Ik wil gek worden van nummers van nu

`Reggae is te langzaam', vindt zanger Mis van The Postmen. Daarom mengt de groep hiphop en rap met reggae-klanken.

,,Ik wil gewoon een lekkere blote vrouw op m'n scherm'', roept de assistent naar manager Lars Boot, die rommelt met de instellingen van zijn computer. Platenbaas Kees de Koning belt de KPN voor extra telefoonlijnen, de huisbaas loopt ondertussen binnen om de verbouwing te bekijken. Pas een week is produktiemaatschappij Social Life gevestigd in een smalle ruimte in de Amsterdamse Pijp, vandaar de wanorde. Op één etage huist nu een opnamestudio, controleruimte, keuken, wc en een kantoor voor Boot (management en boekingen) en Kees de Koning (oprichter/directeur van platenmaatschappij Top Notch).

Top Notch brengt ook platen uit van de Nederlandstalige rappers Extince en Yukki B, maar de activiteiten op kantoor draaien vooral om Postmen, de Rotterdamse reggaegroep die sinds een jaar in opkomst is. Aanvoerder van Postmen is de 23-jarige Mis, die even later het kantoortje binnen komt wandelen. Mis (afkorting van The Anonymous Mis) is producer, rapper, liedjesschrijver, bassist. Hij heeft een lang, vriendelijk gezicht, vingers vol gouden ringen, spierwitte gymschoenen aan zijn voeten en een kleine metallic GSM op zak.

Dat een Nederlandse reggaegroep het grote publiek bereikt is niet meer voorgekomen sinds Doe Maar aan het begin van de jaren tachtig. Doe Maar verleidde de luisteraar met destijds in de popmuziek nog zeldzame, Nederlandse teksten. Postmen verrijkt de reggae op haar eigen manier: niet door Nederlands te zingen, maar door hiphop-elementen toe te voegen. Op de debuut-cd Documents klinkt zonnige reggae waarvan de instrumentatie deels bij elkaar is gesampled en de zang wordt onderbroken door vloeiende raps en rhymes.

Nu reggae al jaren een slapend bestaan leidt, is de aanpak van Postmen (waar behalve Mis ook zanger Rollarocka en dj/drummer G-Boah in zitten) meteen een eye-opener. En Nederland was er klaar voor: vier hits heeft de groep inmiddels gehad: Cocktail, Renaissance, U Wait en nu de nieuwe single Crisis. Eind vorig jaar won Postmen de Heineken Cross Over Award, en dit jaar kreeg de band de Zilveren Harp uitgereikt door de mzuiekindustrie. Inmiddels is het obscure trio uitgegroeid tot een met blazers en achtergrondzangeressen aangevulde big band, die deze zomer optreedt op allerlei grote festivals in binnen- en buitenland. Mis zelf is een reggae-ster nieuwe stijl. De muts over zijn dreadlocks is dan wel groot en gebreid, het patroon is zwart-wit in plaats van rood-geel-groen. Mis is `reggae' maar niet `rasta' - het geloof van onder anderen Bob Marley, de in 1981 overleden reggae-zanger die de terug-naar-Afrika-gedachte van Marcus Garvey predikte.

Als we later op een terras in de Pijp zitten voor een interview, zegt Mis dat hij reggae en rasta altijd los van elkaar zag: ,,Ik ben er nog niet uit waarin ik wil geloven.'' Maar één ding heeft Mis steeds geweten: hij wilde de reggae een nieuwe kant op helpen. Hij schetst een reggae-festival in Frankrijk waar Postmen deze zomer zal optreden. Ze staan op het programma na Burning Spear, een zanger uit Jamaica. ,,Ik weet nu al hoe het gaat als hij bezig is. Het pubiek zal helemaal gek worden, maar wel van muziek uit 1981. 1981! Dat is bijna twintig jaar geleden. Ik wil gek worden van nummers van nu, uit 1999, desnoods 1998.''

Een jaar of zes geleden begon Mis aan zijn missie. Hij probeerde eerst muziek te maken op basis van reggae-samples. ,,Net zoals Amerikaanse hiphoppers hits maken door oude soul en funkplaten te sampelen, zo gebruikten wij reggae. Ik nam bijvoorbeeld een stukje van een nummer van de Twinkle Brothers, of een intro van Israel Vibration. Ik liet het korte fragment zich steeds herhalen tot een volledige melodielijn. Maar het lukte me niet om een groove te krijgen. Reggae is te langzaam.''

Mis ontdekte dat hij beter reggae kon maken met hiphop-invloeden dan andersom. ,,Conscious lyrics, een reggae-bas en hiphopbeats eronder, dat werd de basis van Postmen.'' De combinatie is nergens kunstmatig. Ontregelende samples, als muskieten rondzoemende bastonen en uiteenlopende stemmen - van uitgelaten gevit tot schor patois - verdiepen het muzikale beeld zonder dat de groove wordt opgeofferd. De melodieuze zang is van Rollarocka (vroeger van Gotcha! Zat), de rap van Mis (,,Ik doe het al sinds m'n elfde, ik ben doctorandus in de rap.'').

Bij veel van wat Mis doet en zegt gebruikt hij zijn `jeugdigheid' als argument. Niet alleen om zijn onbevangenheid op het gebied van geloof te verklaren (,,Wij zijn heel jong. We moeten nog allerlei mensen tegenkomen van wie we dingen kunnen leren.''), maar ook in verband met zijn muzieksmaak. ,,Ik was elf jaar toen hiphop op zijn hoogtepunt was. Dat was op dat moment dé muziek waar het om ging. Ik verloor me er in: KRS-1, Public Enemy, Niggers With Attitude, dat soort groepen.''

