Het blinde CPB-model

Waar verkiezingen zijn, daar staat het CPB klaar om de verkiezingsprogramma's door te rekenen. Een wonderlijke gewoonte die nergens anders ter wereld bekend is, maar hier in Nederland sinds een jaar of vijftien hardnekkig toepassing vindt. Drie maanden voor de verkiezing leveren de politieke partijen hun program in bij een groep ambtenaren om uit te laten rekenen hoeveel banen de partij gaat creëren met dat program. Die ambtenaren van het Centraal Planbureau weten dat natuurlijk niet, want verkiezingsprogramma's gaan meestal over nieuwe wetten en beter beleid en hoe zou iemand van te voren kunnen berekenen of een nieuwe wet de economie sterker of zwakker maakt? Verkiezingsprogramma's voorzien van cijfers voor banen en economische groei is dus pseudo-wetenschap, maar gebeurt in Nederland toch omdat de ambtenaren grote computers hebben die altijd wel met cijfers komen, desgewenst voor en achter de komma.

Na afloop van de verkiezingen zijn verliezende politici boos over die hocus pocus. Zo was het CDA in 1998 schandelijk behandeld door de CPB-ambtenaren die beweerden dat het CDA-program economisch nog slechter was dan dat van GroenLinks. Grote onzin, maar toch uit de computer gespuwd, onder andere omdat alle extra ambtenaren van GroenLinks pas in de verre toekomst leiden tot meer belasting en omdat ongelukkigerwijs de ideeën van het CDA om ouders met kinderen financieel wat meer te helpen niet in het rekenmodel pasten en dus het effect nul kregen. In de ambtelijke berekeningen hebben namelijk alle gezinnen evenveel kinderen en dus vallen voorstellen over kinderopvang of andere hulp aan gezinnen in het water. Na de verkiezingen hebben dezelfde CPB-rekenaars nog twee keer gerapporteerd over de kinderopvang maar steeds met hetzelfde rekenmodel dat niet weet of u en ik een, twee of meer kinderen hebben. Moeten de toezichthouders bij de Directie Algemeen Economische Politiek van het ministerie van Economische Zaken niet eens ingrijpen om zulke onzin te stoppen?

Niet alleen GroenLinks was trouwens geflatteerd door de CPB-rekenaars, ook de PvdA kwam er kunstmatig goed van af, opnieuw tot schade van de christen-democraten. De PvdA'ers hadden goed geluisterd naar partijgenoot Don (directeur van het CPB) en van hem begrepen dat deze keer in de berekeningen toekomstige uitgaven van het rijk in het tweede en derde jaar van het nieuwe kabinet niet zouden meetellen in de berekening. De CPB-computer vergelijkt simpelweg de omvang van het overheidsbudget in het eerste en het laatste jaar van de kabinetsperiode en rekent dan uit of het financieringstekort niet te veel omhoog gaat. Heel slim propte de PvdA daarom voor een paar honderd miljoen gulden extra sympathiek beleid in het tweede en derde jaar van de regeerperiode: gratis goede sier bij de kiezers zonder een financieel prijskaartje. De CDA'ers waren over deze truc niet geïnformeerd en hadden dus opnieuw een handicap in de race om het beste verkiezingsprogramma.

Als in het rekenmodel alle gezinnen 1,8 kinderen hebben, valt niets zinnigs te rekenen aan de kinderopvang. Zo vallen ook andere terreinen van beleid compleet buiten het zicht van de rekenaars. Pleit bijvoorbeeld de VVD voor extra agenten dan tellen de kosten mee voor de berekening van het financieringstekort, maar de voordelen worden op nul gesteld, omdat het model geen plaats heeft voor cijfers over criminaliteit. Ook acties om de files te bestrijden kosten geld maar leveren nul op (niet in het model). Kortere wachtlijsten in de gezondheidszorg: zelfde verhaal. Een laatste voorbeeld: misschien zijn hasj-rokende en drugs-verkopende jonge mannen in de Amsterdamse metro wel geen reclame voor buitenlandse toeristen en al helemaal geen aansporing voor internationale bedrijven om Nederland te kiezen als vestigingsplaats.

Dat kan allemaal zo zijn, maar het model is blind en stelt alle effecten opnieuw op nul. Veertig jaar geleden was het misschien nog zo dat Nederland vooral kwantitatief meer moest presteren: een hogere export en meer investeringen van de bedrijven. Meer van hetzelfde laat zich dan nog wel vangen in formules. Maar willen we een betere politie, betere zorg of een schone metro, dan is het rekenmodel blind voor alles wat met kwaliteit heeft te maken. Voor ons burgers wordt het steeds belangrijker of de collectieve sector, meer service kan bieden, maar het rekenmodel heeft alleen oog voor de kosten.

Een klein deel van de berekeningen is wel nuttig. Los van de inhoud van de verkiezingen kunnen economen uitrekenen hoeveel alle lopende programma's van de overheid ongeveer gaan kosten over de komende vier jaar en hoeveel geld gaat binnenkomen bij de huidige tarieven in de belastingen. Trek die twee trends van elkaar af en het resultaat is de `ruimte' voor nieuw beleid of voor lagere belastingen. Zo'n berekening is zinvol, vooral wanneer die wordt gedaan met een behoedzame aanname over de economische groei. Minister Zalm heeft op dit punt een nuttige traditie ingesteld. Meer dan zo'n basis-berekening die elke competente macro-econoom kan maken, is schadelijk gebleken, soms omdat een partij (CDA in 1998, VVD in 1994) onredelijk wordt beoordeeld, altijd omdat alles wat met kwaliteit te maken heeft uit het zicht verdwijnt. Vooral de laatste jaren is het Planbureau vaak niet meer behulpzaam voor een eerlijk en genuanceerd debat. Toen minister Zalm nog CPB-directeur was, nam hij zonodig zonder problemen afstand van het rekenmodel, bijvoorbeeld bij zijn pleidooien om in sectorwijde CAO's meer ruimte te geven voor afwijkingen door individuele bedrijven. Dat zat ook al niet in het model, maar Zalm was er voor en sprak zich overal in het land duidelijk uit. Zijn opvolger Don kruipt veel dichter aan tegen het rekenmodel en maakt zichzelf tot spreekbuis voor berekeningen die kant noch wal raken. Zijn bizarre uitspraken over Schiphol ,,nooit een duurzame bron van werkgelegenheid'' spoorden opnieuw met een specifieke blinde vlek in het rekenmodel maar staan haaks op serieus internationaal onderzoek naar de betekenis van vliegvelden, havens en andere infrastructuur.

Komt er dit jaar een verkiezing, laten dan economen de politieke partijen helpen door ongeveer aan te geven hoeveel ruimte er kan zijn voor de komende vier jaar. Maar laten politieke partijen dan niet bang zijn om te pleiten voor bredere wegen of beter betaalde agenten zonder angst dat een ambtelijk rekenmodel in Den Haag alleen maar oog heeft voor de kosten en niet voor de baten. De kwaliteit van Nederland kan nog heel wat beter, maar een rekenmodel dat met een oog naar de werkelijkheid kijkt is daarbij een heel slechte gids. Arrogant en soms partijdig gereken op een manier die nergens anders ter wereld voor dit doel wordt gehanteerd, moet maar snel ophouden.