New Labour, New Britain, New Europe

De Britse premier Tony Blair vraagt zich af hoe Europa de crisis in Kosovo kan benutten om een wereldmacht te worden. Als het aan hem ligt wordt Groot-Brittannië Europeser en Europa Britser.

,,Een exclusief Brits debat'', noemde de Duitse kanselier Schröder deze week de aanhoudende roep uit Londen om een grondleger voor Kosovo. Dat was niet helemaal goed gezegd, want op de Britse eilanden is het debat nu wel voorbij: publiek en politiek zijn sinds een maand en bloc voor grondtroepen, eerst als dreigement en wanneer dat niet blijkt te werken als invasiemacht. Maar Schröder had wel gelijk: premier Blair, `de grootste havik van de alliantie', staat in toenemende mate alleen.

Wat in Londen een uitgemaakte zaak is, verdeelt de NAVO. De Britse frustratie daarover heeft nu ook de Amerikanen in de gordijnen gejaagd. Tijdens een ,,ongewoon lastig'' telefoongesprek van anderhalf uur heeft de Amerikaanse president Clinton Blair deze week gezegd dat hij nu echt moet ophouden zijn medewerkers in de pers te laten klagen over het uitblijven van Amerikaanse steun aan een grondoffensief.

Aan beide kanten van de oceaan worden inmiddels weer geruststellende geluiden gemaakt. Minister Cook van Buitenlandse Zaken, vandaag in Washington, komt niet nog eens zeuren om een invasie, maar juist om de eenheid te onderstrepen, heet het nu. En dat de Joegoslavische president Miloševic op de knieën zal worden gedwongen staat buiten kijf. Maar dezelfde Cook zei deze week dat ,,we niet aan de grens gaan staan wachten tot hij naar een ceremonie met vlaggen en camera's komt om een officieel verdrag te tekenen''. Zo blijft de special relationship voorlopig onder spanning staan.

Wat heeft van Tony Blair een havik gemaakt? Allereerst een diepe verontwaardiging over de etnische zuiveringen, zeggen Britse commentatoren eensgezind. `Kosovo' heeft de haast religieuze zendingsdrang tegen onrecht die ook door zijn binnenlandse agenda waait in de turbostand gezet. Zonder dwarsliggend parlement, een mokkende coalitie of een weifelende publieke opinie thuis hoeft hij zijn vuur niet door politieke motieven te laten temperen. Als leider met de sterkste binnenlandse positie van het Westen kan Blair hardop zeggen wat Clinton, Schröder en Chirac misschien alleen maar durven denken.

Wie kwaad wil kan er een vrijblijvende stunt in zien, of beginnersbranie van iemand die nog veel moet leren in de boze wereld. Anderen geloven juist dat Blair een koel-strategisch motief heeft: in de crisis rond Kosovo ziet Blair een uitgelezen kans om de Britten nauwer bij Europa te betrekken en de Britse invloed in Europa te vergroten.

In dat licht is het geen toeval dat de Britse regering juist vorige week een stuk publiceerde dat Europese landen oproept om hun politieke samenwerking op defensiegebied uit te breiden en zich te concentreren op verbetering van hun strijdkrachten zonder zich afhankelijk te maken van de Amerikanen . ,,Als Europa een sleutelrol op defensiegebied wil spelen moet het moderne strijdkrachten hebben, transportvliegtuigen en het materieel om een campagne te voeren'', zei Blair op dezelfde dag in Aken, waar hij de Karel de Grote-prijs kreeg voor zijn inspanningen voor de Noord-Ierse vrede. ,,Als we daar al twijfels over hadden, heeft Kosovo die wel weggenomen.''

,,Blair kiest zijn moment'', schreef Observer-colomnist Andrew Marr afgelopen zondag. ,,Dit zijn de weken waarin Europa eindelijk opgroeit en zich een leven begint voor te stellen zonder militair compleet van de Amerikanen afhankelijk te zijn. (...) Bill Clinton en Slobodan Miloševic maken Europa volwassen.''

Als Blair inderdaad een strategische visie heeft, gaf zijn toespraak in Aken daarin een goed doorkijkje, voorbij Kosovo. Want ,,het gaat niet langer alleen om het bereiken van interne veiligheid binnen de Europese Unie'', maar om de vraag hoe we ,,Europa sterk en invloedrijk kunnen maken, hoe Europa zijn volle potentieel kan benutten om een wereldmacht te zijn'', zei hij. Daartoe moet Europa niet alleen zijn defensie opvoeren, maar zichzelf ook economisch en sociaal drastisch hervormen. Hoe? Als het kan onder Britse leiding. Mijn doel is ,,om voor eens en voor altijd een eind te maken aan de Britse ambivalentie ten opzichte van Europa'', zei Blair. Want ,,halfhartige partners geven zelden leiding.''

De Britten moeten kortom Europeser worden. En Europa Britser, want Europa kan zijn nut doen met Brits pragmatisme, zei hij. ,,Ik ben een patriot. De Britten op hun best hebben twee karaktertrekken: creativiteit en common sense. Zoals de geschiedenis laat zien heeft het ons nooit aan zelfverzekerdheid of moed ontbroken. Maar onze hang naar avontuur werd altijd getemperd door praktisch realisme. Wij zijn eerder pragmatische visionairen dan utopisten.''

Die gloeiende woorden waren niet alleen bedoeld om het eurosceptisch thuisfront in te pakken maar waren ook gericht aan Franse, Duitse en Italiaanse oren. ,,In plaats van te theoretiseren over structuren en ons daarna af te vragen vragen wat we ermee willen, moeten we beginnen met wat we willen en dan de structuren erbij maken. (...) Europa moet de grote dingen beter doen en zich terugtrekken uit zoveel mogelijk kleine dingen.''

Soms leek het of hij een Labour-congres toesprak, zowel naar de toon als naar de inhoud. Zijn brede `Derde Weg'-programma – ,,een maatschappij die ondernemingszin combineert met sociale rechtvaardigheid'' – heeft hij eerst in zijn partij doorgevoerd en daarna in de landspolitiek. En het is wat hem betreft ook de enige blauwdruk voor Europa. Na New Labour en New Britain is het nu tijd voor New Europe. Aan de Europese munt neemt zijn land voorlopig niet deel, óók uit pragmatisme, maar op andere vlakken heeft het Verenigd Koninkrijk alles te bieden, is zijn boodschap. Ook daarin ontpopt hij zich als havik.

`Kosovo' blijft intussen een gok, en the jury is out. Andrew Marr: ,,Mijn hele politieke instinct zegt me dat Blair uit deze oorlog te voorschijn komt met Kosovo weer in NAVO-handen en een positie als leider in Europa die geen Britse premier sinds 1945 heeft gekend.'' Maar Bagehot, de columnist van The Economist, schrijft vanmorgen: ,,Het indrukwekkende en licht beangstigende aan Blair in Kosovo is juist zijn gebrek aan berekening. (...) Zijn goede bedoelingen staan buiten twijfel. Zijn morele instinct is bewonderenswaardig, maar zijn beoordelingsvermogen wordt als nooit tevoren op de proef gesteld.''