Duitse schrijvers schuwen debat over Kosovo niet

Anders dan in Nederland, mengen Duitse schrijvers zich in het Kosovo-debat. Maar laten we oppassen voor valse historische vergelijkingen, waarschuwt de joodse schrijver Rafaël Seligmann.

,,In Kosovo woedt een oorlog en in Duitsland wordt weer over Auschwitz gediscussieerd. Maar deze oorlog is geen echte oorlog, want die durven we niet te voeren. Daarmee lijkt ze meer op zwendel. Met Auschwitz heeft ze al helemaal niets te maken''. Rafaël Seligmann (52) is een joodse Duitse schrijver en woont in Berlijn. Hij houdt van provoceren. Ironie is zijn wapen. Vooral de pijngrens tussen Duitsers en joden overschrijdt hij graag. Of het nu gaat om Hitler, het Holocaust-monument in Berlijn of over Kosovo – het enfant terrible van de moderne joodse literatuur staat klaar om zijn mening te geven.

Anders dan in Nederland, ventileren schrijvers in Duitsland gedreven hun opinie – ook over de oorlog op de Balkan. Schreef de Nederlandse auteur Marcel Möring onlangs in Trouw dat het niet de taak is van de schrijver over zulke tragedies meningen te uiten, zijn collega's in de Bondsrepubliek hebben geen enkele schroom een maatschappelijk discours aan te jagen over gevoelige thema's.

De Duitsers zwelgen in hun rijke debatingcultuur. Zware, serieuze discussies worden ook op de televisie niet geschuwd, of het nu gaat om de toekomst van de verzorgingsstaat, de wortels van het rechts-radicalisme, de eeuwige schuld aan Auschwitz of om de vergelijking tussen Hitler en Miloševic. De crisis op de Balkan heeft een hevige discussie losgemaakt tussen voor- en tegenstanders van de oorlog, ook in schrijverskring.

Vindt Möring dat de schrijver geen `professionele meningenhebber' is en zwijgt hijzelf inzake Kosovo ,,uit verbijstering'', in de Bondsrepubliek ziet menig scribent het als een natuurwet zich als opinionleader te uiten – zeker over delicate zaken als oorlog en vrede. Op de Feuilleton-pagina's in kranten, in weekbladen of in talkshows op radio en televisie figureert de ene na de andere schrijver om zijn of haar mening te geven over deze gerechtvaardigde of juist niet-gerechtvaardigde oorlog.

,,Dit militaire ingrijpen was nodig en had zelfs veel eerder moeten gebeuren'', meende bijvoorbeeld Günter Grass, die als eerste schrijver de NAVO-acties in Joegoslavië begroette. Peter Schneider stelde de gevoelige kwestie van grondtroepen aan de orde. Hans Magnus Enzensberger pleitte onverbloemd voor het bewapenen van de Kosovaren.

György Konrád, president van de Akademie der Künste in Berlijn, keerde zich juist scherp tegen de bombardementen, net als Seligmann. Die vindt dat zijn landgenoten – trots als ze zijn nu als `volwaardige' NAVO-partners te worden beschouwd - de Pruisische oorlogsfilosoof Carl von Clausewitz beter hadden moeten bestuderen. Want wat is het politieke doel van de oorlog?

,,Schrijvers zijn zeker niet beter, maar ook niet slechter dan anderen'', zegt Seligmann over de rol van auteurs in het maatschappelijke debat. ,,Wèl zijn schrijvers grotere exhibitionisten. Ze zien graag dat hun mening wordt afgedrukt.'' In zijn rijkelijk met boeken uitgeruste appartement in het Westberlijnse Wilmersdorf, wil Seligmann er geen enkele illusie over laten bestaan: veel schrijvers mengen zich eenvoudig in het debat omdat het een economische noodzaak is publiek in gesprek te blijven. ,,Wie kan er in Duitsland nu van zijn boeken leven'', zegt hij met een cynische glimlach.

Hoewel Seligmann een levendige deelnemer is aan menig dispuut, is hij ook de eerste om de meningenindustrie op de hak te nemen. ,,Ik weiger om als Musterjude (voorbeeld-jood) op te treden, die de Duitsers het morele alibi voor hun engagement in de Balkan-oorlog moet leveren'', zegt Seligmann, die in Israel is geboren en vanaf zijn tiende jaar in Duitsland woont. Twee jaar geleden baarde Seligmann opzien met het boek Musterjude over een `excuus-jood', waarin hij met alle vooroordelen bij Duitsers over joden de vloer aanveegt. Ook in andere werken zoals Rubinsteins Versteigerung, Die jiddische Mamme en Schalom meine Liebe, beschrijft Seligmann de beklemmende relatie tussen Duitsers en joden – geestig en spottend.

