hij het nodig vond hun sjaaltjes recht, schold luidkeels op de politiek – ,,oeverloos geouwehoer'' – en op concurrent KLM aan wie hij in 1964 uit nood een kwart van zijn aandelen moest verkopen en die nu, als Brussel het goed vindt, honderd procent eigenaar wordt van zijn bedrijf. Sindsdien noemt hij de KLM trouwens een prachtig mooi bedrijf. ,,En als ik dat zeg, dan meen ik dat, ook al heb ik vroeger weleens wat anders beweerd'', zei hij vorig jaar oktober bij een afscheidstochtje met de pers (naar de Zaansche Schans).

Ga zo iemand maar eens opvolgen.

Voor Fokker was er na Swarttouw niemand te vinden, en toen moest de president-commissaris – Martin Kuilman, ex-Philips – maar de baas worden, tegen zijn zin. Fokker kreeg geen leiding, schreven de curatoren later over de oorzaken van het faillissement. Bij Reed Elsevier kwam na Vinken Herman Bruggink. Inmiddels is de onderneming op de beurs twintig procent minder waard en is er al maanden ruzie over wie nu de baas moet worden.

Er zijn mensen – de psychoanalyticus Manfred Kets de Vries bijvoorbeeld, hoogleraar aan Insead in Fontainebleau – die hier boeken over schrijven: de narcistische leider die met zijn charisma een onderneming groot maakt, maar door eigendunk niet kan toestaan dat een ander het hem nadoet.

Nu Aart van Bochove (60). Eerst zijn verleden. Zijn moeder was zo'n meisje dat op haar achttiende – voor de oorlog, op de Zuidhollandse eilanden – motor reed. Zijn vader begon een koekjesfabriek, middenin de crisis, maar het lukte. Nobo-koekjes. Die fabriek werd onderdeel van de voedingsmiddelendivisie van ITT en Aart van Bochove, oudste zoon, kwam ook in de zaak, maar niet nadat hij zich bij professor Voskuil in Amsterdam had laten testen: was hij wel geschikt voor het zakenleven? ,,Hij zei'', zegt Van Bochove, ,,dat ik ervoor geboren was''.

Op zijn 30ste was hij chief executive van het voedingsmiddelenconcern Meneba.

De Nobo-chocoladesprits, melk en puur – dat was Van Bochove's idee. Hij weet nog precies hoe hij 's nachts van Leeuwarden naar Bennekom reed en ter hoogte van Steenwijk bedacht hoe het chocoladegordijn uit de chocolateermachine telkens zo onderbroken kon worden dat ieder koekje voor een kwart bedekt zou worden en niet meer, want dan werd het te machtig.

Op zijn 50ste, toen hij ,,nationaal en internationaal'' alles in de levensmiddelenindustrie had gedaan wat je maar kunt doen, ging hij naar Boer

&Croon, adviseurs en interim-managers. En zo werd hij in 1995 de bestuursvoorzitter van de Luchtverkeersleiding op Schiphol, toen nog de Luchtverkeersbeveiliging – die naam heeft Van Bochove veranderd. Daar waren moeilijkheden, ernstige moeilijkheden, al jaren, van de soort personeel wenst niet meer met de directie te praten en andersom, en vakbondsvertegenwoordigers – maar dat zijn niet de woorden van Van Bochove – die sterk deden denken aan die bij het Gemeentevervoerbedrijf in Amsterdam: onmogelijke mensen. ,,Typisch een klusje voor Aart, zeiden mijn collega's.''

Waarom?

,,Omdat het complex was. En omdat ik me bij zoiets altijd afvraag of ze alles wel hebben geprobeerd.''

Binnen zes dagen, zegt hij, had hij de belangrijkste vakbondsvertegenwoordiger tegenover zich. ,,Als ik dit en dat niet deed, zouden ze de hele zaak platgooien.''

En?

,,Ik zei: sodemieter op. Doe wat je niet laten kunt, maar denken jullie nou echt dat ik me laat chanteren?''

Het wil er bij hem niet in, zegt hij, dat mensen bij voorkeur op het slechtste uit zijn. Zelfs niet in een doodziek bedrijf. Zijn motivatie, zegt hij, haalt hij uit zijn nieuwsgierigheid: kijk, dit krijg je dus als hoogopgeleide mensen de godganse dag achter hun beeldschermen zitten om andere mensen commando's te geven – opstijgen, landen – en ze krijgen qualitate qua nooit tegenspraak. ,,Ze twijfelen niet aan hun gelijk.'' En: ,,De kantinejuffrouw zien ze niet staan.''

Ja, zegt hij, piloten hebben in principe dezelfde mindset.

Zo'n specialistisch bedrijf als de Luchtverkeersleiding, weet hij, moet je leiden als een ziekenhuis: respect tonen voor de deskundigheid, dwingen tot communicatie en openheid, tot zelfreflectie over wat het betekent om zo veel macht te hebben. ,,Ze móésten veranderen,'' zegt Van Bochove.

