Graafmachines in plaats van buizen-stoelen

Hoe huis en haard er tegenwoordig uitzien, werd voor de oorlog al bepaald door ideeën van de Bauhaus-kunstenaars. Het instituut richt zich nu op de vormgeving van stad en land.

,,Een hel is het hier,'' zegt Marie Neumüllers, voorlichtster van het Bauhaus in Dessau. ,,'s Zomers is de hitte ondraaglijk en 's winters is de kou niet te harden.'' Ze zit in het café in de kelder van het Bauhausgebouw en wijst naar boven. Daar bevindt zich de glazen doos, het meest geprezen onderdeel van het beroemde Bauhaus-gebouw dat de Duitse architect Walter Gropius (1883-1969) ontwierp. In dit aquarium, zoals de bewoners van Dessau de doos doorgaans noemen, moet een groot deel van de 48 werknemers van het huidige Bauhaus werken.

,,Het Bauhaus-gebouw heeft nooit voldaan,'' vertelt Neumüllers. ,,Al direct na de oplevering in 1926 werd er geklaagd over de onmogelijke arbeidsomstandigheden in het `aquarium'. Ook de platte daken vertoonden allerlei gebreken en het hele gebouw was moeilijk en duur in onderhoud. Dat laatste, en ook de hitte en de kou blijven zo. Het Bauhaus gaat binnenkort weer worden gerestaureerd, maar de restauratoren moeten zich strikt houden aan het origineel. Het Bauhaus staat op de Unesco-lijst van wereldmonumenten, zodat er niets veranderd mocht worden.''

Waarschijnlijk heeft het Bauhaus-gebouw het best gefunctioneerd toen het na de Tweede Wereldoorlog werd gebruikt door bedrijven en scholen. In de nadagen van de oorlog was het getroffen door een bom, hoewel het Bauhaus op de geallieerde lijst van te sparen cultuurmonumenten stond. Van de glazen vliesgevels bleef niets over. Ze werden vervangen door stenen, die dan wel heel lelijk en grof waren maar in ieder geval hitte en kou buiten hielden.

In 1976 werd het gebouw in oorspronkelijke staat hersteld. Drieëntwintig jaar later vertoont het gebouw opnieuw tekenen van verval, maar dat deert architectuurliefhebbers nauwelijks. Bussen rijden af en aan en braken voortdurend bedevaartsgangers uit die het hoofdzakelijk witte gebouw van alle kanten fotograferen. Als ze tijd hebben, bezoeken ze ook nog de expositieruimte, de boekwinkel of het café die in het gebouw zijn gehuisvest.

Bezoekers met nog meer tijd kunnen ook voor vijftig mark per nacht een van de 28 kamers huren in de voormalige woontoren voor studenten. Ze zullen dan ontdekken dat de vroegere Bauhaüsler een mooi leven hadden. Eten deden ze zittend op nu peperdure stalen-buizen-krukjes in een prachtige hoge mensa met rode plafonds. En ze sliepen in riante, witte, lichte kamers, waar de meeste hedendaagse studenten een moord voor zouden doen. Dat er gedoucht moet worden in gemeenschappelijke badkamers is geen bezwaar. Integendeel, met hun azuurblauwe tegels en grote ramen met uitzicht op een wereldmonument lokken de doucheruimtes ook nu nog langdurige wasbeurten uit.

Toch is ook aan de woontoren niet alles even functioneel. De balkons bijvoorbeeld, die wegens bouwvalligheid niet meer mogen worden betreden, zijn niet alleen georiënteerd op het zon-arme oosten, maar bovendien onbruikbaar klein. Het is werkelijk een raadsel hoe een Bauhausstudent in zijn dagboek uit de jaren twintig heeft kunnen schrijven dat hij er op een zomerse avond met twee mede-studenten heeft gedineerd. Maar de elegant gekrulde balkonnetjes leveren wel een schitterende ritmische gevel op, die dan ook op vele, nu beroemde Bauhausfoto's is vereeuwigd.