Maar de gewelddadige sfeer rond hiphop werd een bezwaar. ,,Ik maakte later zelf ook hiphop, en trad op in bijvoorbeeld De Vlerk in Rotterdam met mijn drummer G-Boah en een DAT-tape. De sfeer was altijd zo geladen, alsof je in een rechtszaak zat. Als je het publiek even niet aanstond werd je van het podium gesleurd.''

Al is Mis nog altijd maar 23 jaar, hij is al blij dat hij die leeftijd heeft bereikt. Dat blijkt uit Renaissance, waarin hij zingt: `Thank God I made the 22'. Die woorden doen denken aan teksten van Amerikaanse rappers die vaak opmerken dat slechts een klein deel van de zwarte mannelijke bevolking 21 jaar wordt. Maar is dat ook een reële verzuchting voor een Nederlandse jongen?

,,Jazeker, vooral in Rotterdam.'' zegt Mis. ,,Toen ik een jaar of achttien was hadden mijn vrienden en ik een tijdje ruzie met een andere groep jongens; een paar blanken, een paar zwarten. Als ik op de Doelen ging zitten moest ik al steeds opletten wie er om me heen liep, en als ik naar huis wilde kreeg ik een escorte. Want die jongens schoten gewoon mensen neer. Inmiddels zitten er al een paar vast wegens moord. Rotterdam is een rare stad, mensen onderschatten dat soms. Toen ik 19 werd was ik die dag oprecht dankbaar: ik heb het gehaald. Zo benauwd was ik.''

Zijn bandleden en Mis zelf zijn van Surinaamse afkomst. Langzamerhand begint hij zich af te vragen hoe `het eigenlijk zit met zwarte mensen hier'. Want waarom komt hij nooit zwarte journalisten tegen, en geen zwarte werknemers bij platenmaatschappijen? Om voor zwarte jongeren meer kansen te creëren richtte hij de organisatie Social Life op. Social Life doet het management van Postmen en in de toekomst moet een deel van de opbrengsten worden geïnvesteerd in bedrijven en zaken waar mensen `hun droom mogen verwezenlijken'. ,,Ik wilde vroeger altijd kapper worden, want ik kon heel goed knippen. Maar toen ik me ging aanmelden voor de opleiding was ik negentien en vonden ze me te oud. Kan ik het helpen dat ik eerder die 10.000 gulden niet bij elkaar had? Zo worden jonge mensen gefrustreerd.''

,,Wij gaan een Social Life-keten oprichten, met een restaurant, een kapperszaak, winkels. Als je wordt tegengewerkt door het systeem moet je je eigen kansen creëren - op een legale manier, dat wel. Ook gaan we op tournee langs jeugdgevangenissen. Want bij agressieve jongeren kan muziek rust geven aan de geest.''

Hij is onlangs voor het eerst in Suriname geweest. Zijn tante wees hem de plekken waar zijn vader vroeger streken uithaalde. Het was leuk om daar te zijn, al denkt Mis inmiddels nog strenger over de levensstijl van de zwarte man. De rol van vader nemen ze naar zijn idee niet serieus genoeg. Daar heeft hij ook over geschreven in het nummer Renaissance, uit eigen ervaring: `Though papa never played his part/ mama raised me with a love so warm'.

,,Veel Surinaamse mannen maken kinderen bij een vrouw, en gaan vervolgens door naar de volgende. Dan gaat het daar mis en kijken ze weer eens verder. Maar ze houden ze zich alleen maar bezig met de kinderen op de plek waar ze op dat moment zijn, ze geven geen aandacht aan het kroost bij eerdere vrouwen. Soms ontmoeten die kinderen hun vader pas als ze 19 zijn.''

Hij heeft sinds februari zelf een dochtertje. Wat zijn z'n voornemens? ,,Ik heb geen plan. Het gaat zoals het gaat. Als het tussen twee mensen niet blijkt te kloppen, ga je uit elkaar. Maar ik vind: je gooit iemand ongevraagd in het leven en daar ben je verantwoordelijk voor. Ook al kun je niet met de moeder wonen, houd dan wel een goeie band met haar en blijf voor het kind zorgen.''

Het probleem zit volgens Mis in de chocoladereep. Zwarte mensen willen graag volop genieten, ze willen veel liefdes meemaken. De mannen willen het liefst meerdere vrouwen. Maar ze vergeten dat het leven een chocoladereep is. Je hebt er maar één, voor een heel leven lang. ,,Als je hem helemaal opeet op je twintigste, en die reep was bedoeld voor zestig jaar dan heb je veertig jaar niets. Als je alle energie in één keer opmaakt word je later een nietsnut. Dan heb je teveel tegelijk genoten van het leven. Maar als je weet: ik ben veertig en ik heb nog een reep voor zestig jaar, dan kan je het er lekker van gaan nemen.''

Hoe reageren zwarte mannen op zulke ideeën? ,,Ze hebben vaak spijt van hoe het gegaan is. Mijn vader was ook zo, maar hij raadt het mij af'', zegt Mis terwijl hij opstaat. Hij groet een fan en loopt de straat op - drieëntwintig, reggae-vernieuwer, vader en nog een flink stuk reep te gaan.

Documents van Postmen is uitgebracht door Top Notch/V2 (VVR 1002312). The Postmen speelt zondag 23 mei op Pinkpop,Landgraaf, en zaterdag 29 mei op het Drum Rhythm Festival, Amsterdam.