Martin Schröder hield niet erg van de luchtverkeersleiders. Dat liet hij onder andere blijken door niet zelf naar de bijeenkomst te gaan die Van Bochove voor de luchtvaartmaatschappijen op Schiphol organiseerde toen hij na een jaar de door hem vernieuwde organisatie wilde presenteren. Hij stuurde iemand anders. Van Bochove, nog steeds boos: ,,Die zat aan een stuk door de vergadering te verstoren met opmerkingen als het blijft een ambtenarenclub en jullie zijn veel te duur.''

En toen?

,,Ik was het zo zat. Ik dacht: ik éis nu een gesprek met Schröder.''

Dat had Van Bochove al zes keer eerder geprobeerd. En zes keer had Schröder afgezegd. Maar deze keer lukte het. Het ging zo:Schröder, dikke sigaar: ,,Ik heb tien minuten voor u.''

Van Bochove zwijgt.

Schröder: ,,U bent mijn buurman, waarom bent u nooit eerder langs gekomen?''

Van Bochove denkt: ,,Man, je zit er volkomen naast.'' Maar hij zegt: ,,Bij wie liggen de verwijten? Bij u of bij mij?

Schröder zwijgt.

Van Bochove: ,,U mag blij zijn dat ik het nog een zevende keer heb geprobeerd.''

,,Béng, op zijn bek'', zegt Van Bochove nu. Nee, hij laat zich niet imponeren en bang is hij nooit. Heeft hij van zijn ouders geleerd, zegt hij. Die hadden in de oorlog een jodin in huis.

Gaan we nu raden wat Van Bochove's passies zijn.

Eén: oude auto's. Vorig jaar reed hij in een cotswald blue Jaguar XK 150 DHC van Londen naar Kaapstad, Zuid-Afrika, 35 dagen, 22.000 kilometer. Hij had zich laten overhalen door Rob Zwartendijk, uit de raad van bestuur van Ahold. ,,Ik weet niet of het verstandig is om het hardop te zeggen, maar dat heb ik altijd een geweldige vent gevonden.''. Geen humbug. Integer. Gedreven. Twee poten op de grond. Nou vooruit, als het dan moet, wil Van Bochove nog wel iemand noemen voor wie hij respect heeft: Leo van Wijk, president-directeur van de KLM. Ook twee poten op de grond.

Twee: muziek. Van Bochove is getrouwd met een violiste, Nobuko Imai, 250 dagen per jaar op tournee. In zijn Lexus 300 op weg naar Schiphol-Oost – hij wil laten zien hoe in de hangars van Martinair een Boeing 747 in vijf dagen van een vrachtvliegtuig in een passagiersvliegtuig wordt veranderd – klaagt hij over een concert van Ton Koopman met Yo-Yo Ma waar hij laatst was. Wat hij vreselijk vindt: Erbarme dich op de cello omdat het publiek dat zo mooi vindt. ,,Allemaal commercie.''

U levert toch ook wat de klanten willen?

,,Maar Ton Koopman zegt dat hij authentieke barok speelt en dat is niet zo. Je moet niet het een verkopen onder het mom van het ander.''

Martin Schröder belt naar het kantoor van de Luchtverkeersleiding, januari 1998. Of hij Aart van Bochove kan spreken. Van Bochove, tussen twee vergaderingen in: ,,Ja, Martin?''

Schröder: ,,Ik had eigenlijk een kop koffie met je moeten gaan drinken maar eh... Zit je of sta je?''

Van Bochove: ,,Ik sta.''

Schröder: ,,Ik stop ermee en jij moet op mijn baby gaan passen.''

Van Bochove: ,,God Martin, zeer vereerd, maar wie heeft dat bedacht?'' Schröder had het zelf bedacht, maar met instemming van zijn commissarissen, want dat was afgesproken. De commissarissen – dus ook Leo van Wijk van de KLM - hadden gezegd dat Schröder 1: na 40 jaar toch echt eens weg moest, maar 2: wel zijn opvolger mocht aanwijzen – als hij maar met iemand kwam over wie ze het allemaal eens waren.

Ze gingen eten in Vinkeveen, Schröder zegde er het verjaardagsdiner van prinses Margriet voor af. In een koffer had hij stukken uit zijn archief meegenomen. Briefwisselingen met de KLM, afspraken over de zelfstandigheid van Martinair. Van Bochove moest alles lezen. ,,Hij vertelde me zijn hele levensgeschiedenis'', zegt hij. ,,Ik was onder de indruk van zijn openheid. Het emotioneerde hem enorm. Daaraan merkte ik dat hij bloedserieus was.''

Zei hij waarom hij u wilde?

,,Dat zei hij niet. En ik heb er niet naar geïnformeerd.'' Voorzichtig: ,,Ik kan me voorstellen dat er bij hem iets van respect voor mij was ontstaan. We zagen elkaar wekelijks bij het presidentenoverleg.''

Wanneer zei u ja?