Wereldverbeteraars

Het is van de betere grappen van Gropius dat zijn Bauhaus-gebouw, de bakermat van het functionalisme, niet goed functioneert. Gropius wilde met het nieuwe onderkomen voor de door hem in 1919 opgerichte school voor kunst, industriële vormgeving en architectuur een schoolvoorbeeld van `functionalistische' architectuur maken. Het gebouw moest als een machine zijn, rationeel en ontdaan van elke overbodigheid. Maar bij zijn Bauhausgebouw gaat het grotendeels om schijnfunctionaliteit. Met zijn fabriekachtige voorkomen roept het Bauhaus weliswaar een beeld van functionaliteit op, maar het is toch eigenlijk een resultaat van esthetische overwegingen.

Niet alleen Gropius' beroemde schoolgebouw, bijna alles wat met het Bauhaus heeft te maken staat sinds sinds 1996 op de Unesco-lijst van wereldmonumenten. Zo is ook het gebouw van de Belgische architect Henry van der Velde uit 1905 in Weimar, waar het Bauhaus vanaf de oprichting in 1919 tot 1925 was gevestigd, een wereldmonument. Zelfs het nietige Haus am Horn van Bauhaus-meister Georg Muche, het bescheiden begin van de Bauhausarchitectuur in Weimar uit 1923, heeft deze status. De benoeming van al deze gebouwen tot wereldmonumenten is een erkenning van het belang van het Bauhaus, dat in de twintigste eeuw het aanzien van de westerse wereld heeft bepaald.

In de jaren 1919-1933 was het Bauhaus het centrum van de internationale avant-garde. Hier smolten Duits expressionisme, Russisch constructivisme en Nederlandse De Stijl-kunst samen tot de zakelijke bouw- en vormgevingsstijl met wereldverbeterende aspiraties, die tegenwoordig voor het gemak `modernisme' wordt genoemd. Als het aan de Bauhäusler lag, zou heel het dagelijks leven aan de `nieuwe zakelijkheid' worden onderworpen. Woningen, lampen, stoelen, tafels, bureaus, wiegjes, tapijten, keukens, bedden, vazen, serviezen, tapijten - op alles kon het beruchte `less is more' van de laatste Bauhausdirecteur Ludwig Mies van de Rohe worden toegepast. Zelfs letters, die al eeuwen hun bruikbaarheid hadden bewezen, reduceerden de Bauhaus-typografen tot schreefloze vormen. Ook teksten konden met minder toe: hoofdletters, waarvan het in Duitse teksten wemelt, waren geheel overbodig. Ze werden tenslotte niet anders uitgesproken dan kleine letters, zo redeneerden ze.

Toch kwam het succes van het Bauhaus kwam moeizaam tot stand. In 1925 moesten Gropius en zijn `verderfelijke' school Weimar verlaten onder druk van het conservatieve bestuur van de deelstaat Thüringen. Het Bauhaus verhuisde naar Dessau, maar daar gebeurde zeven jaar later hetzelfde. Na lang soebatten kreeg de school nog onderdak in een oud fabrieksgebouw in Berlijn, maar dit werd al in 1933 wegens `cultuurbolsjewisme en ontaarding' gesloten door de nazi's.

Pas na de sluiting begon de glorietijd van het Bauhaus. Na vergeefse pogingen om bij de nieuwe nationaal-socialistische machthebbers in het gevlei te komen, emigreerden Gropius en Mies Van der Rohe naar de Verenigde Staten. Hier werden de Blanke Goden, zoals Tom Wolfe ze in zijn boek From Bauhaus to Our House noemde, met heilig ontzag ontvangen. Als universiteitsdocenten en als architecten veranderden de Blanke Goden de Amerikaanse architectuur radicaal: de rijk versierde Amerikaanse wolkenkrabbers veranderden in dozen van glas en staal.

In het naoorlogse Duitsland had het Bauhaus aanvankelijk wisselend succes. Architecten in West-Duitsland, vaak geplaagd door een slecht geweten wegens hun gedrag in de nazi-tijd, sloten met hun werk massaal aan op dat van het Bauhaus. Dit was tenslotte door de nazi's gesloten en dus `goed'. In Ulm werd in 1948 de Hochschule für Gestaltung opgericht, een school die onder leiding van ex-Bauhausler Max Bill een vervolg op het Bauhaus werd.

