Diplomatie worstelt op vele fronten met plan G8

Er werd deze week véél gepraat over de Kosovo-crisis, op veel plaatsen en op veel niveaus. Maar doorbraken bleven uit. En intussen gingen de bombardementen door, net als de `etnische zuivering'.

De diplomatie meanderde deze week heel wat af: langs Moskou en Helsinki, langs Noordwijk en Washington, langs Belgrado, Brussel, Bari en Bonn – er werd veel overlegd in de Kosovo-crisis. Maar bereikt werd weinig. En gebombardeerd werd ook deze week weer zonder pauze.

De tekst op tafel is die van de G8, de zeven rijkste industrielanden in de wereld en Rusland, die op 6 mei een plan overlegden met zoveel open vragen dat alle inspanningen nog niet hebben geleid tot de klaarheid die nodig is om de tekst te vertalen in een VN-resolutie waarmee Belgrado onder druk kan worden gezet.

Het plan van de G8 voorziet in de beëindiging van het geweld en de repressie in Kosovo, de legering van een ,,effectieve internationale civiele en veiligheidsaanwezigheid'' met steun van de VN, de vorming van een interimbestuur over Kosovo met steun van de Veiligheidsraad, de terugkeer van vluchtelingen en de toegang van hulporganisaties, het begin van een politiek proces voor autonomie voor Kosovo op basis van het akkoord van Rambouillet en de ontwapening van het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK.

De belangrijkste vragen waarover de NAVO en Rusland het niet eens kunnen worden betreffen de aard van en het commando over de `veiligheidsaanwezigheid' waarvan het plan rept. De NAVO eist de leiding van een militaire vredesmacht op. Rusland was daar aanvankelijk fel tegen, maar stelt nu de voorwaarde dat Belgrado moet instemmen met de aard van en het commando over de vredesmacht. Dat is een heel kleine koerscorrectie, die weinig hoop biedt op een doorbraak. Het liefst wil Rusland een uit Russen bestaande vredesmacht, waaraan andere landen zouden kunnen deelnemen. Maar dat vindt geen genade in de ogen van de NAVO. Alleen over de voorlopige werknaam voor de troepenmacht, KFOR (analoog aan SFOR in Bosnië), doet niemand moeilijk. Verwijzend naar Shakespeare zei NAVO-woordvoerder Jamie Shea: ,,What's in a name, a rose by any other name would be as sweet.''

Het tweede grote punt is de vraag in welke volgorde de punten in het G8-plan moeten worden gerealiseerd. Rusland wil dat de eerste stap bestaat uit een stopzetting van de bombardementen. De NAVO wil dat eerst de Veiligheidsraad een resolutie aanneemt waarmee Belgrado moet instemmen en dat een zichtbaar begin wordt gemaakt met een troepenaftocht uit Kosovo voordat de bombardementen worden stopgezet.

Tien uur lang spraken deze week de gezanten Tsjernomyrdin (namens Rusland), Ahtisaari (namens de EU) en Talbott (VS) over de zaak zonder eruit te komen. Nog langer bespraken ambtenaren van de G8 in Bonn over dezelfde kwestie, met hetzelfde gebrek aan resultaat. Volgende week wordt verder gepraat, ook met de Joegoslavische leider Slobodan Miloševic, die dinsdag Tsjernomyrdin weer op bezoek krijgt.

Tsjernomyrdin verpersoonlijkt, met zijn veronderstelde (maar onbewezen) invloed op Miloševic voorlopig de hoop op een doorbraak. Brussel kwam deze week een beetje uit de richting van de internationale diplomatie te liggen. Toch was het op het NAVO-hoofdkwartier een komen en gaan van bewindslieden die hun zegje kwamen doen. De Britse minister Cook liet weten de inzet van grondtroepen niet uit te sluiten. De Duitse bondskanselier Schröder vond dat de ingeslagen weg van het luchtoffensief gevolgd moet bijven worden en noemde de inzet van grondtroepen `ondenkbaar'. De Italiaanse premier D'Alema bepleitte een bombardementspauze zodra de G8 het eens is over een VN-resolutie, om Belgrado de kans te geven daar positief op te reageren. De NAVO bleef bij monde van Shea volhouden dat de luchtaanvallen pas stoppen als Miloševic heeft voldaan aan de vijf voorwaarden die hem bij aanvang van de luchtaanvallen zijn gesteld, waaronder een controleerbaar staakt-het-vuren en de instemming met een internationale vredesmacht in Kosovo.

Het debat over de inzet van vechtende grondtroepen (in tegenstelling tot een vredesmacht die pas ná een akkoord in actie zou komen) wordt inmiddels dringender, omdat de internationale gemeenschap de Albanese vluchtelingen vóór de winter wil laten terugkeren naar Kosovo. Dat betekent dat uiterlijk volgende maand moet worden begonnen met het verzamelen van de benodigde troepen, wat zo'n zes weken zou duren, zodat ze in augustus aan het werk kunnen.

Secretaris-generaal Solana gaf vier weken geleden opdracht de bestaande plannen voor grondtroepen voor Kosovo te actualiseren. NAVO-militairen hebben nu berekend dat zo'n 45.000 soldaten nodig zijn voor een troepenmacht die zich niet naar binnen hoeft te schieten. Dat is 17.000 man meer dan voorzien in het vredesplan van Rambouillet. Meer troepen zijn nodig, omdat er inmiddels veel meer vluchtelingen zijn die veilig naar huis moeten worden begeleid. Ook zijn meer genietroepen nodig voor het herstellen van (door de NAVO gebombardeerde) infrastructuur en wordt verwacht dat de militairen taken moeten uitvoeren van de politie en van het burgerlijk bestuur. Een van de verwachte problemen: claims op woningen en grond zullen nauwelijks controleerbaar zijn, omdat veel vluchtelingen alle documenten is ontnomen. Gevreesd wordt ook dat de Joegoslavische autoriteiten, die de grenscontrole in Kosovo willen blijven uitvoeren, vluchtelingen zonder paspoort aan de grens zullen tegenhouden. ,,Dat spelletje komt er aan'', voorspelt een NAVO-diplomaat. ,,De Serviërs zeggen nu dat er maar 800.000 Albanezen waren.'' Volgens de VN-hulporganisatie UNHCR zijn er echter tussen maart vorig jaar en afgelopen donderdag 914.423 Kosovaren over de buitengrenzen van Kosovo gevlucht of verdreven