Takeshi Kitano maakt sublieme kinderfilm

Sommige party's tijdens het filmfestival van Cannes beginnen pas om half twee, na de nachtvoorstelling. Afgelopen nacht kon een wandelaar op de Boulevard de la Croisette zich vergapen aan drie feesten naast elkaar, in belendende strandpaviljoenen. Spike Lee was de gastheer op het feest met de luidste muziek, verderop waren laserprojecties en feeërieke lichteffecten te zien, geïnspireerd door Takeshi Kitano's film Kikujiro. En op Man Ray Beach werd de wereldpremière gevierd van het regiedebuut van de Australische cameraman en fotograaf Christopher Doyle. De locatie is toepasselijk, want net als Man Ray lang geleden vertelt Doyle in zijn experimentele film Away with Words geen echt verhaal. Je zou de Japanse productie kunnen vergelijken met een videoclip van anderhalf uur, associatieve beelden die een impressie geven van de hippe mengcultuur van oost en west, die na Japan nu ook in China gewoon aan het worden is. Doyle heeft een reputatie te verliezen als toonaangevend beeldvormgever van bij voorbeeld de films van Wong Kar-wai en van Gus Van Sants Psycho. Zonder een andere regisseur die aan Doyle's oorspronkelijke visuele talent betekenis geeft, blijven het intrigerende plaatjes die als los zand aan elkaar hangen, en de kijker zelden in Doyle's wereld weten te betrekken.

Het contrast met de ook zeer origineel vormgegeven film van Kitano is dramatisch, omdat daarin gestileerde beelden wel ontroeren. Na twee jaar geleden de Gouden Leeuw te hebben gewonnen in Venetië voor Hana-bi stelt de Japanse acteur en regisseur nu ook nadrukkelijk zijn kandidatuur voor de Gouden Palm. Kikujiro schittert door bedrieglijke eenvoud: het verhaal gaat over een jongetje dat bij zijn grootmoeder woont en van huis wegloopt. Kitano speelt zelf een zich agressief en misantropisch gedragende gangster, met een zijn hele rug beslaande horror-tatoeage, die het kind onder zijn hoede neemt. Na enige omzwervingen via goklokalen komen ze in de buurt van de zee, en daar zet de grommende Kitano al zijn venijn ten dienste van het amuseren van de jonge metgezel. Hij verzint allerlei bizarre spelletjes, zodat het kind de zomer van zijn leven heeft.

De extreme gewelddadigheid van Kitano's eerdere films is nog steeds aanwezig, maar buiten beeld. Je kunt vermoeden dat de manier waarop zijn personage passanten dwingt leuke dingen te doen voor het jongetje tamelijk gruwelijk is, maar we krijgen alleen het resultaat van die inspanningen te zien, niet het geweld zelf. Kitano schaart zich met Kikujiro in de rijen van de grote komische slapstickhelden als Chaplin, Keaton en Tati, die ook als regisseur wisten te imponeren. Fraai zijn de simpele animatie-effecten, die Kitano door zijn film strooit. Zo ontstaat een heel eigen universum met een uniek karakter: een wrede wereld vol zelfspot, en toch is Kikujiro ook een sublieme kinderfilm.

Gisteren werd bekend dat de in Cannes zo goed als onzichtbare Nederlandse filmindustrie zowaar een wapenfeit kan overleggen. De tot nu toe vooral voor televisie werkzame producent en regisseur Roel Reiné (voor een groot deel verantwoordelijk voor de serie Fort Alpha) liet op de filmmarkt twaalf minuten zien van The Delivery, een nagenoeg zonder subsidie en grotendeels in het Engels opgenomen actiefilm over een XTC-transportje van Amsterdam naar Spanje. Op grond van dat onvolledige materiaal werd The Delivery door de Amerikaanse maatschappij Trimark Pictures, specialist in het betere B-werk, opgepikt voor distributie in de VS en de rest van de wereld. Dat is vooral een opmerkelijke ontwikkeling, omdat er in Nederland nauwelijks een traditie bestaat op het gebied van de genrefilm, en de meer kunstzinnig georiënteerde filmproductie dit jaar internationaal nog weinig waardering ontving.