Nazi's

Ook in Oost-Duitsland deden architecten pogingen om het Bauhaus nieuw leven in te blazen. Maar dit stuitte op bezwaren van het DDR-regime. Net als de nazi's en het stalinistische Sovjetbewind beschouwden de Oostduitse communisten het Bauhaus als een `volksvreemd, imperialistisch en kosmopolitisch instituut' en dwongen architecten tot het ontwerpen van `populaire, traditionalistische en volkseigen gebouwen'.

Pas in de jaren zestig, nadat ook het DDR-regime overtuigd was geraakt van de voordelen van zakelijke bouwkunst, begon de rehabilitatie van het Bauhaus. In 1978 een werd nieuw Bauhaus in het gerestaureerde gebouw van Gropius gevestigd.

Inmiddels zijn de gloriejaren van het modernisme al lang voorbij, maar is het Bauhaus groter dan ooit. Zo zijn in elke grote Duitse stad winkels te vinden met de naam Bauhaus. Hoewel ze niet de onbetaalbare stalen-buizen-meubelen van Bauhaus-ontwerpers verkopen, heten ze niet helemaal ten onrechte Bauhaus. Hun industrieel vervaardigde doe-het-zelf-artikelen en meubelen zijn een verre echo van het oude, nooit vervulde Bauhaus-ideaal van betaalbare, fabriekmatig geproduceerde meubelen voor de massa.

In Berlijn wordt het verleden van de school zorgvuldig gekoesterd door het Bauhaus Archiv, ondergebracht in een postuum uitgevoerd ontwerp van Walter Gropius uit 1979. En Weimar heeft sinds 1995 naast een Bauhaus Museum ook een grote Bauhaus Universität.

,,De Bauhaus Universiteit is de opvolger van de Hochschule für Architektur und Bauwesen'', vertelt Gerd Zimmermann, rector van de Bauhaus-Universität. ,,Deze technische hogeschool was de belangrijkste architectuuropleiding in de DDR. Maar daar had de commissie die na de vereniging van beide Duitslanden alle onderwijsinstellingen van de voormalige DDR doorlichtte geen boodschap aan. Opleidingen die niets bijzonders hadden te bieden, werden opgedoekt. We hebben toen hier in Weimar besloten het Bauhaus in ere te herstellen. Kern van het Bauhaus was dat de verschillende kunsten samensmolten en vooral dat het onderscheid tussen kunst en techniek werd opgeheven. Net als het oude Bauhaus streeft de Bauhaus Universität naar een `eenheid van kunst en techniek', om een veel geciteerd begrip van Gropius te gebruiken. De Bauhaus Universiteit is de enige opleiding in Duitsland waar studenten zowel ingenieur als kunstenaar kunnen worden. Het is eigenlijk bespottelijk dat kunst en techniek zo uit elkaar zijn gegroeid. Een goede kunstenaar moet kennis hebben van techniek; niet voor niets betekende het Griekse woord `techne' kunst.

,,Het is onzin om het oude Bauhaus exact te kopiëren. We leven in tenslotte in een andere tijd. We besteden als Bauhaus Universiteit veel aandacht aan nieuwe media, waarvoor sinds 1996 een faculteit bestaat. Computers, internet en virtual reality brengen een beeldcultuur voort die heel het leven zal doordringen. Er zullen virtuele werelden ontstaan en die moeten worden vormgegeven. De nadruk op nieuwe media is helemaal in de geest van het oude Bauhaus. Dat hield zich bezig met toen nieuwe uitingen als foto, film, typografie en reclame. Als een Bauhaus-docent als Moholy Nagy nu zou leven, hield hij zich bezig met nieuwe media.''

Mythe

Ook het Bauhaus in Dessau is geen kopie van het oude Bauhaus. ,,Wij bewonderen het oude Bauhaus, maar we worden erg gehinderd door de mythe'', zegt Neumüllers. ,,Bauhaus is voor de meeste mensen een vormgevingsstijl en het is moeilijk om uit te leggen dat wij ons daar niet meer mee bezig houden.