,,Toen ik merkte hoe serieus hij was, was het vanzelf al ja.''

En vraag nu maar niet of hij bang is om te mislukken – ,,ik ben nooit bang'' – want wat moet hij erover zeggen? Dus zegt hij alleen maar: ,,Het afbreukrisico is aanwezig.''

Begin liever over zijn leeftijd. Dat geeft hem de gelegenheid om eerst te vertellen over de surprise party die zijn zoon vanuit Tokio, zijn vroegere secretaresse vanuit Tel Aviv en zijn vrouw vanuit waar ze maar toevallig was op de wereld voor hem op 2 mei georganiseerd hadden. Maar denkt Van Bochove niet dat hij voor de opvolging van Schröder is gevraagd omdat het voor een ouder iemand die succes heeft gehad minder erg is om af te branden dan voor een jonger iemand die zich nog moet bewijzen?

Nee dus. ,,Ik heb liever een stuk dat in majeur eindigt dan in mineur.''

Bent u een tussenpaus?

Geïrriteerd: ,,Ik ben geen tussenpaus. Dat heeft de pers ervan gemaakt.''

Waarom vindt u het zo erg als het van u wordt gezegd?

,,Ik vind het niet erg, maar het is gewoon niet waar. Ik ben geen papieren tijger. Ik knok tot de laatste minuut.''

En u bent niet zo argwanend om te denken dat Schröder iemand heeft gekozen die minder is dan hij zodat hij zelf nog meer schittert?

,,Ik weet zeker dat Martin hier geen tandenloos mannetje heeft willen hebben. En ik ben geen tandenloos mannetje.''

Maar wat heeft u te zeggen? U bent de baas van een onderneming die straks helemaal in handen is van de KLM.

,,We hebben een eigen raad van commissarissen, met twee mensen van de KLM en drie van buiten, onder wie de voorzitter. Dat heeft Martin nog geregeld. En Leo van Wijk weet heel goed dat bezit en management twee verschillende dingen zijn. Martinair heeft een sterke eigen identiteit. Het zou tot verlies van kapitaal leiden als je die zou vernietigen.''

Waarin Van Bochove en Schröder op elkaar lijken: hun afkeer van politiek. Van Bochove houdt zich iets meer in. ,,Het wordt zo snel borrelpraat.'' Maar dit moet er toch even uit: zijn ergernis over het totale gebrek aan respect van politici voor een bedrijfstak waar de Nederlandse economie voor een goed deel op draait. En dit ook: ,,Zo'n Pronk die maar op ons zit te kankeren, maar wel altijd zelf de godsliederlijke dag op reis ging per vliegtuig.''

Van Bochove is niet milder geworden nu de mededingingsautoriteit in Brussel de overname van Martinair door de KLM nog steeds tegenhoudt. Argumenten: KLM krijgt een dominante positie ten opzichte van de touroperators. Het is eerder andersom, zegt Van Bochove. De touroperators hebben zelf zoveel vliegtuigen dat ze straks de KLM niet eens meer nodig hebben. In Van Bochove's eigen woorden: ,,Ze hebben de beschikking over de volledige verticale kolom.'' En dan kan Brussel wel zeggen dat die touroperators op Schiphol geen ruimte kunnen krijgen en daarom toch op achterstand staan. Maar dan zegt hij: ,,Slots genoeg. Desnoods willen wij de concurrentie er wel bij helpen om ze te krijgen.''

Met zulke voorstellen proberen de KLM en Martinair alsnog toestemming van Brussel te krijgen.

Wat zijn de andere compromissen?

,,Ik ga nu niet onze onderhandelingspositie zitten verpesten.''

Over de glamour van de wereld waarin Van Bochove nu verkeert. ,,Toen ik deze baan kreeg zeiden mensen tegen me dat het een sexy job was. Ik moest me laten uitleggen wat dat was.''

Echt?

,,Het interesseert me niets. Die glamour geeft de bladen eraan en af en toe hebben ze je. Dan zetten ze je op de foto met een glas in de hand en die drukken ze af. Sommige mensen vinden het leuk om in de krant te staan. Ik niet.''

Martin Schröder vond het leuk.

,,Dan is dat een verschil tussen hem en mij. Om zoiets leuk te vinden moet je van jezelf houden. En dat doe ik absoluut niet. In de zeldzame momenten dat je iets goed hebt gedaan mag je best even een egotrip maken. Maar nooit langer dan twee minuten.''

Heeft u zo'n moment al gehad bij Martinair?

,,Nee. Ik ben niet zo snel trots. En we hebben de markt tegen. We zullen eerst ons best moeten doen om dit jaar een beetje resultaat te maken.''

Bemoeit Martin Schröder zich nog met u?

,,Hij belt me af en toe. En dan zegt hij: Aart, als ik even mag. Of: Aart, ik hoop dat je het niet erg vindt, maar misschien...''

Nee, het voelt niet als bemoeienis. Het voelt als de melancholie van een man die afscheid heeft genomen en daar niet zo goed tegen kan.