De Nacht van Wiegel 1

Op de Nacht van Schmelzer volgt de Nacht van Wiegel. Sommige schrijvers in deze kolommen zijn ervan overtuigd dat Wiegel met het wegstemmen van het referendum de democratie een dienst heeft bewezen. Niets is minder waar.

Laten we eerst naar Wiegel kijken, dan naar het referendum. Wiegel is na een lange staat van dienst door een VVD-commissie op de kandidatenlijst gezet waarna de Provinciale Staten de leden van de Eerste Kamer hebben gekozen. Er is geen kiezer aan te pas gekomen om te bepalen wie in de Eerste Kamer kwam. De heer Wiegel vertegenwoordigt dan zelfs alleen zichzelf want hij is niet eens loyaal aan het verkiezingsprogramma van de VVD dat hij onderschreven heeft. Het waarderen van de principiële opstelling van individuele politici is prima en is een pleidooi voor de rechtstreekse keuze van volksvertegenwoordigers door de kiezer. Dit kan bijvoorbeeld door het invoeren van een districtenstelsel, ook een oud idee van D66.

Het afwijzen van het referendum staat niet op zichzelf. Het is het miskennen van het verantwoordelijkheidsgevoel van de Nederlandse burger. Daar waar in de meeste landen van de EU het referendum gebruikt wordt om over majeure beslissingen een oordeel aan de burger te laten, wordt de Nederlandse burger beschouwd als een kleuter die aan het handje van bestuurders moet lopen en niet in staat zou zijn een burgemeester te kiezen. Ruim drie-kwart van de Nederlandse kiezers is voor de introductie van een correctief referendum en 18 procent van de kiezers vindt het terecht dat om die reden D66 uit de regering stapt: dat zou een recorduitslag voor D66 betekenen. Dat vele kiezers D66 waarderen om haar standpunten over euthanasie en drugsbeleid is prima maar D66 is ook opgericht omdat we bezorgd waren over de ernstige devaluatie van onze democratie. Bezorgd, dat zijn we nog steeds. Niet omdat het referendum een hobby van D66 is maar omdat alle stemmen tellen om te komen tot de beste inrichting van ons land.