,,Het huidige Bauhaus is de opvolger van het gelijknamige cultuurcentrum dat het DDR-regime inn 1978 oprichtte. Het heeft drie afdelingen. De Bauhaus Akademie zorgt voor theorievorming, geeft boeken uit en organiseert congressen. De afdeling Sammlung beheert de collectie Bauhausvoorwerpen, die sinds 1976 is opgebouwd, en verzorgt tentoonstellingen. Bij de Werkstatt, de werkplaats van het Bauhaus, kunnen buitenlandse studenten stage lopen en ontwerpen maken. Onze nieuwe directeur, Omar Akbar, wil bovendien binnenkort een vierde afdeling openen, die moet een soort klooster worden waar praktizerende architecten moeten zich een paar maanden of een jaar kunnen terugtrekken om langdurig aan één project te werken.''

,,Mensen vragen ons vaak: waarom maakt het nieuwe Bauhaus niet net als het oude Bauhaus meubelen?'' zegt Harald Kegler, het hoofd van de Werkstatt. ,,Dan antwoord ik altijd: het oude Bauhaus had te maken met het industriële tijdperk, het nieuwe Bauhaus met het postindustriële tijdperk. In de jaren twintig was de vraag hoe de industrie kon worden ingezet bij de vervaardiging van meubels en woningen. Nu is het veel belangrijker hoe landschappen en steden vormgegeven moeten worden.

,,Het woord post-industrieel moet je hier rondom Dessau letterlijk nemen. Na de Wende is de industrie hier vrijwel verdwenen. Bruinkoolmijnen en elektriciteitscentrales zijn gesloten en kolossale fabrieken staan leeg. Omdat milieubescherming in de DDR geen enkele rol speelde, is de postindustriële ravage enorm. De industrie heeft het landschap voor een groot deel verwoest en de steden zijn van karakter veranderd: de stroken Plattenbau-flats vormen geen stad meer in traditionele zin, het zijn slechts woongebieden. De grote vraag is nu wat we met deze erfenis moeten doen. We maken ontwerpen waarin de industriële resten, ook de open bruinkoolmijnen, niet worden ontkend maar geïntegreerd. De elektriciteitscentrales en fabrieken zijn de kathedralen van onze tijd. In de steden van de toekomst is geen plaats meer voor de oude onderscheiden tussen stad, platteland en industrie: alles versmelt tot één groot stedelijk landschap. Tot nu toe hebben we vooral bijgedragen aan de discussie over de postindustriële stad.We hebben ook enkele concrete resultaten behaald. Zo hebben we acht bruinkoolgraafmachines van de schroothoop weten te redden.''

De acht machines staan nu werkeloos op een heuvel bij het afgegraven gebied van de bruinkoolmijn Golpa Nord. Ze vormen het hart van Ferropolis, de `stad van ijzer', zoals het Bauhaus-project is gedoopt. De gigantische graafmachines, die grote delen van Oost-Duitsland hebben veranderd in een hobbelig maanlandschap, zijn het tegendeel van Gropius' Bauhaus-gebouw. Ze roepen niet het beeld op van functionaliteit, ze zijn juist volkomen irrationeel: de kabels, cabines, lopende banden, rupswielen, kranen, scheparmen en andere metalen uitsteeksels vormen een krankzinnige constructie. Maar al lijken ze, anders dan het Bauhaus-gebouw, niet op een machine, ze zijn ze het juist wel. Alles aan deze monsters is door en door functioneel, geen schroef is overbodig en hoewel ze uitdrukkelijk niet zijn bedoeld als bouwkunst, is hun architectuur eigenlijk indrukwekkender dan die van het Bauhaus. De techniek heeft het van de kunst gewonnen.

Kamers in het Bauhausgebouw, Gropiusallee 38, Dessau zijn te huur voor 30 mark (eenpersoonskamer) en 50 mark (tweepersoonskamer). Res. 00-49-3406508318.