Kalmpjes aan

Het aantal scandaleuze kwesties waarmee Nederlandse musea in de publiciteit raken, is beperkt. Daar is de vervreemding, het verkopen van een kunstwerk uit de collectie om de politiek `een signaal te geven' dat er geld nodig is; er is diefstal, waarna traditioneel de retorische vraag wordt gesteld of de musea wel zorgvuldig genoeg beveiligd zijn; en er is de vernielzuchtige bezoeker, die met de moed der razernij zijn frustraties botviert op zoiets fragiels als een stuk linnen met verf.

Krantenberichten over een van deze drie kwesties worden om hun sensationele karakter gretig gelezen. En vaak staan deskundigen en liefhebbers daarna op hun achterste benen. Terecht, want het gaat om nationaal bezit, dat niet verkwanseld, geroofd of vernield dient te worden. Staf en directie van een museum worden er onder meer voor betaald om dit erfgoed naar behoren te conserveren.

Over betere beveiliging komt men na een roof meestal niet veel meer te weten. En gezien de potentiële daders die zich onder de krantenlezers kunnen bevinden, is dat maar goed ook.

Dat ligt anders bij vervreemding van een kunstwerk. Groot was de verontwaardiging toen Rudi Fuchs in 1989, destijds directeur van het Haags Gemeentemuseum, drie kostbare schilderijen wilde verkopen. De opbrengst moest een nieuw aankoopfonds opleveren. Aangezien Nederlandse musea over veel te lage aankoopbudgetten beschikken en zodoende allang niet meer op de internationale kunstmarkt meedoen, is het een goede zaak dat het Instituut Collectie Nederland, dat onder meer toeziet op de rijkscollecties, zich buigt over de categorie van eventueel te vervreemden werken en de te volgen procedures. Het zou nog mooier zijn als er geen enkel topwerk behoefde te worden afgestoten, simpelweg omdat dit land ze in de toekomst niet meer kan aanschaffen.

Maar wat blijkt nu? Tien jaar nadat Fuchs die twee Picasso's en een Monet wilde vervreemden, heeft het Instituut Collectie Nederland nog steeds geen definitieve museumcode hiertoe ontwikkeld. Die zal dan eindelijk dit najaar besproken gaan worden.

Waarschijnlijk danken we deze `versnelde' herfst-operatie aan het recente, onzalige plan van Chris Dercon, directeur van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, om een doek van Mark Rothko, aan een bevriende relatie te verkopen. Net als Fuchs wilde hij `de politiek een signaal geven' over zijn te beperkte financiële middelen.

Ook in de derde categorie - vernieling - deed zich deze week weer een incident voor. Voor de vierde keer werd in het Stedelijk Museum in Amsterdam een schilderij, een prachtdoek van Picasso, beschadigd. En net als bij de vervreemding blijkt dat er ruim tien jaar na de eerste aanslag nog steeds onderzoek wordt gedaan naar eventuele preventieve en/of bestraffende maatregelen. Je vraagt je af waar die overheidsinstituten in godsnaam mee bezig zijn? Antwoord: Het Bureau van J.J. Voskuil lezen.