Oude tripper

Het `drugsboek' is een moeilijk genre. Schrijven over alcohol gaat nog wel, maar zodra het om geestverruimende middelen gaat hebben zelfs beroemde auteurs als William Burroughs moeite hun boeken leesbaar te houden. In King Acid, over de introductie van LSD in het Amsterdam van de jaren zestig, koos Peter ten Hoopen voor de rechtstreekse, autobiografische aanpak. Dat komt het boek ten goede want het krijgt zo, in tegenstelling tot veel andere drugsliteratuur, een duidelijk begin, midden en einde.

Peter ten Hoopen was op de juiste tijd (1965) op de juiste plaats (Amsterdam) en kon destijds aanspraak maken op de twijfelachtige eretitel `King Acid'. Hij was een bekende leverancier van met LSD besprenkelde suikerklontjes in het `magies sentrum'. In het boek dat hij over zijn belevenissen heeft geschreven, toont hij zich een goede verteller en chroniqueur van de tijdgeest, zozeer zelfs dat hem de titel `King Namedropper' is gegund. Honderden namen noemt hij. Waarschijnlijk zal kunstenaar Aad Veldhoen er trots op zijn dat hij in het boek vermeld staat. Andere coryfeeën zouden het waarschijnlijk kwalijk vinden om overgeslagen te worden. Maar achten al die andere mensen (voor zover ze nog leven) het prettig de kwetsbare momenten van hun jeugd zo nadrukkelijk beschreven te zien? Is kapper Mario nog steeds trots op het feit dat hij ongevraagd suikerklontjes met LSD in de thee van zijn klanten gooide? Wordt Gekke Gerrit Lakmaaker nog graag herinnerd aan zijn tijd als gewelddadige ethersnuiver?

Leuk of niet, voor ons levert het een onderhoudend portret op van de Amsterdamse incrowd in de jaren zestig. Vervelend aan het boek is hooguit de spreekwoordelijke arrogantie die de hippe drugsgebruikers, met name LSD-gelovigen, tegenover niet-gebruikers aan de dag legden. Zonder enige zelfspot spreken ze over hun drugs als de `boodschap'. Wie LSD gebruikt, hoort erbij, de rest van de wereld bestaat uit sukkels. Ook Ten Hoopen heeft nogal last van deze houding. Behalve voor een enkele kat die gevoelig blijkt voor een `contact high' heeft hij niet veel op met niet-gebruikers.

Maar drugs blijven een schijnwereld. Je denkt geweldige ontdekkingen te doen, maar de volgende ochtend slaan ze al nergens meer op. Ook Ten Hoopen komt daar achter, als hij een onleesbaar briefje terugvindt waarop hij zijn bevindingen tijdens een van zijn trips heeft gekrabbeld. Toch blijft hij bloedserieus over `de trip'. Het `magies sentrum' is voor hem nog lang niet uitgewerkt. Dat geeft dit boek iets vergeefs.

Peter ten Hoopen: King Acid. Hoe Amsterdam begon te trippen. Contact, 352 blz. ƒ39,90