Geding over asiel en opvang

Vluchtelingenwerk Nederland en de drie stichtingen Rechtsbijstand Asielzoekers spannen een bodemprocedure aan tegen de Nederlandse staat om opvang af te dwingen voor de zogenoemde Dublin-claimanten. De rechtszaak zal naar verwachting vier tot zes maanden duren.

De Dublin-claimanten, asielzoekers die Nederland bereiken via een ander land van de Europese Unie, moeten volgens het Verdrag van Dublin in dat land asiel aanvragen. In afwachting van een reactie van het land in kwestie worden zij in Nederland op straat gezet. Dit is volgens de organisaties in strijd met het internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten, dat voorschrijft dat elke burger, ook asielzoekers, van het meest noodzakelijke moet worden voorzien. ,,Dat is in ieder geval voedsel en onderdak'', zegt advocaat Aldo Kuijer van Vluchtelingenwerk.

Uit een telling van Vluchtelingenwerk, gebaseerd op gegevens van asielzoekerscentra, blijkt dat tussen oktober vorig jaar en april dit jaar 794 Dublin-claimanten in Nederland zijn aangekomen. Van hen zijn 526 mensen op straat gezet, onder wie 117 kinderen.

Opvang is wel mogelijk voor zogenoemde `schrijnende humanitaire gevallen'. ,,Maar het beleid is willekeurig'', aldus een woordvoerder van Vluchtelingenwerk. ,,De ene zwangere vrouw met kinderen wordt opgevangen, de andere wordt op straat gezet.''

De asielzoekers die op straat belanden vertrekken soms uit Nederland, maar ze komen vaker terecht in tijdelijke, particuliere opvangvoorzieningen of in een netwerk van landgenoten. ,,Ze kunnen niet weg, ze kunnen niet werken en ze kunnen geen aanspraak maken op een uitkering of onderdak'', aldus Kuijer. ,,En dat terwijl ze volgens de vreemdelingewet rechtmatig in Nederland zijn. De procedure duurt op zijn best drie maanden, maar vaak nog veel langer. En niet zelden is de uitkomst dat Nederland de zaak toch moet behandelen.''