Oudenampsen en Doorduin

Van schilderkunst kun je veel zeggen, maar niet dat het `hip' is. Computerkunst is hip en video's en installaties – schilderkunst is meer de constante factor die zelden de pretentie heeft de polsslag van de tijd weer te geven. Schilders die het moderne uitgaansleven vastleggen, of kantoren vol webdesigners en i-mac-computers zie je dan ook zelden, ze trekken zich liever terug op tijdloze onderwerpen als de mens, de natuur of het landschap. Het vervelende is alleen dat zelfs die onderwerpen niet tijdloos zijn, steeds meer beelden raken beladen – door diezelfde computers, door de reclame, door de kunstgeschiedenis. Origineel zijn is niet gemakkelijk meer.

Op een dubbeltentoonstelling bij galerie Loerakker in Amsterdam ziet de toeschouwer de schilders Elka Oudenampsen en Marcel Doorduin worstelen met een soortgelijk dilemma. Doorduin schildert gebouwen en interieurs, Oudenampsen mensfiguren. Bij allebei lijkt de thematiek tijdloos en eeuwig maar toch maken ze geen tijdloze schilderijen.

Zoals bij veel schilders is het onderwerp voor Doorduin niet van primair belang. Zijn gebouwen zijn vooral aanleidingen tot schilderen – hij lijkt meer geïnteresseerd in verf en structuur dan in cement of betonconstructies. In het verleden had dat vaak mooie resultaten: ik herinner me een schilderij van een spiegelend bankgebouw waarbij Doorduin de spiegels had weergegeven door waterig witte lijnen waar het groen van de achtergrond doorheen zichtbaar bleef. Dat doek was een mooi spel met textuur en glas en verf en daarom zeer geslaagd.

Helaas is die gelaagdheid in Doorduins nieuwste doeken grotendeels verdwenen. Eerder zie je hem vechten met zijn onderwerp: Doorduin schildert nog steeds tijdloze gebouwen, maar waarom hij dat doet, wat hem er in aantrekt is niet duidelijk meer. Soms neigen de bouwsels naar abstracte lijn-schilderijen, soms speelt hij wat met een kleur als knallend roze. Maar de overtuiging is eruit, het lijkt wel of Doorduin zijn gebouwen als een last is gaan ervaren.

Van onderwerpsmoeheid lijkt Elka Oudenampsen geen last te hebben. Haar mensfiguren zijn net ledepoppen: het hoofd is een ovaal en zonder gelaatstrekken en ook de rest van het lichaam is schematisch weergegeven. Dat lijkt tijdloos, ware het niet dat Oudenampsens doeken onmiskenbaar doen denken aan een serie schilderijen van mensen die Kazimir Malevitsj rond 1930 maakte - dezelfde gezichtsloosheid, dezelfde starre lichaamsvormen, dezelfde verdeling in kleurvlakken. Waarschijnlijk is Oudenampsen zich van die associatie bewust, en ik vermoed dat ze vooral daarom onlangs een boekje publiceerde waarin de collages staan die ze als voorstudies voor haar schilderijen gebruikt, meestal eenvoudige, samengevoegde knipsels uit tijdschriften. Hoewel je die als toeschouwer eigenlijk niet zou moeten hoeven kennen helpen ze wel om meer afstand tot Oudenampsens doeken te nemen en springen daarna ook de verschillen met Malevitsj meer in het oog. Zo besteedt Oudenampsen meer aandacht aan het modelleren van haar figuren, de armen en benen worden rond van de in elkaar overvloeiende kleuren. Ook geeft ze de kleuren van haar doeken extra diepte door uitgekiend met lagen te werken – soms zie je het geel nog net onder het blauw van een kledingstuk doorsijpelen.

Hoe langer je naar de doeken van Oudenampsen kijkt, hoe meer haar figuren een eigen identiteit krijgen – één heeft er zelfs wild wapperende haren, als een fotomodel in een shampoo-reclame. Dan is Malevitsj vergeten, en blijven er intrigerende schilderijen over, juist doordat haar figuren nooit helemaal mensen worden. Daarmee maakt Oudenampsen het zichzelf en haar toeschouwer niet gemakkelijk, maar het is moeite die wordt beloond.

Galerie Loerakker, Keizersgracht 380 Amsterdam. Wo t/m za 13-17u. T/m 12 juni. In de galerie zijn tevens collages van Ron Hooghiemstra te zien.