Toen Seligmann onlangs met andere prominente joden werd uitgenodigd voor een politieke talkshow over de oorlog, was de journalist onthutst over Seligmanns kritiek op de oorlog. Hij had juist gehoopt dat Seligmann `als jood' een vurig pleidooi voor het NAVO-ingrijpen in Joegoslavië zou houden. Maar Seligmanns koele redenering dat Kosovo niet met Auschwitz is te vergelijken, dat verdrijvingen geen volkenmoord zijn en dat joden niet de moraal in pacht hebben (,,Wie daarvan overtuigd wil raken, hoeft slechts de Israelische bezettingspolitiek te bestuderen''), schokte de redacteur dermate dat hij haastig de uitnodiging introk.

De redactie wilde niet dat de jood `als strateeg' iets over de oorlog zei, aldus Seligmann. Maar juist als historicus en politicoloog, gespecialiseerd in krijgskunde, verwijst de schrijver graag naar de grote Pruisische krijgsfilosoof Von Clausewitz. Als strateeg had Seligmann willen zeggen dat deze oorlog ,,een catastrofe'' is. Als je al oorlog voert, moet je een politiek doel hebben en bereid zijn 200.000 militairen op de grond in te zetten. Elke oorlog heeft een logica, meent Seligmann, net als het maken van een muziekstuk of een krant. Maar de logica bij deze oorlog ontbreekt.

Wie zegt tegen Auschwitz te strijden en zich op de joden beroept, denkt dat hij de moraal aan zijn kant heeft. ,,Maar de werkelijke reden waarom de rood-groene regering meedoet aan de oorlog is, dat ze haar trouw aan het bondgenootschap wil bewijzen. Rood-groen is doodsbang internationaal niet serieus te worden genomen. Dat kun je de mensen echter niet verkopen.''

In talkshows en andere mediadebatten wil men de jood uitsluitend `als morele instantie' horen, meent Seligmann. ,,De jood als morele scheidsrechter – dat is de rol van joden in de Duitse media. Wij zijn de morele zeep van de Duitsers, zodat ze zich kunnen schoonwassen. De oorlog in Kosovo geeft de Duitse Gutmenschen en Stammtischstrategen de gelegenheid te bewijzen dat ze meer deugen dan hun nazi-ouders.''

Ronduit ergerlijk vond Seligmann het gedweep van sommige media met joden als de omstreden Amerikaans-joodse socioloog Daniel J. Goldhagen. In een artikel in de Süddeutsche Zeitung riep Goldhagen op Servië de totale oorlog te verklaren, het land te veroveren, te bezetten en te heropvoeden zoals met Duitsland na de oorlog is gebeurd. Seligmann was het al niet eens met Goldhagens these uit zijn omstreden boek Hitlers willige Vollstrecker, waarin hij stelde dat het antisemitisme bij de Duitsers in de genen zit.

Goldhagens oproep tot een grote oorlog noemt hij ronduit ,,misdadig''. Alsof Amerika overal ter wereld als politieman moet optreden, landen moet overvallen en heropvoeden. ,,Het gaat Goldhagen bij zo'n artikel enkel om de wetenschappelijke kick, terwijl hij weet dat het onhaalbaar is'', zegt Seligmann, die vindt dat een redacteur ,,met een beetje gevoel voor verantwoordelijkheid'' dergelijke beweringen niet groot op de voorpagina behoort te plaatsen om de oplage te verhogen.

Zo gebruiken en misbruiken pers en schrijvers elkaar in deze cynische oorlog, stelt Seligmann. Door de race om de meest uitgesproken mening wordt het werkelijke onheil van Kosovo volgens hem naar de achtergrond gedrongen. ,, Een oorlog in Europa is weer denkbaar geworden. Dat is het fatale van deze crisis. Deze oorlog plaveit de weg voor nieuwe oorlogen in Europa.'' De volgende crisis ziet Seligmann al tot uitbarsting komen, tussen Griekenland en Turkije om Cyprus.

Natuurlijk kunnen schrijvers invloed hebben, net als alle andere burgers, stelt Seligmann tot slot. ,,Als er miljoenen mensen de straat op gaan om een grote oorlog in Europa te voorkomen, laat dat geen regering onberoerd.''