Nederlandse hulp voor Honduras fors verlaagd

Het op één na armste land van het westelijk halfrond, Honduras, komt nauwelijks meer in aanmerking voor Nederlands ontwikkelingsgeld. In Tegucigalpa maakt men zich zorgen over een mogelijk domino-effect.

Maak van de nood een deugd, moet de Hondurese minister-president Gustavo Alfáro hebben gedacht. Hij had onlangs gehoord dat Honduras niet voorkomt op de lijst van negentien landen waartoe minister Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking) uit effectiviteitsoverwegingen de intensieve ontwikkelingsrelatie heeft beperkt. Het als uiterst corrupt bekendstaande land voldoet namelijk niet aan het criterium van `goed bestuur', en dat is een voorwaarde voor een plaats op de lijst.

Toen de Hondurese ombudsman dit voorjaar een rapport uitbracht over vermeende corruptie door de overheid met de internationale hulp na de orkaan `Mitch', was Alfáro er snel bij om het Nederlandse besluit te koppelen aan het rapport van zijn politieke tegenstander, de ombudsman. `Nederland beëindigt hulp na corruptierapport ombudsman', kopten de Hondurese kranten volgzaam en zonder wederhoor toe te passen. Toen het bericht een week later alsnog werd geverifieerd en de Nederlandse ontkenning de plaatselijke pers haalde, was de rel met de ombudsman alweer overgewaaid.

Maar de pijn van de Nederlandse beslissing is langduriger van aard. Tegucigalpa maakt zich grote zorgen over de drastische inkrimping van de Nederlandse ontwikkelingsrelatie, zo melden bronnen nabij het Hondurese kabinet. Vooral de timing vindt men ongelukkig. Vlak voor een belangrijke conferentie van donorlanden later deze maand vreest Honduras dat andere landen het voorbeeld van Nederland zullen volgen. In ontwikkelingszaken is Nederland immers `gidsland'. Spanje, dat een belangrijke rol in de regio vervult, zou aarzelen over het voortzetten van de ontwikkelingshulp, weet men binnen het Hondurese kabinet. Ontwikkelingssamenwerking legt er overigens de nadruk op dat het om een beleidsvoornemen gaat: in de loop van juni debatteert de Tweede Kamer over de plannen van minister Herfkens.

,,Dit is een slecht signaal'', vindt ook voorzitter Ramón Custodio van de – mede door Nederland gefinancierde – onafhankelijke mensenrechtencommissie CODEH. ,,Iedereen weet immers dat de Hollanders goede investeerders zijn.'' Custodio stelt dat de Nederlandse beslissing ook om een andere reden op een ongelukkig moment komt: ,,We zijn hier bezig met een proces van omvorming van de maatschappij. Maar als het criterium van goed bestuur dat van de neoliberale normen van Wereldbank en IMF moet zijn, dan ben ik daar tegen.'' Honduras staat wel op een sub-lijstje van Herfkens van landen waarin projecten worden ondernomen rond de thema's mensenrechten, vredesopbouw en goed bestuur. De steun aan niet-gouvernementele organisaties zoals CODEH gaat daarom voorshands onverminderd door.

De uitsluiting van Honduras heeft in brede kring tot discussie geleid. Na Haïti is het land het armste op het Amerikaanse continent en de corruptie is er niet wezenlijk minder dan in buurland Nicaragua, dat wél op Herfkens' lijst van negentien staat. Maar Honduras ontbeert de bijzondere band, zoals die in de jaren tachtig is ontstaan tussen Nederland en Nicaragua. Toen gingen vele linkse idealisten uit Nederland ter plekke aan de slag voor de sandinistische revolutie en kreeg elke middelgrote gemeente wel een zusterstad in Nicaragua. Tijdens de natuurramp een half jaar geleden bleek opnieuw hoe sterk die band is.

In de discussie over Honduras blijkt ook de corruptie-top 10 van de particuliere organisatie Transparency International een rol te spelen. Op dit lijstje staat Honduras op de derde plaats, de nummer één in Latijns Amerika. René van der Poel, directeur Honduras van de nauw aan het ministerie verbonden ontwikkelingsorganisatie SNV, reageert met ,,absurd en arbitrair'' op het rapport van Transparency. ,,Het heeft veel mensen op het verkeerde been gezet en het is slecht geweest voor de reputatie van Honduras'', aldus Van der Poel.

Het verlies lijkt niet alleen Honduras maar ook Nederland te treffen. Vooruitlopend op goedkeuring van Herfkens' nieuwe beleid door de Tweede Kamer, zou Honduras al geen subsidie meer krijgen om Nederlandse bedrijven een marktprijs te kunnen betalen voor infrastructurele projecten.

Een voorbeeld hiervan is de in november tijdens de orkaan Mitch overstroomde Vallei van Sula, een onder normale omstandigheden economisch bloeiende zone in het noorden van het land. Daar zouden Nederlandse bedrijven orders kunnen krijgen voor bagger- en waterreguleringswerkzaamheden. Maar de lange, bureaucratische procedure ter verkrijging van deze zogenoemde ORET-subsidie werd door het departement abrupt afgebroken toen Honduras de lijst van negentien niet haalde, en het land evenmin voorkwam in het bedrijvenprogramma van Ontwikkelingssamenwerking.

,,Ik heb het persbericht gezien, maar het besluit nog niet in de Staatscourant mogen lezen'', zegt M. Pluijm namens de Nederlandse baggerbedrijven. R.J. Tjeerdsma van de werkgeversorganisatie VNO/NCW: ,,Wij pleiten daarom voor een overgangsperiode; de zorgvuldigheid van bestuur is hier in het geding.''

Het dringend noodzakelijke project in de Sula-vallei zou zo'n zestig miljoen dollar moeten kosten; een derde hiervan stelt Koeweit ter beschikking. In de reeds uitgewerkte plannen moeten nog prioriteiten worden aangebracht. Zo zal duidelijk moeten worden of de werkzaamheden vooral ten goede komen aan de opnieuw door overstromingen bedreigde bevolking van Sula, of aan de uitgestrekte bananenplantages die multinational Chiquita Brands daar heeft.

,,Ik zit op een hoop post te wachten, zowel uit Honduras als uit Den Haag'', zegt baggeraar M.Pluijm.