Workshops dans blijven zinvol

Het blijven interessante evenementen, de jaarlijkse workshops van de twee grootste Nederlandse dansgezelschappen, het Nederlands Dans Theater en Het Nationale Ballet. Niet dat zich constant opmerkelijk nieuw choreografisch talent aandient of dat je regelmatig verrast wordt door frisse, oorspronkelijke ideeën. Het is meer dat je een andere sfeer proeft dan bij de normale voorstellingen. En je ziet dansers van wie je de potentie in het reguliere repertoire niet vermoed had en ook nauwelijks zou kunnnen vermoeden omdat er nu eenmaal op die sluimerende talenten geen beroep wordt gedaan. Het feit dat de dansers zelf die workshopavonden organiseren en dat de getoonde choreografieeën tot stand moeten komen in de schaarse, zeer verspreide vrije tijd, betekent dat er vaak met een geheel andere betrokkenheid gewerkt wordt, dat er van een andere verantwoordelijkheid sprake is en dat er andere capaciteiten worden aangeboord. Alleen die zaken maken al dat de workshops de moeite waard zijn om voor de continuïteit ervan te pleiten.

Dit jaar waren er wel heel duidelijke verschillen in de realisatie van de workshops bij de twee gezelschappen. Bij het NDT werd het ook nu weer een ontspannen, vlekkeloos verlopend marathon-gebeuren met zestien (korte) werken, allemaal van dansers uit NDT1 en 2. In al die werken werd opgetreden door een mix van zeer ervaren en nog maar net geëngageerde dansers, terwijl in één nummer (Brave New World van Tessa Cooke) zelfs 39 zeer jonge leerlingen van een plaatselijke balletschool een essentieel onderdeel van het totaal vormden. Bij Het Nationale Ballet presenteerden zich slechts vijf gedrevenen uit het eigen dansersbestand en deden er drie buitenstaanders mee. Verder viel het op dat vier van de acht choreografieën solo's waren en dat de uitvoerenden allemaal uit de lagere rangen van het gezelschap kwamen.

Noch bij het NDT, noch bij HNB waren er ditmaal echte choreografische verrassingen. Bij NDT viel opnieuw de over de gehele linie grote vakmatigheid op, zowel in uitvoering als in presentatie en een bijna algemene voorkeur voor een grote hoeveelheid grillige, golvende, kronkelende en spartelende bewegingen. De stukken die ik nog best eens zou willen terug zien waren Hesitation van Shirley Esseboom, een dramatisch geladen, uitstekend gedanste solo voor Ester Natzijl, Nancy Euverinks Still met een mooie variatie aan stemmingen, La Voz del Arbol, een afwisselend, helder groepswerk van Gustavo Ramirez, het bizarre, door hemzelf gedanste Shifting Sands van Patrick Marin, vooral door de perfecte timing in actie en beweging en de solo Passing van en door Dylan Newcomb, die indruk maakte door de opgebouwde spanning, compactheid en intensiteit. Boeiend vond ik ook het dubbelduet Morning Calm van Ken Ossola, waarin helaas veel van de helderheid in beweging verloren ging door een te afleidende aankleding. Bij Het Nationale Ballet toonde Jennifer Hanna (ex–NDT) de meeste eigenheid in het introverte, mysterieus melancholieke vrouwenduet (eigenlijk meer een dubbelsolo) The Dream. Verder waren het toch vooral de uitvoerende prestaties van Janusz Madej, Megumi Eda, Mistaya Hemingway, Marta Reig Torres, Veronique Lauwers en Rubinald Pronk die het meest de aandacht trokken.

Workshops van het Nederlands Dans Theater en Het Nationale Ballet. Gezien: 13 mei, Lucent Danstheater, Den Haag en 19 mei Doelenzaal, Amsterdam.