David Lynch verrast met realisme

Films waar lang naar uitgekeken wordt, voldoen vaak niet aan de verwachtingen. Meestal kun je het de filmmaker niet aanrekenen dat zijn laatste werk afwijkt van de vorige film of van de verlangens van de kijker. Maar Peter Greenaway heb ik zelf horen beloven, tijdens de opnamen van 8 1/2 Women, dat die film vol zou zitten met verwijzingen naar hoogtepunten uit de filmgeschiedenis, dat hij seksualiteit en lichamelijkheid heel direct in beeld zou brengen en dat de acht en een halve vrouw, uitsluitend voor eigen genot verzameld door een schatrijke vader en zoon in een villa aan het meer van Genève, een soort encyclopedie zouden vormen van mannelijke erotische fantasieën.

Van al die beloften komt bij de première van het eindresultaat in de competitie van het festival van Cannes weinig terecht. Inderdaad zit er een fragment uit 8 1/2 in, en enkele verbale verwijzingen naar andere films van Fellini, is er veel mannelijk en vrouwelijk naakt te zien en bevinden zich in de harem een zwangere vrouw, een paard-

rijdster (Amanda Plummer) en een non (Toni Collette). De aard van de erotische interacties laat veel te raden over, en voor een seksueel geladen film blijft 8 1/2 Women, een Nederlands-Engels-Duits-Luxemburgse coproductie van Kees Kasander en een voor een belangrijk deel Nederlandse crew, tamelijk afstandelijk. Toch is in het eerste half uur bij uitzondering wel enig gevoel aanwezig, vooral in de half homo-erotische toenadering tussen vader en zoon die net respectievelijk moeder en echtgenote hebben verloren. Zou de theorie dat casanova's hun homoseksualiteit afweren dan toch juist zijn?

De nieuwe film van David Lynch, The Straight Story, pakt ook heel anders uit dan je van de regisseur van Wild at Heart (Gouden Palm 1990) en Twin Peaks verwachten zou. Het op een ware gebeurtenis gebaseerde The Straight Story is een road movie gesitueerd in de diepste Amerikaanse provincie, maar zonder een spoor van surrealisme, droombeelden of horror. De hoofdpersoon (Richard Farnsworth) is een zieke bejaarde, die van de dokter geen auto meer mag rijden en voor de laatste keer zijn eveneens met gezondheidsproblemen kampende broer wil opzoeken. Dus rijdt hij ruim vijfhonderd kilometer op een grasmaaier van Iowa naar Wisconsin. Ook Lynch neemt de tijd, observeert als door een microscoop piepkleine gebeurtenissen waarvan de betekenis voor het eigenlijke drama, een laatste tocht om in het reine te komen met alles wat voorafging, niet altijd duidelijk wordt. De stilering zit niet in bizarre en beangstigende fantasieën, zoals meestal bij Lynch, maar in een bijna moralistisch aandoend realisme: de titel van de film verwijst niet alleen naar de achternaam van de hoofdpersoon, Alvin Straight.

Lynch' film kent in Cannes fervente verdedigers, net als Leos Carax' Pola X en Aleksandr Sokoerovs Moloch, maar al deze films zijn waarschijnlijk te excentriek voor een Gouden Palm. Die zou ten onrechte wel kunnen gaan naar publiekslievelingen als Pedro Almodóvars Todo sobre mi madre of Atom Egoyans Felicia's Journey. Met nog twee competitiefilms voor de boeg blijft Takeshi Kitano's zowel toegankelijke als vernieuwende Kikujiro de grote favoriet voor de morgen uit te reiken hoofdprijs.