GENEESMIDDEL TEGEN VERKOUDHEID BLIJFT EEN GAT IN DE MARKT

Een verkoudheid is niet ernstig, maar wel vervelend. De meeste mensen zijn twee tot drie keer per jaar verkouden, kinderen nog vaker. Dat komt doordat verkoudheid het werk is van hoogst besmettelijke virussen, die steeds in een andere vorm neus- en keelholte binnendringen. Van het rhinovirus, goed voor zo'n 40 procent van alle snotneuzen, zijn zo'n 200 vormen bekend. Voortdurend duiken dan ook nieuwe varianten op, waartegen nog geen weerstand is opgebouwd. De variatie maakt het ook ondoenlijk om een verkoudheidsvaccin te maken. Omdat er tot overmaat van ramp ook geen geschikte antivirale middelen bestaan, is er bij verkoudheid maar één uitweg: een weekje uitzieken en symptoombestrijding.

Met een geneesmiddel dat verkoudheden effectief kan bestrijden, zal goud geld te verdienen zijn. Wellicht biedt recent onderzoek van de Medical University of South Carolina hier uitzicht op (Journal of the American Medical Association, 19 mei).

De Amerikanen namen het eiwit ICAM-1 als uitgangspunt. Dit eiwit van de cellen van het neusslijmvlies vormt voor het virus de toegangspoort tot die cellen. Het virus moet er namelijk een binding mee aangaan om zich in de cellen te kunnen vermenigvuldigen. De stof tremacamra kan voorkomen dat deze binding tot stand komt. Tremacamra gaat zelf een verbinding aan met ICAM-1 en gaat zo als het ware voor de deur staan om het virus tegen te houden.

Om te zien of dit principe ook een werkzaam geneesmiddel oplevert, lieten 196 vrijwilligers zich enkele malen met rhinovirus besmetten. Vervolgens namen zij een week lang tremacamra of een nepmiddel. Van de mensen die het experimentele middel kregen werd iets minder dan de helft verkouden, tegen tweederde van de ongelukkigen die het met een placebo moesten doen. De placebo-groep had daarnaast veel meer last van de gebruikelijke symptomen van een verkoudheid. Uit hun neuzen kwam bijvoorbeeld in een week tijd gemiddeld 33 gram slijm, terwijl de loopneuzen in de tremacamra-groep na 14,5 gram slijm droogvielen. Het maakte geen verschil of het middel vanaf zeven uur vóór of twaalf uur na de besmetting werd genomen.

Tremacamra maakt verkoudheden een stuk draaglijker, mits rond het tijdstip van de besmetting genomen. Of het ook werkt bij iemand die al verkouden is, is onduidelijk. Mocht dat niet het geval zijn, dan lijkt het middel commercieel toch aantrekkelijk: voor ouders, als de kinderen weer eens verkouden van school komen, maar vooral ook voor astma- en emfyseempatiënten, voor wie een verkoudheid een directe bedreiging is.

De onderzoekers vonden geen schadelijke bijwerkingen. Als die ook uitblijven als tremacamra in veel grotere groepen wordt uitgeprobeerd, zou het over enkele jaren op de markt kunnen komen.

(Huup Dassen)