De gênante wereld der popsterren

Eén van de mooiste scènes uit This Is Spinal Tap is als de leden van de groep Spinal Tap in Memphis bij het graf van Elvis Presley staan. Ze zingen uit respect Heartbreak Hotel, wat eventjes duurt omdat gitarist Nigel er een mooie tweede stem bij wil doen, wat pas lukt na een keer of vijf proberen. ,,Dit is volkomen deprimerend'', zegt zanger David. Nigel: ,,It really puts perspective on things, though, doesn't it?'' David: ,,Too much, there's too much fucking perspective now.''

De Engelse rockband Spinal Tap is in 1982 op tournee in Amerika. Regisseur en fan Marty DiBergi volgt de band tijdens die rampzalig verlopende tournee – het ene na het andere optreden wordt afgelast, manager Ian stapt halverwege op en ook gitarist Nigel geeft er de brui aan.

This Is Spinal Tap is een knappe parodie op het genre `rockumentary'. Regisseur Rob Reiner speelt zelf Marty DiBergi – een verwijzing naar Martin Scorsese, die de documentaire The Last Waltz over The Band maakte. De film drijft op een hilarische manier de spot met rockbands, met de holle bombast van shows die vooral hardrockers opvoeren, met de kinderachtige sterallures van popsterren (gitarist Nigel Tufnel weigert een broodje, omdat het te klein is) en met veelvuldige seksistische teksten. Zo speelt Spinal Tap het nummer Big Bottom (Dikke Kont), met regels als: ,,My baby fits me like a flesh tuxedo, I wanna sink her with my pink torpedo.''

Spinal Tap is een creatie van de Amerikaanse komieken Harry Shearer en Michael McKean (respectievelijk bassist Derek Smalls en zanger David St. Hubbins). De groep debuteerde in een comedyspecial van ABC in 1978, waarna het nog zes jaar (vooral besteed aan het zoeken naar geld) duurde voor de film af was. Een commercieel succes werd het nooit, maar wel meteen al een cultfilm, vooral populair onder rockgroepen, die er veel van zichzelf in herkennen. Elke band heeft wel gênante Spinal Tap-ervaringen, zoals verdwalen tussen kleedkamer en podium of de onderlinge verdeeldheid als gevolg van een bemoeizuchtige vriendin.

De populariteit van Spinal Tap bleef zo groot dat de groep in 1992 een reünie-album maakte, Break Like The Wind, en op tournee ging: de Third World Comeback Tour. ,,Bringing loud music to people who don't have food, basically'', zoals bassist Derek Smalls het omschreef. Er kwam een boek `Inside Spinal Tap', er kwamen fanclubs, websites, waarvan Chip Rowe's de beste is (chiprowe.com/tap). Er volgden meer mock-rockumentaries, zoals recent Still Crazy en Where Are The Bredstix?

Let bij het kijken goed op: er zijn kleine gastrollen van o.a. Patrick Macnee, Dana Carvey, Billy Crystal en Anjelica Huston. En in Bobbi Flekman, de stroperige vertegenwoordigster van platenmaatschappij Polymer, herkennen we Fran `The Nanny' Drescher. Zij mag uitleggen waarom een hoes met een naakte vrouw, zittend als een hond, met een halsband om, aan de lijn, echt niet meer kan: ,,It's 1982, get out of the sixties. We don't have this mentality any more.'' De band snapt er niets van.

This Is Spinal Tap (Reiner, VS, 1984), zondag, VRT, 13.45-15.25u.