Zalm legt clubs van beleggers aan banden

Beleggingsclubs mogen voortaan uit niet meer dan 25 leden bestaan en de beleggers mogen niet meer dan 20.000 gulden per persoon inleggen.

Dat blijkt uit een notitie van minister Zalm van Financiën. De minister wil met deze beperkingen voorkomen dat beleggingsclubs te grote verliezen lijden.

Vorig jaar raakten leden van de Doetinchemse beleggingsclub D'n Anwas miljoenen guldens kwijt als gevolg van wanbeheer door de plaatselijke Rabobank. De bank betaalde daarna in totaal 17,7 miljoen gulden schadevergoeding aan de gedupeerden.

Zalm tolereert nog wel beleggingsclubs met meer dan 25 leden, maar wil deze dan beschouwen als niet besloten beleggingsinstellingen. Die dienen dan een vergunning te hebben van De Nederlandsche bank en zich te onderwerpen aan haar toezicht.

Bij beleggingsclubs met de beperkte omvang hebben de leden in de ogen van minister Zalm voldoende zicht op het beleid dat het bestuur van de vereniging voert. Zij kunnen de bestuurders goed controleren en worden geacht over voldoende informatie te beschikken. Toezicht door de centrale bank is dan overbodig, oordeelt Financiën.

Medewerkers van banken mogen volgens de plannen van Zalm niet langer het initiatief nemen een beleggingsclub op te richten. De minister denkt daarmee te voorkomen dat een professionele marktpartij met een vergunning aan de club verbonden wordt.

Beleggingsclubs die nu niet aan de nieuwe eisen van minister Zalm voldoen krijgen te maken met een overgangsregeling. Daardoor krijgen te grote clubs de tijd om een vergunning bij De Nederlandsche Bank aan te vragen of de vereniging te verkleinen dan wel op te heffen.

Tot nu toe waren de criteria voor de omvang van beleggingsclubs die zich niet aan controle van de Nederlandsche Bank hoefden te onderwerpen vaag. Zolang clubs in ,,besloten kring'' opereerden, hoefden ze geen vergunning aan te vragen.

De toezichthouder hanteerde af en toe ook een wat ruimere interpretatie van dit begrip. Veel beleggingsclubs die meer op open beleggingsinstellingen lijken dachten daardoor ten onrechte dat zij het zonder vergunning van de centrale bank konden stellen.