Gedoemd de hele dag tv te kijken

Een tapijt van graszoden bedekt de vloer, er is een aquariumachtig venster met bloeiende potplanten en her en der staan stoelen en tafeltjes. Ieder zitje, zo blijkt al gauw, is goed voor een andere situatie. De acteurs, Michiel Nooter en Marike van Weelden, veranderen telkens van gedaante maar een constante in al die rolwisselingen is de leeftijd van de personages: ze zijn allemaal grijs en gerimpeld, al voelen de meesten zich nog jong en strak in het vel.

In Oud vel, een van de openingsvoorstellingen op het Festival a/d Werf in Utrecht, stelt regisseuse Mechtild Prins zich de vraag hoe het is om ouder te worden. Net als in haar voorgaande producties Global life (ook op het festival te zien) en Het land in mij baseerde ze zich op interviews en ander documentair materiaal. In dit geval maakte ze bovendien gebruik van de verhalenbundel Twee oude vrouwtjes van Toon Tellegen.

Oud worden is vaak een schrikbeeld: het is de tijd van gebreken, ziekten en aftakeling en de zekerheid van het naderende einde. In een reeks losse scènes laat Prins ouderen aan het woord die hun afschuw uitspreken over de met de ouderdom gepaard gaande lichamelijke ongemakken en hun angst voor eenzaamheid en dementie. En vergeet de bejaardentehuizen niet: oud worden in Nederland, zegt één van de personages, betekent naar binnen verbannen zijn en de hele dag uit het raam staren en televisie kijken.

Toch draait het in Oud vel niet alleen om de angst voor vergankelijkheid en schaamte voor het verval, er is ook plaats voor liefde, hoop en fantasie want de figuren zijn niet vergeten hoe het was om jong te zijn. Illustratief is de woordloze scène waarin Marike van Weelden in haar paars gebloemde oude vrouwtjesjurk danst als een jeugdige ballerina en atletische perfectie imiteert.

Er zijn meer mooie scènes en toch beklijft de voorstelling als geheel niet lang. Er worden rake dingen gezegd die soms grappig of ontroerend zijn, maar het zijn niet meer dan flarden, te vluchtig om zich in het hoofd vast te zetten. Een nadeel is dat alle personages, inclusief de twee oude vrouwtjes van Tellegen, naamloze passanten blijven, anoniem en inwisselbaar. Ze komen en gaan en er is niemand met wie je je voor langere tijd kunt identificeren. Dit maakt de voorstelling, hoe klein en intiem ook opgezet, uiteindelijk te vlak en te weinig persoonlijk.

Een fel contrast met de ingetogenheid van Oud vel is de uitbundigheid van de dansvoorstelling Ke nako – It is time van het Zuid-Afrikaanse gezelschap Soweto Dance Theatre dat ook op het Utrechtse festival is uitgenodigd. De dansgroep, in hoofdzaak bestaande uit jongeren, streeft naar een combinatie van traditionele Zulu-dansen en moderne Westerse dansstijlen.

De vijf choreografieën in Ke nako – It is time hebben een verhalend karakter; dans, zang en percussie (door drie percussionisten) zijn de expressiemiddelen. De rituele folklore wordt verbeeld in optredens die kleurrijk, ritmisch en energiek zijn. De jonge dansers wervelen over het toneel. Het is een en al bruisende levenslust – de sfeer is zo aanstekelijk dat de toeschouwer na afloop geheel opgeladen weer op straat staat.

Festival a/d Werf: Oud vel door Mechtild Prins e.a. Regie: Mechtild Prins. Vormgeving: Elian Smits. Spel: Michiel Nooter, Marike van Weelden. Gezien: 20/5 Huis a/d Werf Utrecht, aldaar t/m 26/5. Ke nako – It is time door Soweto Dance Theatre. Artistieke leiding: Mbuyiselwa Jackie Semela. Gezien: 20/5 Akademietheater Utrecht, aldaar t/m 29/5. Inl. en reserveren: (030) 231 53 55.